woensdag 8 februari 2017

TOILETKWARTJE

Bij toiletten van zo menig stamcafé
zit een dame met wat muntjes op een bordje.
Extra wisselgeld heeft zij nog in haar schortje.
Je betaalt hier voor gebruik van de WC.

Moet je eerst betalen? Wacht je er nog mee?
Overmand door schroom en weifelingen word je.
Je besluit om eerst te plassen, daarna stort je.
Is dat wel de juiste wijze? Geen idee!

Ik besloot mijn schroom voor eeuwig af te leggen.
Ik begin met luidkeels goedendag te zeggen,
en loop door, want ik betaal vooraf niet meer.

Het gerief zal ik pas achteraf betalen,
zonder schroom mijn kwartje uit mijn broekzak halen.
'k Leg hem rinklend bij de andre muntjes neer.

11-12 augustus 1998


Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.

Gepubliceerd in “De Tomeloos”, een blad gerund door een tweeling tevens jeugdvriendinnen van Henriette, maar vooral gerund door hun beider mannen.

IN MEMORIAM: DOEMAAR

Wat schuchter stond je in een hoekje daar.
Je had je erg verheugd op dit gebeuren.
Je hele kleding was in Doemaar kleuren.
Je was niet ouder dan zo'n dertien jaar.

Je rook daar voor het eerst toen hennepgeuren.
De tekst van "Nederwiet" werd zonneklaar.
Je voelde je meteen een beetje raar,
toen Doemaar kwam gelopen door de deuren.

Heb je gehuild toen Doemaar werd ontbonden?
Of heb je Michael Jackson toen gevonden
toen Ernst en Henny hadden afgedaan?

De tijd van Doemaar moet je goed bewaren.
Dan denk je over vele lange jaren
met weemoed terug aan hoe het is gegaan.

31 december 1984


Een echte plezierdichter schrijft sonnetten, en wel klassieke Italiaanse sonnetten. Dit is mijn eerste toonbare sonnet.

Dit gedicht is opgedragen aan een onbekend meisje in Doemaar T-shirt op Pinkpop 1983. Ze heeft me erg ontroerd.
Ook opgedragen aan alle meisjes die ooit verliefd zijn geweest op Ernst Jansz of Henny Vrienten. (Ik vermoed dat ze zelf met hun kroost naar K3 moesten)
En natuurlijk een herinnering aan Pinkpop 1983. Geschreven op de grens van 1984 en 1985, toen Doemaar een half jaar uit elkaar was.


zaterdag 21 januari 2017

SLAK

Soms gaat hij met zijn huis, soms gaat hij naakt,
maar hoe dan ook, gestaag gaat hij naar voren.
Ik zie hoe hij op slijmerige sporen
toch altijd bij zijn einddoel weer geraakt.

Ik zie hem door de hosta-blaadren boren.
Ik zie dat slechts de nerf hem niet zo smaakt.
Ook afrikaantjes zijn soldaat gemaakt.
Zijn noeste arbeid kan mij niet bekoren.

O mens in deze oversnelle tijd
met uren die steeds sneller gaan verstrijken
met hartinfarct en overspannenheid,

je moet de slak toch beter gaan bekijken.
Dan zie je wat volstrekt geen twijfel lijdt:
elk doel kan men met slakkengang bereiken.


24-25 augustus 1998

Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.

Gepubliceerd in “De Tomeloos”, een blad gerund door een tweeling tevens jeugdvriendinnen van Henriette, maar vooral gerund door hun beider mannen.


dinsdag 27 december 2016

Voor alle slachtoffers van leraren Nederlands

Op school kreeg ik een hekel aan gedichten.
Als ik ze mooi vond was dat niet genoeg.
Ik kreeg een proefwerk waarin men mij vroeg
die schoonheid voor een cijfer toe te lichten.

Ik weet nog goed hoe ik mezelf bekloeg
bij al die vergezochte vergezichten.
De leraar wou slechts voor mijn antwoord zwichten
als dat zijn mening woordelijk versloeg.

Waarschijnlijk nooit wordt dit gedicht becijferd,
want hoe de leraar-lezer zich beijvert,
nooit zal hij een verborgen diepzin zien.

Mocht hij het toch als proefwerk willen geven,
dan moet hij met de strikte opdracht leven:
wat ook de leerling schrijft, hij krijgt een tien.


26 juli 1998
Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.

Dit is een van de eerste in die reeks.
Opgedragen aan mezelf, tevens ter herinnering aan T., van wie ik nog wel eens droom als ik zwaar getafeld heb.

Op 24 mei 2011 was deze te lezen op de plezierdichtershyve.
Het Nederlandse sociale netwerk Hyves heeft bestaan van 22 september 2004 tot en met 2 december 2013. Oude bijdragen zijn helaas niet meer te lezen
In februari 2007 startte Musonius (Martijn Breeman) de plezierdichtershyve. Ik was geloof ik lid 2 (na Musonius).
.

Oliebollenvet

Menig schuurtje ruikt naar vet:
’t Is weer tijd voor oliebollen,
van die mooie bruine knollen
vol rozijn en goudrenet.

Maar verknal nu niet de pret,
als het vet begint te stollen.
Slechts de ergste tuttebollen
spoelen het door het toilet.

Geef het oudjaarsfeest geen smet!
Wie een zuivering wil mollen
gooit zijn vet tussen de drollen,
maar de rest recyclet het.

22 december 2011
Leerdicht opgenomen in mijn tweede watergedichtenbundel "Woordenstroom"
Ieder jaar waarschuwen waterschappen en andere rioolbeheerders dat oliebollenvet netjes moet worden ingeleverd bij het recyclingperron.
Lees hier meer over mijn waterdichterschap

woensdag 7 december 2016

Kopzorgen

Hij voelde duizelingen in zijn hoofd.
Hij praatte wartaal, erger dan in Babel.
Al was hij van zijn evenwicht beroofd,
niet van zijn sjaal, zijn broodtrommel, zijn kabel.

Men bracht hem weg met zwaailicht en sirene.
Naar 't ziekenhuis toe met die arme drommel!
Gelukkig was de hoop nog niet verdwenen,
net als zijn sjaal, zijn kabel en zijn trommel.

Herstel gaat wel gestadig, maar niet vlug.
Ooit wordt hij weer de oude helemaal.
Op die dag krijgt hij ook zijn spullen terug:
zijn broodtrommel, zijn kabel en zijn sjaal.


24 november 2016

Op donderdag 10 november 2016 ging de wereld om mij heen draaien en werd ik met zwaailicht en sirene naar het ziekenhuis gebracht.
Mijn collega Rob heeft mijn spulletjes in een tas gedaan, maar er bleven 3 zaken achter op kantoor.
Het eerste gedicht dat ik nadien maakte is dan ook voor Rob.

Het vervolg: men dacht aan een CVA, een bloedpropje in de kleine hersenen, maar op maandag 13 februari 2017 werd een andere diagnose gesteld: draaiduizeligheid, vanuit het evenwichtsorgaan. Het moet gewoon slijten.

Nachtelijk rendez-vous

Ik wandel door mijn bloementuin
in deze maanbeschenen nacht.
En ginds wacht onderaan de duin
mijn lief, naar wie mijn hart zo smacht.

Ik wandel in de maneschijn
en pluk voor haar een rode roos.
Wat zal ze straks gelukkig zijn
als ik vertel van Sam en Moos.


16 december 1981

Deze vond ik in een schriftje. Ik was hem vergeten en moest toen lachen om mijn eigen flauwe grap.

zaterdag 23 juli 2016

Invasieve Waterplanten in Nederland

Hoed je voor het brede pijlkruid,
groot kroosvaren, smalle kroos.
Zie je een moeraslantaarn
schroom dan niet en meld altoos.

Kleine waterteunisbloemen
en het parelvederkruid
ogen dan misschien wel aardig,
maar toch moeten ze eruit.

Meld de grote waternavel
als je ’m in je slootje vindt.
Dat geldt ook voor waternaaldkruid
en voor waterhyacint.

Watersla en waterwaaier
willen we graag heel gauw kwijt.
Dat geldt voor de waterpest ook,
klein, of met het blad gespreid.

Egeria en Hydrilla
en de gele maskerbloem,
vederkruid – ongelijkbladig –
zijn de laatste die ik noem

Houd de vaarten, tochten, sloten
vrij van drijvende exoten.


Grote waternavelGeschreven naar aanleiding van een persbericht van Waterschap Zuiderzeeland, Grote waternavel in Lelystad; een lastige waterplant

Op die pagina stond een link naar In de veldgids ‘Invasieve waterplanten in Nederland’ , waar in alle gebruikte plantennamen heb gevonden.