Aanvaardbare verschillen tussen versregels

Terug naar de startpagina "Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten"
Naar het vorige hoofdstuk "Super- en subheffingen in het ollekebolleke"
Naar het volgende hoofdstuk "Scandeermaat 2: Viervoetsmaat"

Versregels van hetzelfde gedicht kunnen op verschillende manier van elkaar verschillen
  • Type versvoet
  • Aantal versvoeten
  • Rijmgeslacht
  • Aantal tweevoetsmaten
We beperken ons tot gedichten waarbij alle versregels hetzelfde metrum hebben, dus dezelfde versvoeten gebruiken.
Volgens de traditie dienen binnen een gedicht het type en het aantal versvoeten per versregel gelijk blijven, terwijl het rijmgeslacht mag veranderen. (Het aantal tweevoetsmaten is geen bekend criterium.)

Wij introduceren een nieuw criterium:
  • Binnen een gedicht zijn type versvoet en aantal tweevoetsmaten gelijk
  • We vermijden constructies waarbij de laatste tweevoetsmaat geen heffing bevat
Dit werken we nu uit voor de jambe en verschillende aantal tweevoetsmaten

Eén jambische tweevoetsmaat
Aantal
versvoeten
Geslacht Aantal
lettergrepen
1 mannelijk 2
1 vrouwelijk 3
2 mannelijk 4
Een wat ongebruikelijk constructie, die we alleen opvoeren voor de volledigheid.

Twee jambische tweevoetsmaten
Aantal
versvoeten
Geslacht Aantal
lettergrepen
Opmerkingen
2 vrouwelijk 5 Niet gebruikt: geen heffing in 2e tweevoetsmaat
3 mannelijk 6  
3 vrouwelijk 7  
4 mannelijk 8  
Beide drievoetige jamben zijn bruikbaar en de mannelijke viervoetige jambe ook. We komen nog terug op deze combinatie.

Drie jambische tweevoetsmaten
Aantal
versvoeten
Geslacht Aantal
lettergrepen
Opmerkingen
4 vrouwelijk 9 Niet gebruikt: bevat geen heffing
5 mannelijk 10  
5 vrouwelijk 11  
6 mannelijk 12 Niet gebruikt wegens gebrek aan superheffing
klik hier
Omdat alleen de beide vijfvoetige jamben bruikbaar zijn, komen we uit bij de traditionele conclusie, dat bij de vijfvoetige jambe mannelijk en vrouwelijk rijm in één gedicht kunnen bestaan.

Vier jambische tweevoetsmaten
Aantal
versvoeten
GeslachtAantal
lettergrepen
Aantal
tellen
alexandrijnmannelijk1214
alexandrijnvrouwelijk1315
7mannelijk1414
7vrouwelijk1515
In het hoofdstuk "super- en subheffingen; de alexandrijn" staat beschreven waarom we als zesvoetige jambe alleen de alexandrijn gebruiken.
Speciaal voor de alexandrijn is er een extra kolom toegevoegd, aantal tellen. Normaal gesproken zijn het aantal lettergrepen en het aantal tellen gelijk, maar de alexandrijn heeft een cesuur, twee tellen rust na de zesde lettergreep.

Bij zowel de alexandrijn als de zevenvoetige jambe kun je de mannelijke en vrouwelijke variant in één gedicht toepassen.

Bovendien is het mogelijk om in één gedicht alexandrijnen en een zevenvoetige jamben te gebruiken. De vraag is of je dat moet doen, want het kan voor de lezer verwarrend zijn als versregels met en zonder cesuur door elkaar staan. 
Maar er bestaat een versvorm waarin dit wel degelijk gebeurt: het eierboerrijm. Dat is onze vertaling van Poulter's measure. Deze versvorm bestaat uit rijmende versregelparen, waarvan de eerste een alexandrijn is en de tweede zevenvoeter.
George Gascoigne is de bedenker. Als Engelsman gebruikte hij alleen de mannelijke vormen met afwisselend 12 en 14 lettergrepen. Dat deed hem denken aan de werkwijze van eierboeren: het eerste dozijn bevat 12 eieren en het tweede dozijn 14.

Naar het volgende hoofdstuk "Scandeermaat 2: Viervoetsmaat"
Naar het vorige hoofdstuk "Super- en subheffingen in het ollekebolleke"
Terug naar de startpagina "Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten