Subheffingen gebruikt als daling


Terug naar de startpagina "Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten"
Naar het vorige hoofdstuk "Super- en subheffingen; de alexandrijn"
Naar het volgende hoofdstuk "Super- en subheffingen in het ollekebolleke"

Subheffingen kunnen zo weinig nadruk krijgen, dat je ze kunt beschouwen als daling. Je kunt ze dan gebruiken op een manier die bij "echte" heffingen niet mogelijk is: ze kunnen een sjwa bevatten, een klinker die per definitie geen klemtoon heeft en dus niet thuishoort in een heffing. Het Nederlands kent 3 soorten sjwa's:
  • toonloze e: lopen, geloof
  • i in -ig: nuttig
  • ij in -lijk: natuurlijk
Vondels "Gijsbrecht van Aemstel" begint met:
∪+∪—|∪+:÷
Hethe-mel-se|ge-recht        

De subheffing se werkt prima. We werken Vondels vinding uit in een jambische en een trocheïsche versie:
Drievoetige jambe
∪+∪—|∪+:÷
Hethe-mel-se|ge-recht        
∪+∪—|∪+:÷
heeftaar-ze-lig|ge-zegd:        
∪+∪—|∪+:÷
"Uwbit-te-re|ge-vecht        
∪+∪—|∪+:÷
isein-de-lijk|be-slecht"        
Viervoetige trocheus
—∪+∪|—∪+:
Inmijnbit-te-|rege-vecht    
—∪+∪|—∪+:
methethe-mel-|sege-recht    
—∪+∪|—∪+:
wordtnuaar-ze-|liggezegd:    
—∪+∪|—∪+:
"Ditisein-de-|lijkbe-slecht"    

Hierover is veel gediscussieerd op Het Vrije Vers, een light verse site die op dit moment helaas tijdelijk uit de lucht is. De discussie spitste zich meestal toe op de vijfvoetige jambe, moeder aller versvormen. Er is consensus over het feit dat lettergrepen 2, 6 en 10 extra nadruk krijgen (de term superheffing moet ik daar nog introduceren) en dat je qua klemtoon wat vrijheden hebt bij de lettergrepen 4 en 8.

Maar toen forumlid Wim Meyles opperde, dat de lettergrepen 4 en 8 waren te beschouwen als dalingen bestreed ik dat, omdat ik te zeer was gehecht aan mijn subheffing (die ik toen nog halve heffing noemde), die tussen daling en superheffing (toen nog: gewone heffing) in zat. Met enige gêne meld ik deze halsstarrigheid.
Forumlid Remko Koplamp vond nog de versvoet paeon secundus: ∪—∪∪. De paeon is een familie van vierlettergrepige versvoeten met 1 heffing en 3 dalingen. Ze hebben een dubbele naam: "paeon" + een latijns rangtelwoord, dat de plaats van de heffing aangeeft.
Wim heeft nadien de versvorm nog aangeduid als cantabila, een woord dat zelf een paeon secundus is.

Bovenstaande trocheus zouden we kunnen aanduiden als paeon tertius.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten