De kat die muizen eet volgt zijn instinct
dat hem vertelt wanneer hij moet gaan jagen,
dat hij de muis niet doden moet, maar plagen
totdat zijn eetlust stijgt en speellust slinkt.
Prof. dr. Swaab die alles weet
van hersenen beweert dat elke gril
zelfstandig in neuronen wordt geboren.
Dit is ’s mans leer: ons ego houdt zich stil,
ons brein bekokstooft alles van tevoren;
wat wij bedenken ligt allang gereed.
Zo overstijgt Swaab alle professoren.
Ik hoef hem niet, die godloze profeet.
Ik heb een vrije wil, ik ben mijn wil.
Ik ben mijn wilde kat die muizen eet.
25-27 december 2016, 1 januari 2017
Bas Jongenelen en Martin Neggers zijn twee Tilburgse sonnetfanaten. Begin 2016 publiceerden zijn de eerste sonnettenkransenkrans. Inmiddels is de tweede in voorbereiding, waarin ook 4 sonnetten van mij komen.
Tussendoor was er nog een ander project van de beide heren: Tilburgse sonnetten. De belangrijkste eisen van deze versvorm.
- de 14e regels bestaat uit het eind van regel 13 en het begin van regel 1. Er zijn dus eigenlijk maar 13 regels. Dat komt mooi overeen met het netnummer van Tilburg: 013
- De titel van het gedicht bevat de letters T I L B U R G
In totaal heb ik 4 Tilburgse sonnetten geschreven, die zijn opgenomen in de bundel “Een kruik vol lauwe puls”. Voor hen die deze titel niet begrijpen: Tilburgers worden aangeduid als kruikenzeikers.
Dit was echt een project geweest: het schrijven van Tilburgse sonnetten was erg prettig, maar ik zal het niet gauw meer doen.
Dichters-cv
Liefst schrijf ik poëzie met kleine woorden
die niet vermaant en geen taboes doorbreekt
maar alledaags van ’t alledaagse spreekt
een symfonie van simpele akkoorden
Ik heb geen grote opdracht te vervullen
zolang ik maar een mondhoek om zie krullen
© Niels Blomberg, juni 2022Als je mijn gedichten aardig vindt, dan kun je een boekje kopen; klik HIER
Posts tonen met het label sonnet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sonnet. Alle posts tonen
zondag 7 januari 2018
zondag 11 juni 2017
Gezeefd
Zeven
Zeventig
Zevenenzeventig
Veertien
Eenentwintig
Tweeënveertig
Vijfendertig
Zesenvijftig
Drieënzestig
Achtentwintig
Vierentachtig
Negenenveertig
Eenennegentig
Achtennegentig
22 oktober 2016
Even iets nerderigs tussendoor: alle 14 zevenvouden onder de honderd als volgt gerangschikt:
- Binnen elke strofe staan de getallen gerangschikt van klein naar groot
- Strofe 1 bevat getallen met de cijfers 0 en 7
- Strofe 2 bevat getallen met de cijfers 1, 2 en 4
- Strofe 3 bevat getallen met de cijfers 3, 5 en 6
- In strofe 4 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 1 vervangen door 8
- In strofe 5 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 2 vervangen door 9
- In strofe 6 is bij 1 getal uit strofe 2 de 1 vervangen door 8 EN de 2 door 9
Ik speelde al een tijdje met het idee van een kwadratensonnet, met bovenstaande strofe-indeling. Over een rijmschema was ik nog aan het nadenken. Dit niet-rijmende kwadratensonnet is een opwarmertje; een rijmend exemplaar is nog niet gemaakt.
Zeventig
Zevenenzeventig
Veertien
Eenentwintig
Tweeënveertig
Vijfendertig
Zesenvijftig
Drieënzestig
Achtentwintig
Vierentachtig
Negenenveertig
Eenennegentig
Achtennegentig
22 oktober 2016
Even iets nerderigs tussendoor: alle 14 zevenvouden onder de honderd als volgt gerangschikt:
- Binnen elke strofe staan de getallen gerangschikt van klein naar groot
- Strofe 1 bevat getallen met de cijfers 0 en 7
- Strofe 2 bevat getallen met de cijfers 1, 2 en 4
- Strofe 3 bevat getallen met de cijfers 3, 5 en 6
- In strofe 4 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 1 vervangen door 8
- In strofe 5 is bij 2 getallen uit strofe 2 de 2 vervangen door 9
- In strofe 6 is bij 1 getal uit strofe 2 de 1 vervangen door 8 EN de 2 door 9
Ik speelde al een tijdje met het idee van een kwadratensonnet, met bovenstaande strofe-indeling. Over een rijmschema was ik nog aan het nadenken. Dit niet-rijmende kwadratensonnet is een opwarmertje; een rijmend exemplaar is nog niet gemaakt.
Malieveld
De bus vervoert mij naar het Malieveld,
omdat ik aan Den Haag wil laten weten
welk schrijnend onrecht mij al maanden kwelt.
Ik draag een spandoek dat mijn boodschap meldt.
Terwijl ik een patatje sta te eten
ziet iedereen dat ook mijn mening telt.
Er valt een hoosbui die niet is voorspeld.
Die heeft mijn spandoekletters aangevreten.
Mijn boodschap is besmeurd, denk ik ontsteld.
Op naar het Binnenhof! De meute relt!
Mijn spandoek valt, wordt in de drab gesmeten
als een politiepaard komt aangesneld.
Nee, denk ik op de terugtocht, voor geen geld
zet ik nog één voet op het Malieveld.
7-12 februari 2016
Geschreven voor de wedstrijd “Schrijf een hekeldicht over Den Haag” van Daan de Ligt (Den Haag, 11 maart 1953 – aldaar, 22 augustus 2016)
Een sonnet met een uniek rijmschema. Zolang er geen tweede wordt geschreven, geef ik deze versvorm geen naam.
omdat ik aan Den Haag wil laten weten
welk schrijnend onrecht mij al maanden kwelt.
Ik draag een spandoek dat mijn boodschap meldt.
Terwijl ik een patatje sta te eten
ziet iedereen dat ook mijn mening telt.
Er valt een hoosbui die niet is voorspeld.
Die heeft mijn spandoekletters aangevreten.
Mijn boodschap is besmeurd, denk ik ontsteld.
Op naar het Binnenhof! De meute relt!
Mijn spandoek valt, wordt in de drab gesmeten
als een politiepaard komt aangesneld.
Nee, denk ik op de terugtocht, voor geen geld
zet ik nog één voet op het Malieveld.
7-12 februari 2016
Geschreven voor de wedstrijd “Schrijf een hekeldicht over Den Haag” van Daan de Ligt (Den Haag, 11 maart 1953 – aldaar, 22 augustus 2016)
Een sonnet met een uniek rijmschema. Zolang er geen tweede wordt geschreven, geef ik deze versvorm geen naam.
Alleen maar minnen in 2014
We krijgen straks een jaar van louter liefde.
Het amoureuze tijdperk gaat beginnen.
Al wat in vroeger tijd de mensheid griefde
zal zijn verdwenen in jaar van minnen.
Dit wordt het einde van de babyflessen.
Geen Nutrilon stroomt nog langs babykinnen.
Een borst om zuigelingendorst te lessen
is ruim aanwezig in het jaar van minnen.
Er zal geen plaats meer zijn voor filantropen.
Geen hooggeschatte held mag nog naar binnen.
De grenzen gaan voor zware jongens open
want volgend jaar is het het jaar van minnen.
O ja, het wordt ook lastig bij het pinnen.
Geen plussen zijn er in het jaar van minnen.
september 2013; 21 januari 2016: leestekens aan het einde van de regels toegevoegd.
Hij schreeuwde gewoon om een gedicht, deze kop op de voorpagina van De Volkskrant van maandag 16 september 2013
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina.
Zonder succes gestuurd naar Ballustrade in mei 2014
Doodsmuziek
Het is je allerlaatste ijdelheid:
muziek die je wilt horen bij je kist.
Nog één keer toon je muzikaliteit,
nog één keer kun je je gevoelens kwijt.
Je hoopt dat het aanwezigen verfrist,
gevoelens van verdriet en rouw ten spijt.
Of is het doodgewoon een lage list
en hoop je dat je nog meer wordt gemist?
Wellicht kies ik voor vrolijkheid uit Wenen,
al wordt het allemaal wel erg Rieu-ig.
Ik hoop dat de aanwezigen het snappen.
Ik hoop op glimlach en op jubeltenen.
Radetzky Mars, die vind ik altijd sjeuig.
Zou iedereen wel weten hoe te klappen?
rond de jaarwisseling 2008/2009
Op 11 januari 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
muziek die je wilt horen bij je kist.
Nog één keer toon je muzikaliteit,
nog één keer kun je je gevoelens kwijt.
Je hoopt dat het aanwezigen verfrist,
gevoelens van verdriet en rouw ten spijt.
Of is het doodgewoon een lage list
en hoop je dat je nog meer wordt gemist?
Wellicht kies ik voor vrolijkheid uit Wenen,
al wordt het allemaal wel erg Rieu-ig.
Ik hoop dat de aanwezigen het snappen.
Ik hoop op glimlach en op jubeltenen.
Radetzky Mars, die vind ik altijd sjeuig.
Zou iedereen wel weten hoe te klappen?
rond de jaarwisseling 2008/2009
Op 11 januari 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
Woon-werkverkeer
Op vrijdag 12 september 2008 had Nederland de op twee na langste file ooit.
Dit sonnet is geschreven in die file.
Er staat een aardig meisje in de file;
we rijden kilometers zijn aan zij.
Ik heb dat meisje lief van ganser ziele
en denk vertwijfeld: wat voelt zij voor mij?
Mijn auto nadert haar, 't is kielekiele;
geen motorrijder komt aan ons voorbij.
Maar dan! Ik let niet op! Wel potverdriele!
Nu hebben beide auto's averij.
Ik houd het schadeformulier gereed,
maar eerst moet zij haar vriend nog even bellen
dat zij de afspraak never nooit meer haalt.
Omdat ik ook wel zien kan dat ze baalt
maak ik haar blij door aan haar voor te stellen
dat zij vanavond meegaat als mijn date.
13 september 2008
Op 13 september 2008 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
Dit sonnet is geschreven in die file.
Er staat een aardig meisje in de file;
we rijden kilometers zijn aan zij.
Ik heb dat meisje lief van ganser ziele
en denk vertwijfeld: wat voelt zij voor mij?
Mijn auto nadert haar, 't is kielekiele;
geen motorrijder komt aan ons voorbij.
Maar dan! Ik let niet op! Wel potverdriele!
Nu hebben beide auto's averij.
Ik houd het schadeformulier gereed,
maar eerst moet zij haar vriend nog even bellen
dat zij de afspraak never nooit meer haalt.
Omdat ik ook wel zien kan dat ze baalt
maak ik haar blij door aan haar voor te stellen
dat zij vanavond meegaat als mijn date.
13 september 2008
Op 13 september 2008 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
Dodenherdenking, voor Pa
Dat Jappenkamp, dat was een zware tijd
waarover je nooit echt hebt willen praten.
Soms heb je wat details wel losgelaten,
soms wilde je wat anekdotes kwijt.
Ik weet dat jullie niet tezamen zaten,
zes mensen over Java uitgespreid.
En alle zes nog net op tijd bevrijd,
bevrijding die voor and’ren niet mocht baten.
Hoe heb je ze verwerkt, die lange jaren?
Je uitte altijd non-verbaal bezwaren
wanneer ik over dood sprak voor de grap.
Al leerde ik van Rotterdamse doden,
van hongerwinter, Putten en van Joden,
mijn oorlog, dat was Java en de Jap.
13-29 oktober 1998
Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.
Voorgelezen op 4 mei (!) 2015 bij de begrafenis van mijn vader
waarover je nooit echt hebt willen praten.
Soms heb je wat details wel losgelaten,
soms wilde je wat anekdotes kwijt.
Ik weet dat jullie niet tezamen zaten,
zes mensen over Java uitgespreid.
En alle zes nog net op tijd bevrijd,
bevrijding die voor and’ren niet mocht baten.
Hoe heb je ze verwerkt, die lange jaren?
Je uitte altijd non-verbaal bezwaren
wanneer ik over dood sprak voor de grap.
Al leerde ik van Rotterdamse doden,
van hongerwinter, Putten en van Joden,
mijn oorlog, dat was Java en de Jap.
13-29 oktober 1998
Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.
Voorgelezen op 4 mei (!) 2015 bij de begrafenis van mijn vader
woensdag 29 maart 2017
Seizoenen
“Shall I compare thee to a summer's day?”
Zijn vraag klinkt haar belezen en belegen.
Ze zegt beleefd maar onomwonden: “Nee”,
want lome zomerdagen staan haar tegen.
Ze wil hem wekken als de lentezon,
hem overladen met haar lentebloesem,
hem sleuren uit zijn winterslaapcocon,
en liefderijk verwarmen aan haar boezem.
Ze wil beminnen als de najaarswind,
de dorre blad’ren in zijn hoofd verwaaien.
Ze wil zijn muze zijn, en zijn absint.
Ze wil de vonk zijn van zijn lichterlaaie.
Hij is verward, begrijpt niet wat ze wil.
Zijn hart wordt door haar antwoord winterkil.
27 januari, 7+23 februari 2016
In 2016 was het 400 jaar geleden dat William Shakespeare was overleden.
Het Poëziecentrum te Gent organiseerde samen met de universiteit aldaar een Shakespeare-sonnettenwedstrijd.
Er waren vier categorieën: Nederlands en Engels, student en niet-student. Ondanks de Engelse eerste regel, meldde ik mij aan voor Nederlandse wedstrijd voor niet-studenten. En ik won!
Dat betekende een dagje Gent met vrouw en dochters, gevolgd door de prijsuitreiking en een college van Professor Jürgen Pieters onder de hanenbalken van het monumentale pand waarin het Poëziecentrum huist. Belgen weten de poëzie nog te waarderen.
Opvallend: drie van de vier categorieën werden gewonnen door Nederlanders.
Zijn vraag klinkt haar belezen en belegen.
Ze zegt beleefd maar onomwonden: “Nee”,
want lome zomerdagen staan haar tegen.
Ze wil hem wekken als de lentezon,
hem overladen met haar lentebloesem,
hem sleuren uit zijn winterslaapcocon,
en liefderijk verwarmen aan haar boezem.
Ze wil beminnen als de najaarswind,
de dorre blad’ren in zijn hoofd verwaaien.
Ze wil zijn muze zijn, en zijn absint.
Ze wil de vonk zijn van zijn lichterlaaie.
Hij is verward, begrijpt niet wat ze wil.
Zijn hart wordt door haar antwoord winterkil.
27 januari, 7+23 februari 2016
In 2016 was het 400 jaar geleden dat William Shakespeare was overleden.
Het Poëziecentrum te Gent organiseerde samen met de universiteit aldaar een Shakespeare-sonnettenwedstrijd.
Er waren vier categorieën: Nederlands en Engels, student en niet-student. Ondanks de Engelse eerste regel, meldde ik mij aan voor Nederlandse wedstrijd voor niet-studenten. En ik won!
Dat betekende een dagje Gent met vrouw en dochters, gevolgd door de prijsuitreiking en een college van Professor Jürgen Pieters onder de hanenbalken van het monumentale pand waarin het Poëziecentrum huist. Belgen weten de poëzie nog te waarderen.
Opvallend: drie van de vier categorieën werden gewonnen door Nederlanders.
Reiger
In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.
Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.
De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.
Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.
24 juni 2015, 16 september 2015
Ergens in de jaren nul (wellicht iets later) ontving de Almeerse dichteres Maria van Daalen een aantal bekende dichters in theater Corrosia.
Een daarvan was Liesbeth Lagemaat. Ik weet nog dat de meeste gedichten onbegrijpelijk waren, en dat ze een tip gaf: schrijf gedichten in een cyclus.
Dat laatste heb ik mij ter harte genomen. Of liever gezegd: met terugwerkende kracht heb terugkerende thema's in mijn gedichten aangeduid als cyclus.
Dit Shakespeare-sonnet is er eentje uit mijn cyclus "Vinexië". Vinexië is een kreet die ik zelf heb verzonnen, maar die al bleek te bestaan.
De oorspronkelijke bedenkers gebruikten het spottend, voor mij is het een geuzennaam.
Het gedicht is geschreven voor de cursus van Co Woudsma, maar het bleek toch iets te licht. Op Het Vrije Vers kwam het beter tot zijn recht, op het forum en de voorpagina.
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.
Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.
De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.
Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.
24 juni 2015, 16 september 2015
Ergens in de jaren nul (wellicht iets later) ontving de Almeerse dichteres Maria van Daalen een aantal bekende dichters in theater Corrosia.
Een daarvan was Liesbeth Lagemaat. Ik weet nog dat de meeste gedichten onbegrijpelijk waren, en dat ze een tip gaf: schrijf gedichten in een cyclus.
Dat laatste heb ik mij ter harte genomen. Of liever gezegd: met terugwerkende kracht heb terugkerende thema's in mijn gedichten aangeduid als cyclus.
Dit Shakespeare-sonnet is er eentje uit mijn cyclus "Vinexië". Vinexië is een kreet die ik zelf heb verzonnen, maar die al bleek te bestaan.
De oorspronkelijke bedenkers gebruikten het spottend, voor mij is het een geuzennaam.
Het gedicht is geschreven voor de cursus van Co Woudsma, maar het bleek toch iets te licht. Op Het Vrije Vers kwam het beter tot zijn recht, op het forum en de voorpagina.
zaterdag 11 februari 2017
Cecil
De tandarts had als schutter grote faam.
Na jaren kruimelwild schoot hij ten slotte
in Afrika een leeuw, die een mascotte
van heel de natie bleek, een leeuw met naam.
De schuldvraag werd gesteld: wie trof er blaam?
Was het de gids, die deze naamleeuw spotte,
of toch de jager-tandarts met zijn botte
vermoordingsdrift, of alle twee tezaam?
Wat naamloos sterft op hakblok of op jachtveld
heeft zelden veel emoties losgemaakt;
je hoort wel eens dat Wakker Dier een klacht meldt.
Ik vind het prima zo, maar één ding mis ik:
bedenk iets vaker wát zo lekker smaakt
wanneer je smult van slavink of van visstick.
februari 2016
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over Patty Scholten, kregen we de opdracht om gedicht te schrijven over een dier met gevatte mooie beelden en humor.
Erg inspirerend was het verhaal van de Amerikaanse tandarts, die met een kruisboog een leeuw ging schieten in Zimbabwe. Met name de selectieve verontwaardiging was geweldig om te zien.
Na jaren kruimelwild schoot hij ten slotte
in Afrika een leeuw, die een mascotte
van heel de natie bleek, een leeuw met naam.
De schuldvraag werd gesteld: wie trof er blaam?
Was het de gids, die deze naamleeuw spotte,
of toch de jager-tandarts met zijn botte
vermoordingsdrift, of alle twee tezaam?
Wat naamloos sterft op hakblok of op jachtveld
heeft zelden veel emoties losgemaakt;
je hoort wel eens dat Wakker Dier een klacht meldt.
Ik vind het prima zo, maar één ding mis ik:
bedenk iets vaker wát zo lekker smaakt
wanneer je smult van slavink of van visstick.
februari 2016
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over Patty Scholten, kregen we de opdracht om gedicht te schrijven over een dier met gevatte mooie beelden en humor.
Erg inspirerend was het verhaal van de Amerikaanse tandarts, die met een kruisboog een leeuw ging schieten in Zimbabwe. Met name de selectieve verontwaardiging was geweldig om te zien.
Distel
De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.
Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,
totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.
Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.
28 februari, 3+4+6 maart 2013
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina. Daar is dit autobiografische vers nog steeds te lezen.
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.
Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,
totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.
Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.
28 februari, 3+4+6 maart 2013
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina. Daar is dit autobiografische vers nog steeds te lezen.
vrijdag 10 februari 2017
Formica Rufa
De deur naar warmer weer staat op een kier.
De dooi biedt uitzicht op een dorre knekel
van waterjuffer, dagpauwoog of krekel.
Ik ben er nog, ik ben dan ook een mier.
We hebben aan die lui een grote hekel.
Dat fladdert en dat fiedelt, maakt plezier,
maar nu zijn ze nog dooier dan een pier,
door kou geveld, verzopen in de pekel.
Wanneer ik voedsel tors door mierenstraten,
dan kijk ik op als er getjirp weerklinkt.
Het is niet goed, maar ik kan het niet laten.
Als vleugelloze voel ik me verminkt.
Het liefste zweef ik weg bij al mijn maten
uit het korset van groepsdwang en instinct.
4-6 februari 2012
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over William Blake, kregen we de opdracht om gedicht over een dier met een diepere laag te schrijven.
(Achteraf gezien zonder succes) ingediend bij de Turing Nationale gedichtenwedstrijd 2012 als nummer 8043.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum met als commentaar: “Dit fraaie meerlagige sonnet is als 8043e aangemeld bij de Turing nationale gedichtenwedstrijd. Onbegrijpelijk dat hij niet bij de laatste 1000 zit.”
Dit leidde tot een interessante discussie over de kansen van vormvaste poëzie bij Turing
Overigens achtte ook de redactie van Het Vrije Vers dit niet geschikt voor de voorpagina.
In oktober 2014 keerde het tij: het gedicht werd opgenomen Ballustrada, jaargang 28 nr. 3/4 .
Cees van der Pluijm verzorgde het blokje Light Verse met 18 gedichten van even zovele dichters, waaronder Kees Torn en Drs. P.
Ook verscheen het op een bijgevoegd stel kaarten.
De dooi biedt uitzicht op een dorre knekel
van waterjuffer, dagpauwoog of krekel.
Ik ben er nog, ik ben dan ook een mier.
We hebben aan die lui een grote hekel.
Dat fladdert en dat fiedelt, maakt plezier,
maar nu zijn ze nog dooier dan een pier,
door kou geveld, verzopen in de pekel.
Wanneer ik voedsel tors door mierenstraten,
dan kijk ik op als er getjirp weerklinkt.
Het is niet goed, maar ik kan het niet laten.
Als vleugelloze voel ik me verminkt.
Het liefste zweef ik weg bij al mijn maten
uit het korset van groepsdwang en instinct.
4-6 februari 2012
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over William Blake, kregen we de opdracht om gedicht over een dier met een diepere laag te schrijven.
(Achteraf gezien zonder succes) ingediend bij de Turing Nationale gedichtenwedstrijd 2012 als nummer 8043.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum met als commentaar: “Dit fraaie meerlagige sonnet is als 8043e aangemeld bij de Turing nationale gedichtenwedstrijd. Onbegrijpelijk dat hij niet bij de laatste 1000 zit.”
Dit leidde tot een interessante discussie over de kansen van vormvaste poëzie bij Turing
Overigens achtte ook de redactie van Het Vrije Vers dit niet geschikt voor de voorpagina.
In oktober 2014 keerde het tij: het gedicht werd opgenomen Ballustrada, jaargang 28 nr. 3/4 .
Cees van der Pluijm verzorgde het blokje Light Verse met 18 gedichten van even zovele dichters, waaronder Kees Torn en Drs. P.
Ook verscheen het op een bijgevoegd stel kaarten.
Manke poot
Ze zijn in elke gracht en elke sloot
zo’n troep met witte snavels, zwarte lijven.
Wanneer ze op de wallekant verblijven,
dan is er eentje met een manke poot.
Die krijgt van mij een extra stukje brood,
waarna de rest jaloers begint te kijven.
Ik denk wanneer de hele troep gaat drijven:
waar is mijn meerkoet met de manke poot?
