Dat Jappenkamp, dat was een zware tijd
waarover je nooit echt hebt willen praten.
Soms heb je wat details wel losgelaten,
soms wilde je wat anekdotes kwijt.
Ik weet dat jullie niet tezamen zaten,
zes mensen over Java uitgespreid.
En alle zes nog net op tijd bevrijd,
bevrijding die voor and’ren niet mocht baten.
Hoe heb je ze verwerkt, die lange jaren?
Je uitte altijd non-verbaal bezwaren
wanneer ik over dood sprak voor de grap.
Al leerde ik van Rotterdamse doden,
van hongerwinter, Putten en van Joden,
mijn oorlog, dat was Java en de Jap.
13-29 oktober 1998
Mijn dichtcarrière begon als een midlifecrisis. Op mijn 40e besefte ik dat als ik nog dichter wilde worden het nu moest gebeuren.
Tussen mei 1998 en april 1999 heb ik 45 sonnetten geschreven. Natuurlijk niet allemaal even goed, maar er zitten wel een paar fraaie tussen.
Voorgelezen op 4 mei (!) 2015 bij de begrafenis van mijn vader
Dichters-cv
Liefst schrijf ik poëzie met kleine woorden
die niet vermaant en geen taboes doorbreekt
maar alledaags van ’t alledaagse spreekt
een symfonie van simpele akkoorden
Ik heb geen grote opdracht te vervullen
zolang ik maar een mondhoek om zie krullen
© Niels Blomberg, juni 2022Als je mijn gedichten aardig vindt, dan kun je een boekje kopen; klik HIER
zondag 11 juni 2017
zaterdag 10 juni 2017
Scheerwater
Een zeemansgraf voor zeep en eendagshaar
Een handwarm bad dat troost biedt in de wintermorgen
wanneer resten van de oude dag onwennig drijven
in het schuimend water
Kleine mesjes halen rijke oogsten van het stoppelveld
De gladde huid verschijnt in witgebermde banen
Ik keer de spiegel mijn andere wang toe
om mijn hand te leiden rond de bocht van de kaaklijn
langs blindelings ontweken oneffenheden
en zwel van trots wanneer deze dag
net zo bloedeloos begint als
hij ook vanavond weer zal eindigen
11 september 2008, 3-17 maart 2010
Eén van de projecten die ik als waterdichter wilde opzetten was “Woordwater”, een reeks gedichten waarvan de titel bestaat uit één woord dat eindigt op -water.
Via een online rijmwoordenboek vond ik 127 woorden, maar die lijst heeft slecht acht gedichten opgeleverd.
Voorgelezen bij Aldichter waarna de definitieve versie tot stand is gekomen.
Daarna – zonder succes – ingestuurd naar de Maerlant Poëzieprijs 2009, met als thema “Water”. De Maerlant Poëzieprijs is een driejaarlijkse wedstrijd van Kunstspoor, de kunstenaarsvereniging van Noord-Beveland. Toen ik dit instuurde, wist ik nog niet dat ik een krap jaar later les zou krijgen van een van de juryleden, Co Woudsma.
Een handwarm bad dat troost biedt in de wintermorgen
wanneer resten van de oude dag onwennig drijven
in het schuimend water
Kleine mesjes halen rijke oogsten van het stoppelveld
De gladde huid verschijnt in witgebermde banen
Ik keer de spiegel mijn andere wang toe
om mijn hand te leiden rond de bocht van de kaaklijn
langs blindelings ontweken oneffenheden
en zwel van trots wanneer deze dag
net zo bloedeloos begint als
hij ook vanavond weer zal eindigen
11 september 2008, 3-17 maart 2010
Eén van de projecten die ik als waterdichter wilde opzetten was “Woordwater”, een reeks gedichten waarvan de titel bestaat uit één woord dat eindigt op -water.
Via een online rijmwoordenboek vond ik 127 woorden, maar die lijst heeft slecht acht gedichten opgeleverd.
Voorgelezen bij Aldichter waarna de definitieve versie tot stand is gekomen.
Daarna – zonder succes – ingestuurd naar de Maerlant Poëzieprijs 2009, met als thema “Water”. De Maerlant Poëzieprijs is een driejaarlijkse wedstrijd van Kunstspoor, de kunstenaarsvereniging van Noord-Beveland. Toen ik dit instuurde, wist ik nog niet dat ik een krap jaar later les zou krijgen van een van de juryleden, Co Woudsma.
Hoe lees ik een gedicht?
vergeet wat juf vertelde over
stil
en
in je hoofd
laat je tong krulleklakken
leg je hart er bovenop
laat alle zinnen zingen in
binnen- buiten- bovenrijm
laat klinkers en medeklinkers
leven en medeleven
houd geen ramen of deuren gesloten
wanneer de woorden waaien
in de zucht van de ziedende zee
in de voorjaarswind die de
eeuwige sneeuw ontdooit
vergeet wat juf vertelde over
stil
en in je hoofd
stil
en
in je hoofd
laat je tong krulleklakken
leg je hart er bovenop
laat alle zinnen zingen in
binnen- buiten- bovenrijm
laat klinkers en medeklinkers
leven en medeleven
houd geen ramen of deuren gesloten
wanneer de woorden waaien
in de zucht van de ziedende zee
in de voorjaarswind die de
eeuwige sneeuw ontdooit
vergeet wat juf vertelde over
stil
en in je hoofd
Idee: 24 september 2007
Gedicht: 19 september +4 november 2009
Hier heb ik dus twee jaar op lopen broeden. Ik herinner me weinig meer van het broedproces.
Waarschijnlijk heb ik het idee min of meer opgeschreven en heb ik – met Aldichter als stok achter de deur – daarvan later dit gedicht gemaakt.
Ik herinner me dat de Aldichters hierover wel enthousiast waren, maar toch is het tot keer toe geweigerd voor een bundel.
Ik doe niet zo vaak wat met vorm, maar deze moest echt gecententreerd.
maandag 5 juni 2017
Stoel
Je was het centrum van de jongedameskamer
die ik schroomvoetend binnentrad,
bondgenoot van kantineborden en bazaarbestek.
Het rafelde in je bekleding van ontijdloos ribfluweel.
Je veren zuchtten onder ons gewicht.
De borden braken, de vorken roestten,
maar jij bleef het centrum van een uitdijend universum,
laatste toevlucht in de stoelendans.
Je werd opnieuw bekleed, je veren
vernieuwd waardoor je steeg tot grote hoogte.
Laatst, toen ik stiekem naar je keek zag ik de eerste rafel.
Binnenkort gaat de oudste op kamers.
27 november 2007
Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.
Het is volledig autobiografisch, kortom mijn Knausgård-gedichtje.
De stoel in kwestie staat 10 jaar later nog steeds in de huiskamer, hoewel de laatste regel wellicht anders suggereert.
die ik schroomvoetend binnentrad,
bondgenoot van kantineborden en bazaarbestek.
Het rafelde in je bekleding van ontijdloos ribfluweel.
Je veren zuchtten onder ons gewicht.
De borden braken, de vorken roestten,
maar jij bleef het centrum van een uitdijend universum,
laatste toevlucht in de stoelendans.
Je werd opnieuw bekleed, je veren
vernieuwd waardoor je steeg tot grote hoogte.
Laatst, toen ik stiekem naar je keek zag ik de eerste rafel.
Binnenkort gaat de oudste op kamers.
27 november 2007
Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.
Het is volledig autobiografisch, kortom mijn Knausgård-gedichtje.
De stoel in kwestie staat 10 jaar later nog steeds in de huiskamer, hoewel de laatste regel wellicht anders suggereert.
Keukenla
Ik ben de keukenla na het feest.
De muziek is verstomd, de kaarsen gedoofd,
de geuren verwaaid, de nadorst gelest,
en zelfs de wijnvlek is in zout gesmoord.
De keukenla zoekt naar de kurkentrekker.
Ik ben de keukenla van het leven.
Bestek uit Grootmoeders tijd ligt naast
het HEMA-mesje van twee kwartjes
op een bedje van vergeelde spaarkaarten.
Alles kent zijn plaats in de microkosmos.
Ik ben de keukenla van de taal.
Ik leg de woorden zij aan zij
die ik gered heb uit de goot
of die ik plukte op de tong.
Ik poets ze op met zilverglans.
juli 2007
Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.
Oorspronkelijk geïnspireerd op het feit, dat je nooit iets kunt vinden in de keukenla als welwillende gasten menen te moeten opruimen.
