Ik heb mijn voordeel mee gedaan, mede in combinatie met een bulkboek van Drs.P.
Later ben ik me er verder in gaan verdiepen, omdat sommige vormen van metrum beter liepen dan andere. Waarom is bijvoorbeeld de vrouwelijke viervoetige jambe zo'n onding? (Voor wie schrikt van deze detaillering: wees niet bang, we komen hier uitgebreid op terug.)
Ik stuitte al gauw op iets wat ik beschouw als een tekortkoming bij de bespreking van metrum: er wordt altijd gekeken binnen één versregel. Die versregels vormen samen een gedicht met een ritme, dat wordt bepaald door het metrum én door de rustpunten tussen de versregels en de strofen.
In dit document beschrijven we de hele strofe, tekst en rust.
De beschrijving van rustpunten tussen strofen is lastig, om niet te zeggen ondoenlijk. Enerzijds gelden dezelfde mechanismen als bij rustpunten binnen een strofe (die al behandeld worden), anderzijds hangt het af van te veel factoren (die niet te behandelen zijn).
Neem bijvoorbeeld een lied, waar een strofe een couplet of refrein is. Tussen couplet en refrein (of tussen coupletten) kan een muzikaal intermezzo zitten, maar men kan ook doorzingen alsof het gewoon de volgende versregel in een strofe is.
We hebben de volgende hoofdstukken:
- Spoedcursus metrum
- Haiku, Homerus en waarom niet iedere dactylus een dactylus is
- Scanderen en scandeermaten
- Scandeermaat 1: Tweevoetsmaat
- Jambische tweevoetsmaat
- Super- en subheffingen; de alexandrijn
- Subheffingen gebruikt als daling
- Sub- en superheffingen in het ollekebolleke
- Aanvaardbare verschillen tussen versregels
- Scandeermaat 2: Viervoetsmaat
- Vijfvoetige jambe, een populair metrum met een lastige maat
- Jambische viervoetmaat 1: Nijntjerijm en aanverwanten
- Jambische viervoetmaat 2: Jeugdzonde
- Versregels met afwijkende lengte
- Korte slotregels
- Halve versregels: Almeerse kwintijnen en Flevolanden sestetten
Geen opmerkingen:
Een reactie posten