Posts tonen met het label Aldichter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aldichter. Alle posts tonen

vrijdag 3 november 2017

ZE

Ze hebben van die dreigende gezichten,
die zwijgen in een onbekende taal.
Je weet niet goed waarvan ze je betichten;
ze lijken niet bereid dat toe te lichten.
Hun blik is harder dan het hardste staal.

Minuten en seconden lijken eeuwen.
Ze kijken je maar steeds misprijzend aan.
Je voelt je als geworpen voor de leeuwen.
Het liefste zou je naar ze willen schreeuwen:
Vertel me wat ik jullie heb misdaan!

Ze naderen als woeste watergolven.
Je dobbert in de grote mensenzee
en hebt al gauw het onderspit gedolven.
De stormen huilen als een roedel wolven.
Dan laat je los en huil je met ze mee.

19 mei – 11 juni 2013


Voor Aldichter schreef ik meestal vrije verzen, maar soms kon ik het niet laten. Dit kwintijn is een mooi voorbeeld.
Het is waarschijnlijk mijn meest beklemmende gedicht. Of rijm en metrum de beklemming versterken of juist verminderen, lijkt me iets voor exegeten. Ik hoop natuurlijk op versterking.

De leden van Aldichter waardeerden dit gedicht zo, dat het werd opgenomen in de losbladige bundel “Los-Vast”.
Ook is het geplaatst in de rubriek Wassily’s frisbee van literair tijdschrift Schoon Schip 2013/4.


woensdag 18 oktober 2017

Wintertijd

De zorgeloze wereld is ontgroend
Haar schoonheid is verdord, vergeeld
verknisperd onder haastige voeten

Door bladloze bomen schijnt de fletse zon
te moe om de wolken open te scheuren
De poolwind doet zomergasten uitgeleide

De dag heeft zijn extra uur ingeslikt
De lengende nacht schuift aan bij het avondmaal
twijfelzone tussen schemerlicht en schemerlamp

Verlichte vensters slaan wakken in het duister
kijkdozen van geborgenheid
cocons waarin vlinders voor eeuwig vliegen

De eerste schaatser kerft zijn naam in het ijs

November 2006


Dit watergedicht is geschreven voor Ballade, het werknemersblad van waterschap Zuiderzeeland. Het nummer van december 2006 had als thema “sfeer”.
Dit gedicht is ook bij Aldichter voorgelezen toen de wintertijd inging.


zondag 1 oktober 2017

Kratfiets

Kaarsrechte meisjes blikken
zelfbewust de wereld in.
Hun silhouet is van een
bakkersknecht of uit ET;
ik wacht tot ze opstijgen.

Maar ze stijgen niet op.
En ze stijgen ook niet af.
Statig pedalerend als freules
uit oude boeken gaan ze voort
alleen of in kleine groepjes.

De wereld wacht op hen,
de wereld wil hen verleiden,
maar zij fietsen verder,
veilig verschanst achter
het krat op hun fiets.

22+24 mei, 17-19 juni, 30-31 augustus 2015


Opdracht van Aldichter: Maak een gedicht over een vervoermiddel.
Dit modieuze vervoermiddel schoot mij als eerste te binnen. Als het over een paar jaar weer uit de mode is, dan is het in ieder geval poëtisch geboekstaafd.


maandag 25 september 2017

Kevin groet ’s avonds zijn vrienden

Hey Bram met boterham met jam op Instagram
                                                            yam yam
Hey Orterio naast je bed
Hey iPhone in Orterio’s bed
Hey Rachid met je tweet
                en
Hey Rachid met je Android
        tweet en Android
        van Rachid

HEE-EY ROSEMARIJN
hey lieve Rosemarijn
hey kleine lieve Rosemarijn mijn
Heel de nacht zal ik bij je zijn

Niels Blomberg, 12-15 februari 2015


Opdracht voor de Aldichter-avond van februari 2015:
maak een pastiche, dus neem een bestaand gedicht en verander het zonder de stijl of het metrum of rijmschema te veranderen.
Ik hoop dat je het bestaande gedicht herkend hebt: “Marc groet 's morgens de dingen” van Paul van Ostaijen.

Dit gedicht is opgenomen in “Klinkers en Medeklinkers”, de bundel die die is uitgebracht naar aanleiding van 20 jaar Aldichter

zondag 24 september 2017

Vingertoppen

Twee handen in het hardzand
Door de korrelkoelte
voelde ik je vingertoppen
nagels door het leven gehard
God en Adam alleen in de schepping

Twee jaren schampen elkaar
dragen de feestende wereld op handen
In de winterkilte zie ik de hemel
die jij voor mij verlicht
Ik vind je terug in elke vuurknal

Jij kocht ijsjes met spikkels en zand
Jouw sigaar ontstak mijn vuurpijl

Je gezicht spiegelt in de ruit
Ik voel je vingertoppen door het glas

24-26 maart 2008, 25 mei 2008, 17 juni 2010


Dit is een gedicht waaraan ik gehecht ben. Zoals je ziet vaak herschreven voor mijn doen.
Maar bij anderen lijkt het minder in de smaak te vallen: vier keer is het zonder succes opgestuurd naar een gedichtenwedstrijd en één keer is het geweigerd voor een bundel van Aldichter.
Een secuur speurder kan het wel terug vinden op de Facebook-pagina “Poëzie en Kunst” van Gea Zwart

Het begin gaat terug naar een van mijn oudste herinneringen: op de kleuterschool groeven we van twee kanten, zodat wij in het koele hardzand elkaars vingers voelden.
Voor de duidelijkheid: in dit gedicht zijn het niet twee kleuters, maar opa en kleinkind, die elkaars vingers voelen.

woensdag 20 september 2017

De Dichter

Ik tors geen verf of marmer, ik tors woorden
Christoffel van de ongeschreven verzen
Ik waad door stroomversnelling en door drijfzand
Gedachten hebben woordeloos gewicht

Ideeën trekken plagend aan mijn oren
En bastaardwoorden spelen met mijn haren
De ongeknede strofe schreeuwt om aandacht
De wind waait hele zinnen uit mijn mouw

Nu ben ik aan de overkant gekomen
Het jonge vers springt juichend van mijn schouder
En huppelhinkelt weg langs 's Heren wegen
Ik tors een verse woordenlading terug

20 november 2008


Er zijn dichtbundels vol geschreven over het schrijven van gedichten. Poëzie leent zich bij uitstek leent voor bespiegelingen, al dan niet met betrekking tot het ambacht van dichter.

In proza zie je zie je wel eens een schrijver voorbij komen. Schilders doen veel aan zelfportretten, maar slechts zelden heeft de geportretteerde zelf een kwast in de hand. Beethoven schreef “Für Elise”, niet “Für mich”.
Hoe het ook zij, ik kon niet achterblijven, ik moest een gedicht over een dichter schrijven..

16 juli 2017 voorgelezen in theeschenkerij Oldeniel bij Hattem in het kader van Dichter op de IJssel / IJsselbiënnale Poëzieprijs 2017


maandag 26 juni 2017

Sterfelijkheid

Hij is het treiterbroertje van de dood
lust geen beschuit met muisjes
en laat zich ook niet zien bij
het eerste trekje
het eerste glaasje
het eerste meisje

Met zotskap en narrenlach
wacht hij je op
halverwege
Schaterlachend duwt hij
oneindig opzij

Samen op de wip
stuwt hij je steeds hoger
en hoger tot je
benen bungelen boven
peilloze diepten tot je
schreeuwt dat je eraf moet omdat je nog
te veel te doen en
te weinig tijd hebt

Als je weer met beide benen
op de grond staat
hef je samen het
glas
en
wacht
op de komst van zijn grote broer

9 juli 2009, april 2010


Een echt midlifecrisisgedicht, geschreven voor Aldichter.
Eén van mijn vier gedichten in “Klinkers en Medeklinkers”, het overzicht van 20 jaar Aldichter.



vrijdag 16 juni 2017

Kopstation

Ik ben het eindpunt
stootblok waarop je
zoektocht te pletter loopt
Raap je bezittingen
bij elkaar en stap
uit

Ik ben het nooit beloofde land
Leg je rusteloze hoofd
in mijn moederschoot
Hang je kleren in mijn kast
strijk de reiskreukels
uit je feestkledij

Ik ben de ankerplaats
veilige haven en blok
aan je been
Wij dansen samen
op gepaste afstand
tot
jij bezwijkt voor de lokroep
van de eerste trein

31 juli, 13 augustus, 26+27 oktober 2009


Er zijn van die gedichten, waar je persoonlijk aan gehecht bent, maar die door anderen minder worden gewaardeerd. Dit is er zo’n gedicht.

In oktober 2009 is het voorgelezen bij Aldichter, maar het is te licht bevonden voor de bundel “Klinkers en Medeklinkers” met daarin een overzicht van 20 jaar Aldichter.



zondag 11 juni 2017

Getemd

De schuimgetopte westenwind
stuwt schepen voort van golf naar golf
Familie bidt voor man en muis
De meeuw zweeft langs

Het giert in kieren van basalt
rukt plagend aan het autostuur
De fiets bevecht de tegenwind
Het valkje bidt

Het ingekaderd polderland
Het Paaseiland van spierwit staal
De koppen in de wind gedraaid
De strijd begint

Drie zwaarden maaien in het rond
verhakselen orkaangeweld
tot elektronenstroom
De storm getemd

30 augustus, 24 september 2008, 5 juni 2017


Geschreven voor Aldichter, een ode aan de Flevolandse windmolens.
Deze windmolens zijn niet onomstreden. Ik vind het prachtig, al die blaasbloemen in het vlakke Flevolandse polderland.

Dit is trouwens een van de weinige gedichten die ik heb aangepast bij de selectie van de 60 gedichten.




OUDE VERSIE OP YOUTUBE

zaterdag 10 juni 2017

Scheerwater

Een zeemansgraf voor zeep en eendagshaar
Een handwarm bad dat troost biedt in de wintermorgen
wanneer resten van de oude dag onwennig drijven
in het schuimend water

Kleine mesjes halen rijke oogsten van het stoppelveld
De gladde huid verschijnt in witgebermde banen

Ik keer de spiegel mijn andere wang toe
om mijn hand te leiden rond de bocht van de kaaklijn
langs blindelings ontweken oneffenheden

en zwel van trots wanneer deze dag
net zo bloedeloos begint als
hij ook vanavond weer zal eindigen

11 september 2008, 3-17 maart 2010


Eén van de projecten die ik als waterdichter wilde opzetten was “Woordwater”, een reeks gedichten waarvan de titel bestaat uit één woord dat eindigt op -water.
Via een online rijmwoordenboek vond ik 127 woorden, maar die lijst heeft slecht acht gedichten opgeleverd.

Voorgelezen bij Aldichter waarna de definitieve versie tot stand is gekomen.
Daarna – zonder succes – ingestuurd naar de Maerlant Poëzieprijs 2009, met als thema “Water”. De Maerlant Poëzieprijs is een driejaarlijkse wedstrijd van Kunstspoor, de kunstenaarsvereniging van Noord-Beveland. Toen ik dit instuurde, wist ik nog niet dat ik een krap jaar later les zou krijgen van een van de juryleden, Co Woudsma.


Hoe lees ik een gedicht?

vergeet wat juf vertelde over
stil
en
in je hoofd

laat je tong krulleklakken
leg je hart er bovenop
laat alle zinnen zingen in
binnen- buiten- bovenrijm
laat klinkers en medeklinkers
leven en medeleven

houd geen ramen of deuren gesloten
wanneer de woorden waaien
in de zucht van de ziedende zee
in de voorjaarswind die de
eeuwige sneeuw ontdooit

vergeet wat juf vertelde over
stil
en in je hoofd

Idee: 24 september 2007
Gedicht: 19 september +4 november 2009


Hier heb ik dus twee jaar op lopen broeden. Ik herinner me weinig meer van het broedproces.
Waarschijnlijk heb ik het idee min of meer opgeschreven en heb ik – met Aldichter als stok achter de deur – daarvan later dit gedicht gemaakt.
Ik herinner me dat de Aldichters hierover wel enthousiast waren, maar toch is het tot keer toe geweigerd voor een bundel.

Ik doe niet zo vaak wat met vorm, maar deze moest echt gecententreerd.

maandag 5 juni 2017

Stoel

Je was het centrum van de jongedameskamer
die ik schroomvoetend binnentrad,
bondgenoot van kantineborden en bazaarbestek.
Het rafelde in je bekleding van ontijdloos ribfluweel.
Je veren zuchtten onder ons gewicht.

De borden braken, de vorken roestten,
maar jij bleef het centrum van een uitdijend universum,
laatste toevlucht in de stoelendans.
Je werd opnieuw bekleed, je veren
vernieuwd waardoor je steeg tot grote hoogte.

Laatst, toen ik stiekem naar je keek zag ik de eerste rafel.

Binnenkort gaat de oudste op kamers.

27 november 2007


Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.

Het is volledig autobiografisch, kortom mijn Knausgård-gedichtje.
De stoel in kwestie staat 10 jaar later nog steeds in de huiskamer, hoewel de laatste regel wellicht anders suggereert.


Keukenla

Ik ben de keukenla na het feest.
De muziek is verstomd, de kaarsen gedoofd,
de geuren verwaaid, de nadorst gelest,
en zelfs de wijnvlek is in zout gesmoord.
De keukenla zoekt naar de kurkentrekker.

Ik ben de keukenla van het leven.
Bestek uit Grootmoeders tijd ligt naast
het HEMA-mesje van twee kwartjes
op een bedje van vergeelde spaarkaarten.
Alles kent zijn plaats in de microkosmos.

Ik ben de keukenla van de taal.
Ik leg de woorden zij aan zij
die ik gered heb uit de goot
of die ik plukte op de tong.
Ik poets ze op met zilverglans.

juli 2007


Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.

Oorspronkelijk geïnspireerd op het feit, dat je nooit iets kunt vinden in de keukenla als welwillende gasten menen te moeten opruimen.


Verjaardagskalender

De geborgenheid toonde onbekende
namen in sierlijk schoonschrift.
Jaartallen vertelden vergeelde
verhalen van oma’s en tantes.
Silhouetten uit een zwart-wit verleden
kleurden de verdwenen eeuw.

Het schoonschrift is verbleekt,
onleesbaar en ongrijpbaar.
Met grote blijdschap zijn
nieuwe namen toegevoegd.
Zelfs de vorige eeuw
is niet meer wat het is geweest.

19-28 augustus 2007


Bij Aldichter zitten veel herschrijvers, dichters die eindeloos blijven prutsen aan hun gedicht, die jaren later nog met wijzigingen komen.
Ik ben niet zo’n herschrijver geworden; op een goed moment is een gedicht gewoon af.

Uitzondering is dit gedicht, dat een paar keer herschreven is, omdat het niet duidelijk bleek. Uiteindelijk heb ik alle wijzigingen geschrapt; de finale versie lijkt heel erg op het origineel.

Als kind was ik gefascineerd door de jaartallen op de verjaardagskalender, vooral die uit 18-zoveel. Mijn 19e eeuw eindigde pas met de dood van mijn Oma in 1992. Mijn 21e eeuw begon 8 jaar later met de geboorte van een neefje.


Koningen van de mat

Twee jassen waren het hoogste doel
Geen lijnen bepaalden onze dribbel
onze slalom
onze sliding
Hi Ha Hondepoep

Geen keeper weerstond onze punter
binnenkant paal
Geen lat keerde ons schot
op het keukenraam
Geen achterlijn dwong ons in de hoek
Driemaal corner pinanti

Wij waren de koningen
van het poepveld
Keizer waren we en Cruijff

Koningen waren we
op weg naar de zege in de Europacup
naar de triomfboog in Barcelona
naar het koningsdrama in München

Troonsafstand deden we pas
wanneer we om half zes
huiswaarts keerden
met eretekens van gras
op de hermelijnen mantels

