Naar het vorige hoofdstuk "Jambische viervoetsmaat: Nijntjerijm en aanverwanten"
Hoewel we het nooit expliciet gezegd hebben, hoop ik dat de lezer begrepen heeft, dat de lengte van een versregel niet willekeurig gekozen is. De regelovergang markeert een rustpunt, zelf als de scandeermaat niet eindigt met een of meer rusten.
Je kunt ervoor kiezen om metrische versregels niet als zodanig op papier te zetten. Daartoe definiëren we het volgende:
- Een versregel is een regel zoals die op papier staat (dus de bestaande definitie).
- Een metrumregel is een metrische regel, zoals die tot nu toe behandeld zijn.
We gaan ervan uit dat vers- en metrumregel samenvallen totdat deze aanname gaat wringen - Een zetregel is een regel op papier die NIET overeenkomt met een metrumregel. De naam zetregel geeft aan dat de zetter de regellengte bepaalt, niet het metrum.
Ik beperk me tot twee soorten zetregels, maar besef dat dit geen uitputtende lijst is: - een metrumregel wordt op papier in tweeën geknipt, al dan niet halverwege
- twee metrumregels worden op papier samengevoegd tot één zetregel
Eigenlijk zijn we zetregels al tegengekomen, zonder ze zo te noemen, namelijk bij het ollekebolleke. Hier constateerden we dat de 8 versregels met 2 dactyli geen recht deden aan het ritme, maar dat we eigenlijk te maken hadden met 4 dactylische viervoeters.
In het nieuwe terminologie zeggen we, dat er 8 zetregels zijn en 4 metrumregels. Dit is dus een geval waarbij een metrumregel in tweeën is geknipt.
De nieuwe indeling van het ollekebolleke had vooral tot doel om te komen tot beter lopend ritme. Dat is precies de doelstelling bij het onderscheiden van zet- en metrumregels: het vaststellen van het ritme en de scandeermaten wanneer de lay-out van het gedicht die verhult.
Naar het vorige hoofdstuk "Jambische viervoetsmaat: Nijntjerijm en aanverwanten"
Terug naar de startpagina "Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten"
Geen opmerkingen:
Een reactie posten