woensdag 3 november 2021

Optreden bij Lichtvoetig V, Emmen 31 oktober 2021


Op 31 oktober 2021 organiseerde STEM (Stichting Taalpodium Emmen) voor de vijfde keer Lichtvoetig, het Nederlands kampioenschap light verse. Vorig konden we vanwege corona niet bij elkaar komen, dus er was iets in te halen.
Met mijn optreden heb ik de gedeelde derde plaats gehaald. Zoals je ziet staat het optreden op YouTube. Omdat niet altijd alles goed te verstaan is, zijn hier de gedichten.

Insomnia

Een beetje dichter lijdt aan slapeloosheid.
Alleen wie niets te zeggen heeft slaapt zacht.
Verdreven is de overdagse voosheid.
De woorden flonkeren van grandioosheid
nog helderder dan sterren in de nacht.

De dichter pent ze neer in volle pracht,
lardeert ze met de menselijke broosheid.
De dwaze mens die de natuur verkracht,
maar ook vol hartstocht naar haar schoonheid smacht,
hem overvalt een diepe Willem-Kloosheid.

De dichter stapt uit bed in ’t ochtendgrauw.
Een paar uur nachtrust heeft hij nog genoten.
Hij leest het vel papier vol hanenpoten
en prakkezeert zich suf: wat staat daar nou?

Voyage

Het viertal is van modegrillen wars
en komt met een herkenbare cd.
Na veertig jaar gaan zij weer op tournee,
al sturen ze dit keer hun avatars.

Zo blijft, net als hun liedjes en hun shows,
ook ABBA zelf voor eeuwig rimpelloos.

Kerstdiner

’t Is ieder jaar dezelfde vraag: wat mag niet in de schalen?
Jan eet geen kaas, Piet wil geen worst, Klaas houdt niet van garnalen.
Voor Joachim is elke vorm van rauwkost uitgesloten.
Bob lust wel alles, maar hij heeft een allergie voor noten.

Ook groente is een heel gedoe: Mien lust geen sperziebonen,
Maud wil geen groene bloemkool en Roberto geen gewone,
Niels geen gekookte worteltjes en Willemijn geen kroten.
Bob eet het allemaal, maar ja, die allergie voor noten.

De religieuze eisen blijven ieder jaar weer boeien:
Sharifa eet geen varkens en Parvati eet geen koeien.
En vegan Willem-Jort eet niets dat wandelt op vier poten.
Bob vindt het best, maar waarschuwt nog een keertje voor de noten.

Het resultaat is heerlijk en laat ieder in zijn waarde.
Dit gastronomisch kerstbestand brengt vrede op de aarde.
Een wanklank is er wel helaas; Bob voelt zich best wel klote,
want in het grand dessert zit toch een heel klein beetje noten.

Late vogels

De goudvinken hebben mijn vetbol gevonden
De staartmezen hebben mijn pinda’s verslonden
Al zijn ze ook prachtig, mij zijn ze een kwelling:
Drie dagen te laat voor de tuinvogeltelling

Voelverlangen

Hij heeft in zijn ontembaar voelverlangen
de randen van de kosmos afgetast.
Zijn wereld is door wanden afgepast,
die met gedrukte bloemen zijn behangen.

De bloemen kennen lente, herfst noch zomer.
Wel zijn ze met de jaren flink verfletst.
Ze hebben ziel en vingertop gekwetst.
Hij wacht op de verboden binnenkomer

die heel zijn huis vervult met bloemengeuren
en mufheid wegwuift door ontsloten deuren.

Vakantieliefde

Hij is zo lief, zo geestig en charmant
Het wordt een mooie zomer op Terschelling
maar eenmaal samen op het vasteland
toont hij haar zijn onaangename kant
Zij wil hem weer in de fabrieksinstelling

Maanlanding

Mijn moeder houdt het nieuws niet langer bij
Wij praten over vijftig jaar geleden
Toen stonden er twee mannen op de maan
Ze wil er niet veel aandacht aan besteden
Nadien is er niets mee gedaan, zegt zij
Voor feestelijke poespas is geen reden
Ik meld de plannen om naar Mars te gaan
Ze zucht, de mensen zijn ook nooit tevreden

Inbreker

Ik ben onzichtbaar in de nacht en nevel,
wanneer ik spiedend door de straten ga.
Van herenhuizen die ik gadesla
vind ik al snel de zwakte in de gevel.

Mijn koevoet brengt mij binnen, of mijn drevel,
of ik verstoor de elektronica.
Ik neem en ga en laat geen sporen na,
hoewel ik af en toe bewoners knevel.

In ’t ochtendgloren vier ik mijn succes.
Mijn vakmanschap is weinigen gegeven,
al maak ik mij daarmee niet populair.

Straks ga ik weer terug naar dit adres.
Dan bel ik aan, betuig mijn medeleven,
want ik ben de verzekeringsexpert.

Sudoku

De ene noemt zichzelf een heks
Een ander doet aan schaken
Een derde houdt van kinky sex
of heeft een oedipuscomplex
Ik wil sudoku’s maken

De ene bakt graag boterkoek
Een ander kan dan smullen
Een derde eet-leest met een boek
Ik zit graag in de koffiehoek
sudoku’s in te vullen

De ene sport vol levenslust
Een ander doet iets nijvers
Een derde is gauw uitgeblust
Ik stoei het liefst in alle rust
met mijn sudoku-cijfers

De een gaat naar de hemel toe
Een ander rust bij helden
Een derde komt terug als koe
Ik dool straks – nimmer cijfermoe –
op de sudoku-velden

vrijdag 6 augustus 2021

Ik sta in DBNL

In 2012 won ik de Vondel-prijsvraag van Onze Taal met het gedicht "In den arena" over de machtsovername van de Cruijffianen bij Ajax.
Tot mijn verbazing en vreugde heeft dit gedicht gezorgd voor een auteurspagina in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

donderdag 29 juli 2021

Zoeken in "Dagen van het Jaar"

Dit is een zoekprogramma voor de prachtige site Dagen van het jaar.
Het is bewonderenswaardig dat iemand de moeite neemt om dagelijks bij te houden wat er gaande is.

Het enige wat ik miste was een zoekpagina door de jaren heen, want als dichter wil je niet alleen laten inspireren door wat vandaag brengt, maar juist door wat er morgen of overmorgen staat te gebeuren. Paradoxaal genoeg moet je dan juist terug in de tijd, naar dezelfde datum in de afgelopen jaren.

Maand:
Dag:

Even geduld aub, bezig met berekenen

zondag 7 maart 2021

Hordenhond

© Tejo Coen (foto geplaatst met toestemming van de fotograaf)


Mijn zoon wil niet naar voetbaltraining
mijn dochter niet naar gymnastiek
Ze doen nu iets in de muziek
vrij slaapverwekkend naar mijn mening

Gelukkig is het wat geworden
met onze hond want die loopt horden

Niels Blomberg, 7 oktober 2020


De bibliotheek van Brasschaat houdt ieder jaar een dichtwedstrijd onder de naam "Dichter in Beeld". Met dit gedicht bereikte ik de 7e plaats.
Corona Volente ga ik op 23 september naar Brasschaat voor een poëzieworkshop van Maud Vanhauwaert.

woensdag 23 oktober 2019

2e en 3e prijs in Gelselaar

Ter gelegenheid van de appeldag in het Achterhoekse Gelselaar waren 3 wedstrijden georganiseerd: een fotowedstrijd, een poëziewedstrijd in het Nedersaksisch en een poëziewedstrijd in het Nederlands.
Aan die laatste wedstrijd heb ik meegedaan. Mijn 3 inzendingen zijn allemaal genomineerd en 2 vielen er in de prijzen


Ontmoeting in de boomgaard (3e prijs)

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
Ik zie dat je pit hebt voor vijf
Mijn lievelingskostje
Je hebt een rood blosje
dat glimt en dat glanst als ik wrijf

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
Ik weet al meteen: dit is raak,
rondlijvig, kort-stelig,
iets zurig, iets melig,
maar altijd precies naar mijn smaak

Ik heb je ontmoet in de boomgaard
O Honingzoet hoogstamproduct
O Gamerse Zure
Je hebt nog dat pure
Je bent uit de hemel geplukt



De appel valt (2e prijs)

De appel valt steeds verder van de boom.
Ik ben niet goed in snoeien van de takken,
die door de vele appels bijna knakken.
Ach, waarom hield ik hem toch niet in toom?
Nu zijn ’t de buren die mijn appels pakken.



Rapen of plukken?

Zal ik mijn appels gaan rapen of plukken?
Wacht ik op stormen met herfstige nukken
zodat ik enkel nog maar hoef te bukken
als ik een appel wil eten?

Zal ik mijn appels gaan plukken of rapen?
Als ik ze pluk kan geen rups ze nog kapen,
maar ik ben niet voor een ladder geschapen;
ik ga bij voorbaat al zweten.

Zal ik mijn appels gaan rapen of plukken?
Ik kan van keuzestress bijna niet slapen.
Geen van de opties kan mij echt verrukken.
Zal ik mijn appels gaan plukken of rapen?
Ik zou het werk’lijk niet weten.


Daar sta ik dan met mijn 2 prijzen, terwijl Boeije Jansen van de Lochemse boekhandel Lovink sinds 1846 de winnaar gaat halen.


Mijn 2 boekenbonnen heb ik besteed aan 8 cm poëzie


zondag 11 november 2018

Hemelstrepen



Het firmament zit vol verwaaide hemelstrepen
en er is voor de rest geen wolkje aan de lucht.
De homo sapiens toont zijn veroverzucht.
God liet Zijn hemel blauw, de mens heeft ingegrepen.

Zien wij hier het bewijs van menselijke klasse
of juist het vlagvertoon van al die broeikasgassen?

Niels Blomberg, gezien bij de Oostvaardersplassen op 3 november 2018

zondag 29 juli 2018

Hoe win ik de Tour de France?

Wielrenners opgelet
spoedcursus Tour winnen
klim als een adelaar
daal ongedwee

pak elke tel in de
bonificatiesprint
dan heb je geel
op de Champs-Élysées

Niels Blomberg, 29 juli 2018


Niet geplaatst op Het Vrije Vers vanwege dit gedicht van Peter Knipmeijer

zondag 28 januari 2018

Drie hinkelrijmen

Het eerste hinkelrijm ooit
De admiraal begon op maandag
de voorbereiding van zijn zeeslag.
Het eerste thema dat hij aansneed
was of de vijand nog wel meedeed.
19 april 2008

De obese mus
De verlokking van de broodplank
waar hij dagelijks aan blootstaat
zijn een geestelijke pijnbank
want hij mag uitsluitend lijnzaad
5 januari 2014

Eindelijk rijmen op Blomberg
Hinkelrijm van Blomberg
voel je in je beenmerg
scherp gelijk een kromzwaard
smakelijk als peentaart
3-25 januari 2018


Hinkelrijm is – behalve de naam zelf – door mij verzonnen.
In de Plezierdichtershyve waren er diepe discussies over rijm.
Dag/slag is een correct rijmpaar.
Maandag/slag is schrikkelrijm, incorrect vanwege de klemtoon.
Maandag/aanslag is dubbelrijm, dat is weer goed.
Maandag/zeeslag is een twijfelgeval. Jaap Bakker, de schrijver van het Nederlandse rijmwoordenboek, noemt het zwak rijm. Op de plezierdichtershyve noemden we het dalrijm. We waren geen fan.

Ik vroeg of dubbel dalrijm met gekruist rijm in de eerste lettergreep wel acceptabel was: Maandag/zeeslag/aansneed/meedeed. De anderen waren enthousiast. Musonius, Haagse bard en oprichter van de pleziersdichtershyve verzon de naam: hinkelrijm.


zaterdag 27 januari 2018

Uitgecheckt

Vandaag ben ik voor één keer uitgecheckt,
  voor één keer van het rechte spoor.
    Ik schoorvoet stevig door.
      De trein vertrekt.

De echo van het fluitsignaal verwaait.
  Perronwind stuwt mij voort, voort,voort
    als koning door de poort
      die openzwaait.

Ik voel me vrij, maar ook een spijbelaar.
  Vandaag maak ik een nieuw begin.
    Nee, nooit meer check ik in;
      vergeet het maar!

Ik klim op het talud en in een wip
  leg ik hem op het juiste spoor.
    Straks is hij middendoor,
      mijn kaart met chip.

12-15 december 2015, 17 april 2016


Geschreven voor de cursus van Co Woudsma, naar aanleiding van een les over de Engelse dichter George Herbert, die leefde rond 1600. Het gedicht moest wel rijmen en metrisch zijn, maar de regels niet even lang.
Dat is een aardige klus voor een plezierdichter. En het is nog een aardig gedicht geworden ook.

vrijdag 26 januari 2018

Stoer

Vanmiddag ga ik mee met Pier.
Dat vind ik mooi, want Pier is stoer.
We hangen samen op de brug.

Het water is hier spiegelglad.
Wij zweven in de grijze lucht
die langzaam onder ons verglijdt.

Pier spuugt. Een kring ontstaat, dijt uit.
Het wolkendek toont siddering
en dan komt alles weer tot rust.

Ik zamel op, ik barst zowat.
Ik spuug de speekselbal heel ver.
De wolken deinen rusteloos.

Pier gooit een kiezel. Opwaarts schiet
een cumulus, de lucht betrekt.
Er vallen druppels op ons neer.

Ik gooi een kei, het firmament
verduistert, slaat zijn donderslag,
die mijlenver te horen is.

Pier pakt de afvalbak, ontwortelt
hem en lazert hem ver weg.
Wij samen in de onweersbui.

Dan pak ik Pier. Hij vliegt, hij valt.
De wolkbreuk spoelt de wereld schoon
en sleurt mij mee de diepte in.

Vanmiddag ging Pier mee met mij.
Dat vond hij mooi, want ik was stoer.
We hingen samen op de brug.

12-14 september 2012


Mijn meest succesvolle gedicht ooit, namelijk in de top-20 van de Turing Nationale Gedichten Wedstrijd 2013. Ik mocht plaatsnemen op het podium van de hoofdstedelijke stadsschouwburg, waar ik een uur lang alleen maar heb lopen glunderen.
De opdracht van Co Woudsma was: “Schrijf een gedicht dat realistisch begint en fantastisch/surrealistisch eindigt.”

Om nog even na te glunderen hierbij het juryrapport van Turing, waaraan ik niets meer heb toe te voegen:

Bedrieglijk eenvoudig gedicht, heel ritmisch. Het begint allemaal heel opgewekt, maar gaandeweg wordt de toon dreigender. Pier en ik nemen de lezer mee naar de brug, waar ze naar het water kijken. Het is een grijze dag, windstil, de lucht wordt in het water gespiegeld, zodat een omkering ontstaat tussen boven en beneden, lucht en water, wolken en rivier. Daarna gaat het crescendo: Pier spuugt - de wolken trillen; Ik spuug - rusteloze deining; Pier gooit een kiezer; er schiet een cumulus omhoog; het begint te druppelen; ik gooi een kei - het begint te donderen; Pier kiepert de afvalcontainer in het water - het onweer barst los; ik pakt Pier, die in het water valt en ik mee de diepte in sleurt - intussen is de zondvloed losgebarsten, de wereld wordt weer schoon, want Pier en ik zijn verdwenen. Het slot klinkt erg laconiek: het herneemt de eerste strofe, in de verleden tijd weliswaar: Pier en ik zijn niet meer.