Super- en subheffingen; de alexandrijn

Terug naar de startpagina "Van metrum en versvoeten naar ritme en scandeermaten"
Naar het vorige hoofdstuk "Intermezzo: één gedicht, één versvoet"
Naar het volgende hoofdstuk "Subheffingen gebruikt als daling"

Eerder hebben we al eens gezegd, dat de vierlettergrepige tweevoetsmaat lijkt op de vierkwartsmaat in de muziek. Die laatste kunnen we schrijven als heffing-daling-heffing-daling.
Maar daar komt nog iets bij: de eerste heffing is sterker dan de tweede en daarom maken we onderscheid tussen super- en subheffingen. In dit hoofdstuk zullen we de superheffingen aangeven als +; de subheffing blijft —.

Bij tweevoetsmaten (met 2 heffingen) vinden we het volgende:
  • Als de maat begint met een heffing, dan is dat NIET de superheffing
  • Als een maat begint met een daling, dan is de eerste heffing de superheffing
  • Het mechanisme van sub- en superheffingen werkt alleen als de laatste heffing in de versregel (dus het begin van het rijm) een superheffing is
In onderstaande tabel geven we de mogelijkheden:
naam beginma(a)t(en) slotmaat (*)         # heffingen
vierkwartsmaat + ∪ — ∪ idem n.v.t.
trocheus — ∪ + ∪ — ∪ + ? even
jambe ∪ + ∪ — ∪ + ? ÷ oneven
dactylus — ∪ ∪ + ∪ ∪ — ∪ ∪ + ? ? even
amfibrachys ∪ + ∪ ∪ — ∪ ∪ + ? ? ÷ : oneven
anapest ∪ ∪ + ∪ ∪ — ∪ ∪ + ? ? ÷ oneven
Ad (*): in de kolom "slotmaat" geeft het vraagteken (?) een daling aan, die afhankelijk van het rijmgeslacht een lettergreep (∪) is of een rust (:).

In onderstaande tabel staat dit uitgewerkt voor de mannelijke jambe met 3 t/m 7 versvoeten. Als er een + staat dan is er sprake van super- en subheffingen, zo niet dan zijn de heffingen gelijk.
3:∪+∪—|∪+:÷
KleinJan-tjevindt|eentas
4:∪—∪—|∪—∪—
KleinJan-tjevindt|eentasmetgoud
5:∪+∪—|∪+∪—|∪+:÷
KleinJan-tjevindt|eentasmetgeld|engoud
6:∪—∪—|∪-∪—|∪—∪—
KleinJan-tjevindt|eentasmetzil-|ver-geldengoud
7:∪+∪—|∪+∪—|∪+∪—|∪+:÷
KleinJan-tjevindt|eentasge-vuld|metzil-ver-geld|engoud        

Zoals voorspeld hebben alleen de onevenvoetige versregels een superheffing.
We laten de viervoeter voor wat hij is, namelijk een rare snoeshaan die we elders al bespreken.

Maar met de zesvoetige jambe is iets opmerkelijks aan de hand: in de gouden eeuw was hij populair, zij het in een iets aangepaste variant: de alexandrijn met de volgende maatindeling:
alexandrijn:∪+∪—|∪+:÷|∪+∪—|∪+:÷
KleinJan-tjevindt|eentas         |metzil-ver-geld|engoud        
De alexandrijn is eigenlijk een dubbele drievoetige jambe, waarvan de eerste drievoeter (1) niet rijmt en (2) altijd 6 lettergrepen bevat (mannelijk rijm dus).
Na de zesde lettergreep volgt de cesuur, die wij aangeven met twee rusten.
Het tweede deel rijmt wel en vrouwelijk rijm is mogelijk. Zo schreef Vondel liefst alexandrijnen met gepaard rijm met een steeds wisselend rijmgeslacht.

We zullen in komende hoofdstukken terugkomen op jamben met met meer dan 4 versvoeten. De lijst van scandeermaten:
mannelijke vijfvoetige jambe:∪+∪—|∪+∪—|∪+:÷
vrouwelijke vijfvoetige jambe:∪+∪—|∪+∪—|∪+∪÷
mannelijke alexandrijn:∪+∪—|∪+:÷|∪+∪—|∪+:÷
vrouwelijke alexandrijn:∪+∪—|∪+:÷|∪+∪—|∪+∪÷
mannelijke zevenvoetige jambe:∪+∪—|∪+∪—|∪+∪—|∪+:÷
vrouwelijke zevenvoetige jambe:∪+∪—|∪+∪—|∪+∪—|∪+∪÷
OPMERKING: meestal zullen we het verschil tussen super- en subheffingen niet aangeven en alleen — gebruiken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten