vrijdag 6 augustus 2021

Ik sta in DBNL

In 2012 won ik de Vondel-prijsvraag van Onze Taal met het gedicht "In den arena" over de machtsovername van de Cruijffianen bij Ajax.
Tot mijn verbazing en vreugde heeft dit gedicht gezorgd voor een auteurspagina in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

donderdag 29 juli 2021

Zoeken in "Dagen van het Jaar"

Dit is een zoekprogramma voor de prachtige site Dagen van het jaar.
Het is bewonderenswaardig dat iemand de moeite neemt om dagelijks bij te houden wat er gaande is.

Het enige wat ik miste was een zoekpagina door de jaren heen, want als dichter wil je niet alleen laten inspireren door wat vandaag brengt, maar juist door wat er morgen of overmorgen staat te gebeuren. Paradoxaal genoeg moet je dan juist terug in de tijd, naar dezelfde datum in de afgelopen jaren.

Maand:
Dag:

Even geduld aub, bezig met berekenen

zondag 7 maart 2021

Hordenhond

© Tejo Coen (foto geplaatst met toestemming van de fotograaf)


Mijn zoon wil niet naar voetbaltraining
mijn dochter niet naar gymnastiek
Ze doen nu iets in de muziek
vrij slaapverwekkend naar mijn mening

Gelukkig is het wat geworden
met onze hond want die loopt horden

Niels Blomberg, 7 oktober 2020


De bibliotheek van Brasschaat houdt ieder jaar een dichtwedstrijd onder de naam "Dichter in Beeld". Met dit gedicht bereikte ik de 7e plaats.
Corona Volente ga ik op 23 september naar Brasschaat voor een poëzieworkshop van Maud Vanhauwaert.

woensdag 23 oktober 2019

2e en 3e prijs in Gelselaar

Ter gelegenheid van de appeldag in het Achterhoekse Gelselaar waren 3 wedstrijden georganiseerd: een fotowedstrijd, een poëziewedstrijd in het Nedersaksisch en een poëziewedstrijd in het Nederlands.
Aan die laatste wedstrijd heb ik meegedaan. Mijn 3 inzendingen zijn allemaal genomineerd en 2 vielen er in de prijzen


Ontmoeting in de boomgaard (3e prijs)

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
Ik zie dat je pit hebt voor vijf
Mijn lievelingskostje
Je hebt een rood blosje
dat glimt en dat glanst als ik wrijf

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
Ik weet al meteen: dit is raak,
rondlijvig, kort-stelig,
iets zurig, iets melig,
maar altijd precies naar mijn smaak

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
O Honingzoet hoogstamproduct
O Gamerse Zure
Je hebt nog dat pure
Je bent uit de hemel geplukt



De appel valt (2e prijs)

De appel valt steeds verder van de boom.
Ik ben niet goed in snoeien van de takken,
die door de vele appels bijna knakken.
Ach, waarom hield ik hem toch niet in toom?
Nu zijn ’t de buren die mijn appels pakken.



Rapen of plukken?

Zal ik mijn appels gaan rapen of plukken?
Wacht ik op stormen met herfstige nukken
zodat ik enkel nog maar hoef te bukken
als ik een appel wil eten?

Zal ik mijn appels gaan plukken of rapen?
Als ik ze pluk kan geen rups ze nog kapen,
maar ik ben niet voor een ladder geschapen;
ik ga bij voorbaat al zweten.

Zal ik mijn appels gaan rapen of plukken?
Ik kan van keuzestress bijna niet slapen.
Geen van de opties kan mij echt verrukken.
Zal ik mijn appels gaan plukken of rapen?
Ik zou het werk’lijk niet weten.


Daar sta ik dan met mijn 2 prijzen, terwijl Boeije Jansen van de Lochemse boekhandel Lovink sinds 1846 de winnaar gaat halen.


Mijn 2 boekenbonnen heb ik besteed aan 8 cm poëzie


zondag 11 november 2018

Hemelstrepen



Het firmament zit vol verwaaide hemelstrepen
en er is voor de rest geen wolkje aan de lucht.
De homo sapiens toont zijn veroverzucht.
God liet Zijn hemel blauw, de mens heeft ingegrepen.

Zien wij hier het bewijs van menselijke klasse
of juist het vlagvertoon van al die broeikasgassen?

Niels Blomberg, gezien bij de Oostvaardersplassen op 3 november 2018

zondag 29 juli 2018

Hoe win ik de Tour de France?

Wielrenners opgelet
spoedcursus Tour winnen
klim als een adelaar
daal ongedwee

pak elke tel in de
bonificatiesprint
dan heb je geel
op de Champs-Élysées

Niels Blomberg, 29 juli 2018


Niet geplaatst op Het Vrije Vers vanwege dit gedicht van Peter Knipmeijer

zondag 28 januari 2018

Drie hinkelrijmen

Het eerste hinkelrijm ooit
De admiraal begon op maandag
de voorbereiding van zijn zeeslag.
Het eerste thema dat hij aansneed
was of de vijand nog wel meedeed.
19 april 2008

De obese mus
De verlokking van de broodplank
waar hij dagelijks aan blootstaat
zijn een geestelijke pijnbank
want hij mag uitsluitend lijnzaad
5 januari 2014

Eindelijk rijmen op Blomberg
Hinkelrijm van Blomberg
voel je in je beenmerg
scherp gelijk een kromzwaard
smakelijk als peentaart
3-25 januari 2018


Hinkelrijm is – behalve de naam zelf – door mij verzonnen.
In de Plezierdichtershyve waren er diepe discussies over rijm.
Dag/slag is een correct rijmpaar.
Maandag/slag is schrikkelrijm, incorrect vanwege de klemtoon.
Maandag/aanslag is dubbelrijm, dat is weer goed.
Maandag/zeeslag is een twijfelgeval. Jaap Bakker, de schrijver van het Nederlandse rijmwoordenboek, noemt het zwak rijm. Op de plezierdichtershyve noemden we het dalrijm. We waren geen fan.

Ik vroeg of dubbel dalrijm met gekruist rijm in de eerste lettergreep wel acceptabel was: Maandag/zeeslag/aansneed/meedeed. De anderen waren enthousiast. Musonius, Haagse bard en oprichter van de pleziersdichtershyve verzon de naam: hinkelrijm.


zaterdag 27 januari 2018

Uitgecheckt

Vandaag ben ik voor één keer uitgecheckt,
  voor één keer van het rechte spoor.
    Ik schoorvoet stevig door.
      De trein vertrekt.

De echo van het fluitsignaal verwaait.
  Perronwind stuwt mij voort, voort,voort
    als koning door de poort
      die openzwaait.

Ik voel me vrij, maar ook een spijbelaar.
  Vandaag maak ik een nieuw begin.
    Nee, nooit meer check ik in;
      vergeet het maar!

Ik klim op het talud en in een wip
  leg ik hem op het juiste spoor.
    Straks is hij middendoor,
      mijn kaart met chip.

12-15 december 2015, 17 april 2016


Geschreven voor de cursus van Co Woudsma, naar aanleiding van een les over de Engelse dichter George Herbert, die leefde rond 1600. Het gedicht moest wel rijmen en metrisch zijn, maar de regels niet even lang.
Dat is een aardige klus voor een plezierdichter. En het is nog een aardig gedicht geworden ook.

vrijdag 26 januari 2018

Stoer

Vanmiddag ga ik mee met Pier.
Dat vind ik mooi, want Pier is stoer.
We hangen samen op de brug.

Het water is hier spiegelglad.
Wij zweven in de grijze lucht
die langzaam onder ons verglijdt.

Pier spuugt. Een kring ontstaat, dijt uit.
Het wolkendek toont siddering
en dan komt alles weer tot rust.

Ik zamel op, ik barst zowat.
Ik spuug de speekselbal heel ver.
De wolken deinen rusteloos.

Pier gooit een kiezel. Opwaarts schiet
een cumulus, de lucht betrekt.
Er vallen druppels op ons neer.

Ik gooi een kei, het firmament
verduistert, slaat zijn donderslag,
die mijlenver te horen is.

Pier pakt de afvalbak, ontwortelt
hem en lazert hem ver weg.
Wij samen in de onweersbui.

Dan pak ik Pier. Hij vliegt, hij valt.
De wolkbreuk spoelt de wereld schoon
en sleurt mij mee de diepte in.

Vanmiddag ging Pier mee met mij.
Dat vond hij mooi, want ik was stoer.
We hingen samen op de brug.

12-14 september 2012


Mijn meest succesvolle gedicht ooit, namelijk in de top-20 van de Turing Nationale Gedichten Wedstrijd 2013. Ik mocht plaatsnemen op het podium van de hoofdstedelijke stadsschouwburg, waar ik een uur lang alleen maar heb lopen glunderen.
De opdracht van Co Woudsma was: “Schrijf een gedicht dat realistisch begint en fantastisch/surrealistisch eindigt.”

Om nog even na te glunderen hierbij het juryrapport van Turing, waaraan ik niets meer heb toe te voegen:

Bedrieglijk eenvoudig gedicht, heel ritmisch. Het begint allemaal heel opgewekt, maar gaandeweg wordt de toon dreigender. Pier en ik nemen de lezer mee naar de brug, waar ze naar het water kijken. Het is een grijze dag, windstil, de lucht wordt in het water gespiegeld, zodat een omkering ontstaat tussen boven en beneden, lucht en water, wolken en rivier. Daarna gaat het crescendo: Pier spuugt - de wolken trillen; Ik spuug - rusteloze deining; Pier gooit een kiezer; er schiet een cumulus omhoog; het begint te druppelen; ik gooi een kei - het begint te donderen; Pier kiepert de afvalcontainer in het water - het onweer barst los; ik pakt Pier, die in het water valt en ik mee de diepte in sleurt - intussen is de zondvloed losgebarsten, de wereld wordt weer schoon, want Pier en ik zijn verdwenen. Het slot klinkt erg laconiek: het herneemt de eerste strofe, in de verleden tijd weliswaar: Pier en ik zijn niet meer.

woensdag 24 januari 2018

Ode aan de krooshekreiniger

Het krooshek vangt bij de gemalen waterplant en riet.
De plantenkluwen die ontstaat, bereikt de pompen niet.
Wat legt dat bladgroen en die stengels op een hoop apart?
Dat is de krooshekreiniger die automatisch start.

Mijn hoofd zit vol met woorden en een prachtig vergezicht.
Het is een warboel nog helaas, nog lang niet een gedicht.
Wat heeft die klont van woord en beeld uiteindelijk ontward?
Mijn eigen krooshekreiniger die automatisch start.

Vaak lopen woordenwisselingen gierend uit de hand
en menig militair conflict blijkt één groot misverstand.
Wie slecht de muur van onbegrip, die de hele mensheid tart?
Dat is de krooshekreiniger die automatisch start.

Wanneer je mij beroven komt, neem dan mijn have en goed,
mijn blauw suède schoenen ook, indien je die nog moet.
Neem mijn gedichten mee desnoods, hoezeer mij dat ook smart,
maar niet mijn krooshekreiniger die automatisch start.

September 2010


Waterschappen zijn de meest technische democratieën van het land. Gemalen hebben prachtige hulpstukken, zoals krooshekreinigers.`
Directe aanleiding voor dit gedicht was een waarschuwingsbordje bij gemaal Lovink (gemeente Zeewolde, schuin tegenover Harderwijk):
OPGELET AUTOMATISCH STARTENDE KROOSHEKREINIGER

Later heb ik dit voorgelezen tijdens de watertafel 2014, zeg maar de nieuwjaarsreceptie van waterschap Zuiderzeeland. Daarna heb ik het nog vele malen voorgedragen; het is niet alleen een favoriet watergedicht, maar gewoon een favoriet gedicht.

Overigens start de krooshekreiniger automatisch als het waterpeil vóór het krooshek een decimeter hoger is dan erachter, omdat de doorstroming dan onvoldoende is.
Oudere medewerkers van gemalen weten nog goed dat ze vroeger met harken en rieken in de weer moesten bij het krooshek. Ze zijn dan ook erg blij met de krooshekreiniger. Met terugwerkende kracht wil ik dit gedicht aan hen opdragen.