Nu wil ik u een ander beeld beschrijven:
gegiechel, blonde lokken, lippenrood;
ze zitten zo gezellig met zijn vijven.
Slechts één is er voor mij geen middenmoot,
van één slechts zal de beeltenis beklijven,
dat is het meisje met de manke poot.
24-26 september 2011
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit sonnet over schoonheid met een klein gebrek is niet verder gekomen dan twee bedankjes in het forum. Ik blijf hem aardig vinden.
zo’n troep met witte snavels, zwarte lijven.
Wanneer ze op de wallekant verblijven,
dan is er eentje met een manke poot.
Die krijgt van mij een extra stukje brood,
waarna de rest jaloers begint te kijven.
Ik denk wanneer de hele troep gaat drijven:
waar is mijn meerkoet met de manke poot?
Nu wil ik u een ander beeld beschrijven:
gegiechel, blonde lokken, lippenrood;
ze zitten zo gezellig met zijn vijven.
Slechts één is er voor mij geen middenmoot,
van één slechts zal de beeltenis beklijven,
dat is het meisje met de manke poot.
24-26 september 2011
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit sonnet over schoonheid met een klein gebrek is niet verder gekomen dan twee bedankjes in het forum. Ik blijf hem aardig vinden.
Bloeimaand Mei
Het is weer tijd voor schaamteloos ontluiken.
Het is weer volop lente. Het is mei.
Het groeit en bloeit in bomen en in struiken.
Het zaaigoed schiet te voorschijn uit de klei.
Het dartelt in de stal en in de wei
van veulen, big en lam, van kalf en kuiken.
Al wat niet levend baart legt dril en ei.
De meisjes tonen winterwitte buiken.
Straks veeg ik het gevallen blad weer op.
Het loof dat in oktober naar benee moet
is nu nog jong en groen en voedt mijn weemoed.
Ik ween om elke uitgebroken knop.
Van mij mag alles best een heel stuk korter:
de maand, de rokjes, het gedicht van Gorter.
april 2010
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van april 2010.
Deze is ook terecht gekomen op de verjaardagskalender, die Aldichter eind 2012 heeft uitgebracht.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum en daar is het niet slechter van geworden. Leonora Schreurs had goed commentaar, die ervoor zorgden dat de laatste regels aanzienlijk verbeterd zijn.
Op 03 mei 2010 verscheen dit gedicht op de voorpagina van Het Vrije Vers.
Het is weer volop lente. Het is mei.
Het groeit en bloeit in bomen en in struiken.
Het zaaigoed schiet te voorschijn uit de klei.
Het dartelt in de stal en in de wei
van veulen, big en lam, van kalf en kuiken.
Al wat niet levend baart legt dril en ei.
De meisjes tonen winterwitte buiken.
Straks veeg ik het gevallen blad weer op.
Het loof dat in oktober naar benee moet
is nu nog jong en groen en voedt mijn weemoed.
Ik ween om elke uitgebroken knop.
Van mij mag alles best een heel stuk korter:
de maand, de rokjes, het gedicht van Gorter.
april 2010
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van april 2010.
Deze is ook terecht gekomen op de verjaardagskalender, die Aldichter eind 2012 heeft uitgebracht.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum en daar is het niet slechter van geworden. Leonora Schreurs had goed commentaar, die ervoor zorgden dat de laatste regels aanzienlijk verbeterd zijn.
Op 03 mei 2010 verscheen dit gedicht op de voorpagina van Het Vrije Vers.
donderdag 9 februari 2017
Pastorale
Het vredig dorpsplein in de jonge nacht
stroomt langzaam vol met onvervuld verlangen.
De jeugd gaat bij de oude dorpspomp hangen
benieuwd naar wie of wat is meegebracht.
De winkeldochter die zo kirrend lacht
weet niet door wie zij zich het liefst laat vangen.
De boerenzoon met eelt op rode wangen
is dagenlang gereed al voor de jacht.
Aan haar geeft hij zijn linker iPod-oortje.
Eén melodie stroomt nu door beider lijven:
I love you, baby baby, you’re so sweet.
Twee mensen zijn verbonden door een koordje
en willen ook voorgoed verbonden blijven,
voorgoed aaneen gesmeed door bas en beat.
12+13 september 2009
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van september 2009.
Op 28 september 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
stroomt langzaam vol met onvervuld verlangen.
De jeugd gaat bij de oude dorpspomp hangen
benieuwd naar wie of wat is meegebracht.
De winkeldochter die zo kirrend lacht
weet niet door wie zij zich het liefst laat vangen.
De boerenzoon met eelt op rode wangen
is dagenlang gereed al voor de jacht.
Aan haar geeft hij zijn linker iPod-oortje.
Eén melodie stroomt nu door beider lijven:
I love you, baby baby, you’re so sweet.
Twee mensen zijn verbonden door een koordje
en willen ook voorgoed verbonden blijven,
voorgoed aaneen gesmeed door bas en beat.
12+13 september 2009
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van september 2009.
Op 28 september 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
De muze
Mijn muze rijdt geen vurig volbloedros
dat dreunend draaft met vlammen in de ogen.
Geen hoefslag woelt mijn zielenroersels los.
Mijn muze vliegt niet op een adelaar
die metaforen plukt van regenbogen.
Geen vleugelslag maakt al mijn dromen waar.
Mijn muze vaart niet in een schelp op zee
door orka's en dolfijnen voortbewogen.
Geen ziedend zeeschuim voert mijn verzen mee.
Mijn muze roept vanaf haar omafiets:
"Ik wil me niet met jouw gedicht bemoeien,
maar hier heb ik voor jou een hele goeie."
Na ons gesprek verdwijnt ze in het niets
en ik ga dan met haar suggestie stoeien.
juli 2009
Het Italiaanse sonnet heeft de chute na regel 8 en het Shakespeare-sonnet na regel 12. Dan heb je nog het 10/4-sonnet met de chute na regel 10.
Maar een beetje plezierdichter wil wel eens wat anders: een chute na regel 9. Ik heb maar één sonnet gemaakt van dit type; een aardige eendagsvlieg dus.
Op 8 juli 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
dat dreunend draaft met vlammen in de ogen.
Geen hoefslag woelt mijn zielenroersels los.
Mijn muze vliegt niet op een adelaar
die metaforen plukt van regenbogen.
Geen vleugelslag maakt al mijn dromen waar.
Mijn muze vaart niet in een schelp op zee
door orka's en dolfijnen voortbewogen.
Geen ziedend zeeschuim voert mijn verzen mee.
Mijn muze roept vanaf haar omafiets:
"Ik wil me niet met jouw gedicht bemoeien,
maar hier heb ik voor jou een hele goeie."
Na ons gesprek verdwijnt ze in het niets
en ik ga dan met haar suggestie stoeien.
juli 2009
Het Italiaanse sonnet heeft de chute na regel 8 en het Shakespeare-sonnet na regel 12. Dan heb je nog het 10/4-sonnet met de chute na regel 10.
Maar een beetje plezierdichter wil wel eens wat anders: een chute na regel 9. Ik heb maar één sonnet gemaakt van dit type; een aardige eendagsvlieg dus.
Op 8 juli 2009 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2008 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
woensdag 8 februari 2017
Opgespoten weiland
Wanneer er rijp ligt in het ochtendgloren,
als ooievaars beginnen aan de reis,
dan handelt elke schaatsclub naar behoren:
men spuit een weiland op en hoopt op ijs.
Al wordt het nooit zo koud meer als tevoren,
die wetenschap brengt niemand van de wijs.
De ijsexpert staat klaar om te gaan boren,
de kampioen droomt van de eerste prijs.
Zo’n opgespoten land kan mij bekoren;
het stille water ligt daar unverfroren
en spiegelt al het winterloze grijs.
De echo van het schaatsersparadijs,
de geur van chocolade en anijs,
zijn niet in kille werkelijkheid te smoren.
6 januari 2008, mei/juni 2010
De eerste versie is gemaakt voor en ingeleverd bij de wedstrijd van Hoek van Holland 2008 met als thema “verlangen”.
In 2014 is de verbeterde versie ingestuurd bij de 5e Hillegomse dichtwedstrijd met als thema “Nostalgie”.
Hij viel niet in de prijzen, maar verscheen wel in de bundel.
(Per ongeluk 3 keer opgenomen en ik kan niet kiezen)
als ooievaars beginnen aan de reis,
dan handelt elke schaatsclub naar behoren:
men spuit een weiland op en hoopt op ijs.
Al wordt het nooit zo koud meer als tevoren,
die wetenschap brengt niemand van de wijs.
De ijsexpert staat klaar om te gaan boren,
de kampioen droomt van de eerste prijs.
Zo’n opgespoten land kan mij bekoren;
het stille water ligt daar unverfroren
en spiegelt al het winterloze grijs.
De echo van het schaatsersparadijs,
de geur van chocolade en anijs,
zijn niet in kille werkelijkheid te smoren.
6 januari 2008, mei/juni 2010
De eerste versie is gemaakt voor en ingeleverd bij de wedstrijd van Hoek van Holland 2008 met als thema “verlangen”.
In 2014 is de verbeterde versie ingestuurd bij de 5e Hillegomse dichtwedstrijd met als thema “Nostalgie”.
Hij viel niet in de prijzen, maar verscheen wel in de bundel.
(Per ongeluk 3 keer opgenomen en ik kan niet kiezen)
Slappe koord
Ik volg je op het slappe koord,
ik voel het ritme van je stappen.
We schuifelen gestadig voort;
wie misstapt, die moet hemelhappen.
Ik hoor publiek voorzichtig klappen,
verwondering in angst gesmoord.
Wij tweeën gaan al veel etappen
als koningskoppel door de poort.
We willen zonder vleugels zweven
langs hemelstreep en zonnestraal
en over wolken van gejuich,
maar ik bedenk terwijl ik buig,
dat ik naar al die roem niet taal,
dat ik het liefst met jou wil leven.
5 januari 2008, 15+22 juni 2010
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Toen ik de opdracht kreeg om een liefdesgedicht te schrijven, kwam dit sonnet uit de bus.
ik voel het ritme van je stappen.
We schuifelen gestadig voort;
wie misstapt, die moet hemelhappen.
Ik hoor publiek voorzichtig klappen,
verwondering in angst gesmoord.
Wij tweeën gaan al veel etappen
als koningskoppel door de poort.
We willen zonder vleugels zweven
langs hemelstreep en zonnestraal
en over wolken van gejuich,
maar ik bedenk terwijl ik buig,
dat ik naar al die roem niet taal,
dat ik het liefst met jou wil leven.
5 januari 2008, 15+22 juni 2010
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Toen ik de opdracht kreeg om een liefdesgedicht te schrijven, kwam dit sonnet uit de bus.
Anakin
Ooit glinsterde en glom de sterrenkunde,
de wetenschap van parels in de nacht,
die ons een kijkje in de hemel gunde
en koningen naar verre stallen bracht.
Nu zijn er slechts de ongeziene knallen,
van donkerheid is nu het hart vervuld,
een vloedstroom aan modellen en getallen
die nauwlijks de wanhopigheid verhult.
Ik hoor triomf in opgezwollen taal,
ik zie hoe zich de optocht leiden laat
door zwarte wieven in een winternacht.
Al twijfel ik aan’t Genesis-verhaal
en weet ik niet eens echt of God bestaat,
wel weet ik dat Hij in Zijn vuistje lacht.
8 april 2007
Moderne sterrenkunde hecht grote waarde aan donkere materie en donkere energie, stoplappen om de theorie rond te krijgen.
de wetenschap van parels in de nacht,
die ons een kijkje in de hemel gunde
en koningen naar verre stallen bracht.
Nu zijn er slechts de ongeziene knallen,
van donkerheid is nu het hart vervuld,
een vloedstroom aan modellen en getallen
die nauwlijks de wanhopigheid verhult.
Ik hoor triomf in opgezwollen taal,
ik zie hoe zich de optocht leiden laat
door zwarte wieven in een winternacht.
Al twijfel ik aan’t Genesis-verhaal
en weet ik niet eens echt of God bestaat,
wel weet ik dat Hij in Zijn vuistje lacht.
8 april 2007
Moderne sterrenkunde hecht grote waarde aan donkere materie en donkere energie, stoplappen om de theorie rond te krijgen.
Zijlijn
De coach bepaalt de koers die wordt gevaren.
Hij heeft als zijn kompas alleen de bal.
Het spel golft op en neer in woeste baren.
Geen mens weet wat de uitslag worden zal.
Het speelveld is omzoomd door ouderparen
herkenbaar aan hartstochtelijk geschal.
Ze wanen zich de loods in doodsgevaren,
al zijn ze dan de stuurlui aan de wal.
Verwacht van mij geen enthousiast geroep,
geen ‘shoot’ of ‘breed’ en zelfs geen ‘stick omlaag’.
Ik heb geen goede raad voor scheids of kind.
Ik ben een eindje varen met mijn sloep.
Ik heb mijn eigen eiland voor vandaag.
Mijn palmboom wuift in woordeloze wind.
8 april 2007
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van oktober 2007.
Al mijn gram over mijn avonturen langs het hockeyveld van mij afgeschreven.
Hij heeft als zijn kompas alleen de bal.
Het spel golft op en neer in woeste baren.
Geen mens weet wat de uitslag worden zal.
Het speelveld is omzoomd door ouderparen
herkenbaar aan hartstochtelijk geschal.
Ze wanen zich de loods in doodsgevaren,
al zijn ze dan de stuurlui aan de wal.
Verwacht van mij geen enthousiast geroep,
geen ‘shoot’ of ‘breed’ en zelfs geen ‘stick omlaag’.
Ik heb geen goede raad voor scheids of kind.
Ik ben een eindje varen met mijn sloep.
Ik heb mijn eigen eiland voor vandaag.
Mijn palmboom wuift in woordeloze wind.
8 april 2007
12 jaar lang, van 2005 t/m 2016, was ik lid van Aldichter, de vereniging van Almeerse dichters.
Af en toe veroorloofde ik mij een rijmend vers. Deze kwam aan bod op de laatste zondag van oktober 2007.
Al mijn gram over mijn avonturen langs het hockeyveld van mij afgeschreven.
Abonneren op:
Posts (Atom)