Posts tonen met het label 61plus gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 61plus gedichten. Alle posts tonen

zondag 22 oktober 2017

Herfst 2005


Hoge Vaart, Almere 2005

Schiphol-Rijk 2017

Noorderplassen, Almere 2018


Terwijl de najaarswind
de eik uit zijn jas helpt,
buigt het lentegroene riet
diep in het dorre blad

Rupsen dansen
in de nesten
van vertrokken
zomergasten

De verkilde golfstroom botst
op de laatste ijsberg
waar een ijsbeer dobbert
in de vertrekkende zon

Waar mijn verhit gemoed
stuk slaat op mijn koude ziel
ben jij dichtbij
maar onbereikbaar

Mijn wereld tolt
nog steeds om haar as
maar dan wel
een kwartslag gekanteld


6 november 2005


In oktober 2005 eerder zag ik het jonge riet op de wallekant langs de Hoge Vaart in Almere. Dat kwam mooi uit, want toen moest ik voor de Almere poëzieprijs 2006 een gedicht schrijven met het thema “Anders”. Dat werd bovenstaand gedicht.
Op 19 oktober 2017 zag ik hetzelfde bij Schiphol-Rijk. Toen was ik net bezig mijn zestig beste gedichten te selecteren voor de bundel
LX gedichten. Dat was dus een aardig bruggetje.
Op 14 oktober 2018 zag het weer, nu bij de Almeerse Noorderplassen. Het was die dag ongeveer 20 graden. Wat eerst een leuk poëtisch voorval leek, wordt nu toch een zorgelijk bewijs van de opwarming van de aarde.


woensdag 20 september 2017

De Dichter

Ik tors geen verf of marmer, ik tors woorden
Christoffel van de ongeschreven verzen
Ik waad door stroomversnelling en door drijfzand
Gedachten hebben woordeloos gewicht

Ideeën trekken plagend aan mijn oren
En bastaardwoorden spelen met mijn haren
De ongeknede strofe schreeuwt om aandacht
De wind waait hele zinnen uit mijn mouw

Nu ben ik aan de overkant gekomen
Het jonge vers springt juichend van mijn schouder
En huppelhinkelt weg langs 's Heren wegen
Ik tors een verse woordenlading terug

20 november 2008


Er zijn dichtbundels vol geschreven over het schrijven van gedichten. Poëzie leent zich bij uitstek leent voor bespiegelingen, al dan niet met betrekking tot het ambacht van dichter.

In proza zie je zie je wel eens een schrijver voorbij komen. Schilders doen veel aan zelfportretten, maar slechts zelden heeft de geportretteerde zelf een kwast in de hand. Beethoven schreef “Für Elise”, niet “Für mich”.
Hoe het ook zij, ik kon niet achterblijven, ik moest een gedicht over een dichter schrijven..

16 juli 2017 voorgelezen in theeschenkerij Oldeniel bij Hattem in het kader van Dichter op de IJssel / IJsselbiënnale Poëzieprijs 2017


maandag 26 juni 2017

Sterfelijkheid

Hij is het treiterbroertje van de dood
lust geen beschuit met muisjes
en laat zich ook niet zien bij
het eerste trekje
het eerste glaasje
het eerste meisje

Met zotskap en narrenlach
wacht hij je op
halverwege
Schaterlachend duwt hij
oneindig opzij

Samen op de wip
stuwt hij je steeds hoger
en hoger tot je
benen bungelen boven
peilloze diepten tot je
schreeuwt dat je eraf moet omdat je nog
te veel te doen en
te weinig tijd hebt

Als je weer met beide benen
op de grond staat
hef je samen het
glas
en
wacht
op de komst van zijn grote broer

9 juli 2009, april 2010


Een echt midlifecrisisgedicht, geschreven voor Aldichter.
Eén van mijn vier gedichten in “Klinkers en Medeklinkers”, het overzicht van 20 jaar Aldichter.



zondag 11 juni 2017

Gezeefd

Zeven
Zeventig
Zevenenzeventig

Veertien
Eenentwintig
Tweeënveertig

Vijfendertig
Zesenvijftig
Drieënzestig

Achtentwintig
Vierentachtig

Negenenveertig
Eenennegentig

Achtennegentig

22 oktober 2016


Even iets nerderigs tussendoor: alle 14 zevenvouden onder de honderd als volgt gerangschikt:
- Binnen elke strofe staan de getallen gerangschikt van klein naar groot
- Strofe 1 bevat getallen met de cijfers 0 en 7
- Strofe 2 bevat getallen met de cijfers 1, 2 en 4
- Strofe 3 bevat getallen met de cijfers 3, 5 en 6
- In strofe 4 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 1 vervangen door 8
- In strofe 5 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 2 vervangen door 9
- In strofe 6 is bij 1 getal uit strofe 2 de 1 vervangen door 8 EN de 2 door 9

Ik speelde al een tijdje met het idee van een kwadratensonnet, met bovenstaande strofe-indeling. Over een rijmschema was ik nog aan het nadenken. Dit niet-rijmende kwadratensonnet is een opwarmertje; een rijmend exemplaar is nog niet gemaakt.



Malieveld

De bus vervoert mij naar het Malieveld,
omdat ik aan Den Haag wil laten weten
welk schrijnend onrecht mij al maanden kwelt.

Ik draag een spandoek dat mijn boodschap meldt.
Terwijl ik een patatje sta te eten
ziet iedereen dat ook mijn mening telt.

Er valt een hoosbui die niet is voorspeld.
Die heeft mijn spandoekletters aangevreten.
Mijn boodschap is besmeurd, denk ik ontsteld.

Op naar het Binnenhof! De meute relt!
Mijn spandoek valt, wordt in de drab gesmeten
als een politiepaard komt aangesneld.

Nee, denk ik op de terugtocht, voor geen geld
zet ik nog één voet op het Malieveld.

7-12 februari 2016


Geschreven voor de wedstrijd “Schrijf een hekeldicht over Den Haag” van Daan de Ligt (Den Haag, 11 maart 1953 – aldaar, 22 augustus 2016)
Een sonnet met een uniek rijmschema. Zolang er geen tweede wordt geschreven, geef ik deze versvorm geen naam.



Alleen maar minnen in 2014



We krijgen straks een jaar van louter liefde.
Het amoureuze tijdperk gaat beginnen.
Al wat in vroeger tijd de mensheid griefde
zal zijn verdwenen in jaar van minnen.

Dit wordt het einde van de babyflessen.
Geen Nutrilon stroomt nog langs babykinnen.
Een borst om zuigelingendorst te lessen
is ruim aanwezig in het jaar van minnen.

Er zal geen plaats meer zijn voor filantropen.
Geen hooggeschatte held mag nog naar binnen.
De grenzen gaan voor zware jongens open
want volgend jaar is het het jaar van minnen.

O ja, het wordt ook lastig bij het pinnen.
Geen plussen zijn er in het jaar van minnen.

september 2013; 21 januari 2016: leestekens aan het einde van de regels toegevoegd.


Hij schreeuwde gewoon om een gedicht, deze kop op de voorpagina van De Volkskrant van maandag 16 september 2013

Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina.

Zonder succes gestuurd naar Ballustrade in mei 2014



Doodsmuziek

Het is je allerlaatste ijdelheid:
muziek die je wilt horen bij je kist.
Nog één keer toon je muzikaliteit,
nog één keer kun je je gevoelens kwijt.

Je hoopt dat het aanwezigen verfrist,
gevoelens van verdriet en rouw ten spijt.
Of is het doodgewoon een lage list
en hoop je dat je nog meer wordt gemist?

Wellicht kies ik voor vrolijkheid uit Wenen,
al wordt het allemaal wel erg Rieu-ig.
Ik hoop dat de aanwezigen het snappen.

Ik hoop op glimlach en op jubeltenen.
Radetzky Mars, die vind ik altijd sjeuig.
Zou iedereen wel weten hoe te klappen?

rond de jaarwisseling 2008/2009


Op 11 januari 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).



Woon-werkverkeer

Op vrijdag 12 september 2008 had Nederland de op twee na langste file ooit.
Dit sonnet is geschreven in die file.


Er staat een aardig meisje in de file;
we rijden kilometers zijn aan zij.
Ik heb dat meisje lief van ganser ziele
en denk vertwijfeld: wat voelt zij voor mij?

Mijn auto nadert haar, 't is kielekiele;
geen motorrijder komt aan ons voorbij.
Maar dan! Ik let niet op! Wel potverdriele!
Nu hebben beide auto's averij.

Ik houd het schadeformulier gereed,
maar eerst moet zij haar vriend nog even bellen
dat zij de afspraak never nooit meer haalt.

Omdat ik ook wel zien kan dat ze baalt
maak ik haar blij door aan haar voor te stellen
dat zij vanavond meegaat als mijn date.

13 september 2008


Op 13 september 2008 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).



Dodenherdenking, voor Pa

Dat Jappenkamp, dat was een zware tijd
waarover je nooit echt hebt willen praten.
Soms heb je wat details wel losgelaten,
soms wilde je wat anekdotes kwijt.

Ik weet dat jullie niet tezamen zaten,
zes mensen over Java uitgespreid.
En alle zes nog net op tijd bevrijd,
bevrijding die voor and’ren niet mocht baten.

Hoe heb je ze verwerkt, die lange jaren?
Je uitte altijd non-verbaal bezwaren
wanneer ik over dood sprak voor de grap.

Al leerde ik van Rotterdamse doden,
van hongerwinter, Putten en van Joden,
mijn oorlog, dat was Java en de Jap.

13-29 oktober 1998

Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.

Voorgelezen op 4 mei (!) 2015 bij de begrafenis van mijn vader



woensdag 29 maart 2017

De pruimenboom

Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Hevig was zijn pruimverlangen.
Diepe somberheid ontsproot.
Aaltje met de rode wangen
zag hem zitten in de goot.

Aaltje met de rode wangen
werd zijn redder in de nood.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Midden in de pruimentijd
raakte Jan zijn onschuld kwijt.

2 november 2016


Op Het Vrije Vers staan er met enige regelmaat gloednieuwe versvormen voor het voetlicht, meestal gepromoot door de bedenker(s). Eind 2016 was het Utrechts sonnet populair.
De titel en de eerste twee regels van een Utrechts sonnet komen uit een bestaand gedicht. Daarnaast zijn er eisen met betrekking tot het rijmschema. Ten slotte zijn er nog drie regels die herhaald dienen te worden. Uit bovenstaand gedicht wordt wel duidelijk hoe de vork in de steel zit.

In dit gedicht zijn de titel en de regels 1,2 en 4 van Hiëronymus van Alphen (1746 - 1803). Het gedicht verscheen in de bundel “Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen” uit 1779.
De titel is voorzien van een tussen-n, die sinds 1995 in zwang is.

Reiger

In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.

Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.

De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.

Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.

24 juni 2015, 16 september 2015


Ergens in de jaren nul (wellicht iets later) ontving de Almeerse dichteres Maria van Daalen een aantal bekende dichters in theater Corrosia.
Een daarvan was Liesbeth Lagemaat. Ik weet nog dat de meeste gedichten onbegrijpelijk waren, en dat ze een tip gaf: schrijf gedichten in een cyclus.
Dat laatste heb ik mij ter harte genomen. Of liever gezegd: met terugwerkende kracht heb terugkerende thema's in mijn gedichten aangeduid als cyclus.

Dit Shakespeare-sonnet is er eentje uit mijn cyclus "Vinexië". Vinexië is een kreet die ik zelf heb verzonnen, maar die al bleek te bestaan.
De oorspronkelijke bedenkers gebruikten het spottend, voor mij is het een geuzennaam.

Het gedicht is geschreven voor de cursus van Co Woudsma, maar het bleek toch iets te licht. Op Het Vrije Vers kwam het beter tot zijn recht, op het forum en de voorpagina.


maandag 20 maart 2017

Julius

Hij heeft destijds gestreden om de macht
en kwam als winnaar uit die strijd naar voren.
Een eigen maand heeft hij zich toebedacht;
Quintilis zou hem voortaan toebehoren.

Toch overschatte hij zijn eigen kracht
toen hij ging buurten bij de senatoren.
Die hebben hem met messen opgewacht
om hem daarmee vakkundig te doorboren.

Ik lig hier in een zwoele zomernacht
te wachten op het roze ochtendgloren
wanneer de hele wereld leeft en lacht
omzoomd door zoetgevooisde vogelkoren.

Had Julius ook oog voor deze pracht
of liet hij het in zwaardgekletter smoren?


23 juni 2009

Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken.
Dit gedicht is geschreven voor de verjaardagskalender van Vereniging Aldichter, maar het heeft het niet gehaald. Het is ook wat licht van toon.
Op 3 juli 2009 verscheen dit sonnet op de Plezierdichtershyve.
Op 30 juni 2012 heb ik het geplaatst op Het Vrije Vers en zelfs op deze blog


zaterdag 11 februari 2017

Cecil

De tandarts had als schutter grote faam.
Na jaren kruimelwild schoot hij ten slotte
in Afrika een leeuw, die een mascotte
van heel de natie bleek, een leeuw met naam.

De schuldvraag werd gesteld: wie trof er blaam?
Was het de gids, die deze naamleeuw spotte,
of toch de jager-tandarts met zijn botte
vermoordingsdrift, of alle twee tezaam?

Wat naamloos sterft op hakblok of op jachtveld
heeft zelden veel emoties losgemaakt;
je hoort wel eens dat Wakker Dier een klacht meldt.

Ik vind het prima zo, maar één ding mis ik:
bedenk iets vaker wát zo lekker smaakt
wanneer je smult van slavink of van visstick.

februari 2016


Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over Patty Scholten, kregen we de opdracht om gedicht te schrijven over een dier met gevatte mooie beelden en humor.
Erg inspirerend was het verhaal van de Amerikaanse tandarts, die met een kruisboog een leeuw ging schieten in Zimbabwe. Met name de selectieve verontwaardiging was geweldig om te zien.


Distel

De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.

28 februari, 3+4+6 maart 2013


Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina. Daar is dit autobiografische vers nog steeds te lezen.


vrijdag 10 februari 2017

Manke poot

Ze zijn in elke gracht en elke sloot
zo’n troep met witte snavels, zwarte lijven.
Wanneer ze op de wallekant verblijven,
dan is er eentje met een manke poot.

Die krijgt van mij een extra stukje brood,
waarna de rest jaloers begint te kijven.
Ik denk wanneer de hele troep gaat drijven:
waar is mijn meerkoet met de manke poot?

Nu wil ik u een ander beeld beschrijven:
gegiechel, blonde lokken, lippenrood;
ze zitten zo gezellig met zijn vijven.

Slechts één is er voor mij geen middenmoot,
van één slechts zal de beeltenis beklijven,
dat is het meisje met de manke poot.

24-26 september 2011


Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.

Dit sonnet over schoonheid met een klein gebrek is niet verder gekomen dan twee bedankjes in het forum. Ik blijf hem aardig vinden.

donderdag 9 februari 2017

De muze

Mijn muze rijdt geen vurig volbloedros
dat dreunend draaft met vlammen in de ogen.
Geen hoefslag woelt mijn zielenroersels los.

Mijn muze vliegt niet op een adelaar
die metaforen plukt van regenbogen.
Geen vleugelslag maakt al mijn dromen waar.

Mijn muze vaart niet in een schelp op zee
door orka's en dolfijnen voortbewogen.
Geen ziedend zeeschuim voert mijn verzen mee.

