Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten

Metrumfetisjist, zo noem ik mijzelf graag. Van de lessen Nederlands op de middelbare school zijn een paar dingen blijven hangen, het belangrijkste is ongetwijfeld metrum. Ik vroeg mij destijds al een tijdje af waarom sommige van mijn (sinterklaas)gedichten beter klonken dan andere, en nu bleek daar een pasklaar antwoord voor te bestaan.
Ik heb mijn voordeel mee gedaan, mede in combinatie met een bulkboek van Drs.P getiteld "Maak thuis uw eigen tekst in uw vrije tijd zonder schroeven". Ik bezit mijn exemplaar niet meer, maar Frits J. Mostert toont de zijne op zijn persoonlijke website.

Later ben ik me er verder in gaan verdiepen, omdat sommige vormen van metrum beter liepen dan andere. Waarom is bijvoorbeeld de vrouwelijke viervoetige jambe zo'n onding? (Voor wie schrikt van deze detaillering: wees niet bang, we komen hier uitgebreid op terug.)

Ik stuitte al gauw op iets wat ik beschouw als een tekortkoming bij de bespreking van metrum: er wordt altijd gekeken binnen één versregel. Die versregels vormen samen een gedicht met een ritme, dat wordt bepaald door het metrum én door de rustpunten tussen de versregels en de strofen.
In dit document beschrijven we de hele strofe, tekst en rust.

De beschrijving van rustpunten tussen strofen is lastig, om niet te zeggen ondoenlijk. Enerzijds gelden dezelfde mechanismen als bij rustpunten binnen een strofe (die al behandeld worden), anderzijds hangt het af van te veel factoren (die niet te behandelen zijn).
Neem bijvoorbeeld een lied, waar een strofe een couplet of refrein is. Tussen couplet en refrein (of tussen coupletten) kan een muzikaal intermezzo zitten, maar men kan ook doorzingen alsof het gewoon de volgende versregel in een strofe is.

We hebben de volgende hoofdstukken:









Geen opmerkingen:

Een reactie posten