April 2007


Aldichter heeft dode-dichteravonden, waarbij leven en werken een overleden dichter centraal staan. Op 27 september 2007 was het de beurt aan de Griekse dichter Konstantínos Kaváfis.
Het gedicht “Alexandrijnse koningen” beschrijft de kroning van de drie zonen van Cleopatra. Net als hun moeder zijn ze zetbaas van het Romeinse rijk, maar dat mag de pret niet drukken: het feest is mooi en de drank is gratis.
Bovenstaand gedicht is losjes geïnspireerd op “Alexandrijnse koningen”.


Mail

Een rijstebrijberg van
ongekookte hersenspinsels.
Woorddiarree vol
onverteerde brokken.
Une mer à lire.

Wie vooruit wil
Blackberry’t zich door
plafonds van kogelvrij glas
met in zijn spoor
ellenlange handtekeningen,
lintwormen van ijdelheid.

CC-vliegen zoemzeuren om mijn hoofd
in vicieuze cirkels
van hoor en wederhoor
van spraak en tegenspraak
van voorwaarts en gauw vergeten.

Maar
            ooit,
                        ooit,
                                    ooit,
als het laatste woord is gezegd,
als de laatste discussie is gesloten,
als het scherm zich vult met geuren en kleuren,

dan ontpopt woordeloos
de vlinder.

Ik sluit het laatste venster
en laat hem vrij.

27 februari 2006, 25 maart 2006


Geschreven voor de Aldichteravond van april 2006. De vormvastheid is geheel verdwenen.
Is het gedicht gedateerd? Een beetje: de Blackberry is vervangen door de iPhone.
E-mail is veelal vervangen door Whatsapp, Facebook, Snapchat en wat dies meer zij, maar in het bedrijfsleven geldt dat eigenlijk niet; daar gaat het bombardement van e-mail gewoon door.


zondag 14 mei 2017

Slivovitsj

Ik heb je voor het laatst gesproken
in de pruimentijd.
De mooiste, de blauwste pruimen
waren voor de slivovitsj.
We toostten op ons land,
onze taal, onze toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen godshuis.

Ik heb je voor het laatst gehoord
bij de pruimenboom.
Je sprak fel en vurig
opgezweept door slivovitsj.
Je sprak van een nieuw land,
een nieuwe taal, een nieuwe toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen front.

Ik heb je voor het laatst gezien
bedekt met pruimenbladeren.
Mijn hoofd bonsde, mijn keel schroeide,
als na een nacht goedkope slivovitsj.
Je lag daar zonder land,
zonder taal, zonder toekomst.
Ik sloot je ogen en ging
terug naar mijn eigen leegte.

maart/april 2005


Toen ik lid in 2005 werd van Aldichter, had ik mij voorgenomen rijmend te blijven schrijven.
Maar gelukkig was de verleiding om dat niet te doen te groot. Dit gedicht is nog behoorlijk vormvast: alle drie de strofen hebben dezelfde opbouw.

De aanleiding om dit gedicht te schrijven was een avond over Bosnië op 25 mei 2005. Er waren veel Bosnische vluchtelingen in de zaal; de Joegoslavië-oorlog was nog vers in ieders geheugen. Aldichter zou de avond met gedichten opluisteren. Dit is een van de twee gedichten die ik toen heb voorgelezen, tijdens mijn eerste publieke optreden na de prijsuitreiking van de Almeerse poëzieprijs.

Het is lastig om een gedicht te schrijven over een land waarvan je eigenlijk niets weet, behalve dat ze er pruimenjenever stoken, slivovitsj.

Later is het onder de titel Bosnische Slivovitsj geplaatst in Schoon Schip 2013/4, in de rubriek Wassily’s frisbee.
Ook is hij opgenomen in het boekwerk ter ere van 20 jaar Aldichter, “Klinkers en Medeklinkers”


Oud zeer

De sfeer van onbesproken
hangt ijskoud om me heen.
Ik voel me heel alleen
met honderdduizend spoken
onzichtbaar weggedoken
als lijken in het veen.
De geur van onbesproken
hangt ijskoud om me heen.

Soms is het uitgebroken
dwars door een muur van steen.
En dan schrikt iedereen,
want niemand heeft geroken
de geur van onbesproken.

Januari 2005

In januari 2003 won ik de eerste Almeerse poëzieprijs. Toch duurde het nog tot januari 2005 voordat ik de stoute schoenen aantrok en mij aanmeldde bij Aldichter.
Op 30 januari 2005 nam ik dit gedicht mee. Notulist Mark van der Schaaf noteerde:

“Nieuweling Niels Blomberg won in 2002 al eens de Almere Poëzieprijs en wilde na de nominatie dit jaar er nu eindelijk eens werk van maken. Uitstekend idee. Hij bracht ‘Oud zeer’ in. Een rondeel dat in zijn bewoordingen ongeveer de stijl is die ik zoek. Niels had zijn rijmwoorden goed gekozen. Geen blijk van rijmdwang, een compact geheel met enkele aardige vondsten. De mooiste? Onzichtbaar weggedoken / als lijken in het veen. ”

Op 17 november 2010 heb ik dit voorgelezen in de bibliotheek van Almere tijdens de avond van “Nederland Leest”, rond “ De Grote Zaal” van Jacoba van Velde.

woensdag 12 april 2017

Lachgas

Ik weet dat het wordt aangeduid als N2O
of ouderwets als stikstofoxidule
Ik ken de wetenschappelijke namen

Ik weet dat het wordt gebruikt
in operatiekamers en nutteloos
zou zijn geweest bij de Marne

Ik weet niet hoe het ruikt
of hoe het smaakt
of hoe het voelt

Soms is het er gewoon
Dan zie ik mondhoeken krullen
en ogen glinsteren in de zon

Soms is het er gewoon
in lentegroen of herfstrood
in vogel-V van noord naar zuid

Soms is het er gewoon
in een woord dat rolt van een tong
en stilvalt op een trommelvlies

9-10 september 2008 + 2 maart 2009 + 15 november 2016


Dit gedicht uit september 2008 is een half jaar na dato besproken bij Aldichter.
Weer twee jaar later, op 10 april 2011, verscheen hij op het gedichtenforum van Contrabas. De belofte om dit gedicht in een bundel op te nemen is helaas nog niet nagekomen. Ooit heb ik persoonlijk gevraagd aan Chrétien Breukers, de drijvende kracht achter “Contrabas”, maar ook dat heeft niet geholpen.

Ik heb dit gedicht aangeboden voor de bundel “Vijf” van Aldichter, maar zonder succes.
Wel moet hij komen in “Klinkers en Medeklinkers”, het in 2017 of 2018 te verschijnen overzicht van 20 jaar Aldichter.

Niet onvermeld mag blijven, dat Zaj De Meester op 12 april 2017 de laatste 3 strofen heeft geplaatst op zijn onvolprezen Facebook-pagina “Lezenswaard”.

maandag 20 maart 2017

Julius

Hij heeft destijds gestreden om de macht
en kwam als winnaar uit die strijd naar voren.
Een eigen maand heeft hij zich toebedacht;
Quintilis zou hem voortaan toebehoren.

Toch overschatte hij zijn eigen kracht
toen hij ging buurten bij de senatoren.
Die hebben hem met messen opgewacht
om hem daarmee vakkundig te doorboren.

Ik lig hier in een zwoele zomernacht
te wachten op het roze ochtendgloren
wanneer de hele wereld leeft en lacht
omzoomd door zoetgevooisde vogelkoren.

Had Julius ook oog voor deze pracht
of liet hij het in zwaardgekletter smoren?


23 juni 2009

Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken.
Dit gedicht is geschreven voor de verjaardagskalender van Vereniging Aldichter, maar het heeft het niet gehaald. Het is ook wat licht van toon.
Op 3 juli 2009 verscheen dit sonnet op de Plezierdichtershyve.
Op 30 juni 2012 heb ik het geplaatst op Het Vrije Vers en zelfs op deze blog