Mijn muze roept vanaf haar omafiets:
"Ik wil me niet met jouw gedicht bemoeien,
maar hier heb ik voor jou een hele goeie."
Na ons gesprek verdwijnt ze in het niets
en ik ga dan met haar suggestie stoeien.

juli 2009

Het Italiaanse sonnet heeft de chute na regel 8 en het Shakespeare-sonnet na regel 12. Dan heb je nog het 10/4-sonnet met de chute na regel 10.
Maar een beetje plezierdichter wil wel eens wat anders: een chute na regel 9. Ik heb maar één sonnet gemaakt van dit type; een aardige eendagsvlieg dus.

Op 8 juli 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).

woensdag 8 februari 2017

Slappe koord

Ik volg je op het slappe koord,
ik voel het ritme van je stappen.
We schuifelen gestadig voort;
wie misstapt, die moet hemelhappen.

Ik hoor publiek voorzichtig klappen,
verwondering in angst gesmoord.
Wij tweeën gaan al veel etappen
als koningskoppel door de poort.

We willen zonder vleugels zweven
langs hemelstreep en zonnestraal
en over wolken van gejuich,

maar ik bedenk terwijl ik buig,
dat ik naar al die roem niet taal,
dat ik het liefst met jou wil leven.

5 januari 2008, 15+22 juni 2010

Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Toen ik de opdracht kreeg om een liefdesgedicht te schrijven, kwam dit sonnet uit de bus.

Anakin

Ooit glinsterde en glom de sterrenkunde,
de wetenschap van parels in de nacht,
die ons een kijkje in de hemel gunde
en koningen naar verre stallen bracht.

Nu zijn er slechts de ongeziene knallen,
van donkerheid is nu het hart vervuld,
een vloedstroom aan modellen en getallen
die nauwlijks de wanhopigheid verhult.

Ik hoor triomf in opgezwollen taal,
ik zie hoe zich de optocht leiden laat
door zwarte wieven in een winternacht.

Al twijfel ik aan’t Genesis-verhaal
en weet ik niet eens echt of God bestaat,
wel weet ik dat Hij in Zijn vuistje lacht.

8 april 2007


Moderne sterrenkunde hecht grote waarde aan donkere materie en donkere energie, stoplappen om de theorie rond te krijgen.

Zijlijn

De coach bepaalt de koers die wordt gevaren.
Hij heeft als zijn kompas alleen de bal.
Het spel golft op en neer in woeste baren.
Geen mens weet wat de uitslag worden zal.

Het speelveld is omzoomd door ouderparen
herkenbaar aan hartstochtelijk geschal.
Ze wanen zich de loods in doodsgevaren,
al zijn ze dan de stuurlui aan de wal.

Verwacht van mij geen enthousiast geroep,
geen ‘shoot’ of ‘breed’ en zelfs geen ‘stick omlaag’.
Ik heb geen goede raad voor scheids of kind.

Ik ben een eindje varen met mijn sloep.
Ik heb mijn eigen eiland voor vandaag.
Mijn palmboom wuift in woordeloze wind.

8 april 2007


12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van oktober 2007.

Al mijn gram over mijn avonturen langs het hockeyveld van mij afgeschreven.

BEGRAFENIS

Ooit staan er mensen bij een open graf
om wat er van mij rest daarin te leggen.
Nooit zal ik dan nog ploegen of nog eggen,
nooit scheid ik nog het koren van het kaf.

Een spreker zoekt mijn levensvijver af
om daaruit anekdotes op te dreggen.
Ik hoop dat hij iets vrolijks zal gaan zeggen
en dat ik om een aantal mensen gaf.

Ik hoop dat sterven mij niet zwaar zal vallen,
een sterfbed van niet langer dan een week,
en ieder zegt: zo is het mooi geweest.

Maak dan van mijn begrafenis een feest,
geen treurigheid met koffie en met cake,
maar klare wijn en veel champagne knallen.

10 februari 1999


Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.