De muziek is verstomd, de kaarsen gedoofd,
de geuren verwaaid, de nadorst gelest,
en zelfs de wijnvlek is in zout gesmoord.
De keukenla zoekt naar de kurkentrekker.
Ik ben de keukenla van het leven.
Bestek uit Grootmoeders tijd ligt naast
het HEMA-mesje van twee kwartjes
op een bedje van vergeelde spaarkaarten.
Alles kent zijn plaats in de microkosmos.
Ik ben de keukenla van de taal.
Ik leg de woorden zij aan zij
die ik gered heb uit de goot
of die ik plukte op de tong.
Ik poets ze op met zilverglans.
juli 2007
Geschreven voor Aldichter en opgenomen in hun bundel “Los-Vast”.
Oorspronkelijk geïnspireerd op het feit, dat je nooit iets kunt vinden in de keukenla als welwillende gasten menen te moeten opruimen.
Verjaardagskalender
De geborgenheid toonde onbekende
namen in sierlijk schoonschrift.
Jaartallen vertelden vergeelde
verhalen van oma’s en tantes.
Silhouetten uit een zwart-wit verleden
kleurden de verdwenen eeuw.
Het schoonschrift is verbleekt,
onleesbaar en ongrijpbaar.
Met grote blijdschap zijn
nieuwe namen toegevoegd.
Zelfs de vorige eeuw
is niet meer wat het is geweest.
19-28 augustus 2007
Bij Aldichter zitten veel herschrijvers, dichters die eindeloos blijven prutsen aan hun gedicht, die jaren later nog met wijzigingen komen.
Ik ben niet zo’n herschrijver geworden; op een goed moment is een gedicht gewoon af.
Uitzondering is dit gedicht, dat een paar keer herschreven is, omdat het niet duidelijk bleek. Uiteindelijk heb ik alle wijzigingen geschrapt; de finale versie lijkt heel erg op het origineel.
Als kind was ik gefascineerd door de jaartallen op de verjaardagskalender, vooral die uit 18-zoveel. Mijn 19e eeuw eindigde pas met de dood van mijn Oma in 1992. Mijn 21e eeuw begon 8 jaar later met de geboorte van een neefje.
namen in sierlijk schoonschrift.
Jaartallen vertelden vergeelde
verhalen van oma’s en tantes.
Silhouetten uit een zwart-wit verleden
kleurden de verdwenen eeuw.
Het schoonschrift is verbleekt,
onleesbaar en ongrijpbaar.
Met grote blijdschap zijn
nieuwe namen toegevoegd.
Zelfs de vorige eeuw
is niet meer wat het is geweest.
19-28 augustus 2007
Bij Aldichter zitten veel herschrijvers, dichters die eindeloos blijven prutsen aan hun gedicht, die jaren later nog met wijzigingen komen.
Ik ben niet zo’n herschrijver geworden; op een goed moment is een gedicht gewoon af.
Uitzondering is dit gedicht, dat een paar keer herschreven is, omdat het niet duidelijk bleek. Uiteindelijk heb ik alle wijzigingen geschrapt; de finale versie lijkt heel erg op het origineel.
Als kind was ik gefascineerd door de jaartallen op de verjaardagskalender, vooral die uit 18-zoveel. Mijn 19e eeuw eindigde pas met de dood van mijn Oma in 1992. Mijn 21e eeuw begon 8 jaar later met de geboorte van een neefje.
Koningen van de mat
Twee jassen waren het hoogste doel
Geen lijnen bepaalden onze dribbel
onze slalom
onze sliding
Hi Ha Hondepoep
Geen keeper weerstond onze punter
binnenkant paal
Geen lat keerde ons schot
op het keukenraam
Geen achterlijn dwong ons in de hoek
Driemaal corner pinanti
Wij waren de koningen
van het poepveld
Keizer waren we en Cruijff
Koningen waren we
op weg naar de zege in de Europacup
naar de triomfboog in Barcelona
naar het koningsdrama in München
Troonsafstand deden we pas
wanneer we om half zes
huiswaarts keerden
met eretekens van gras
op de hermelijnen mantels
April 2007
Aldichter heeft dode-dichteravonden, waarbij leven en werken een overleden dichter centraal staan. Op 27 september 2007 was het de beurt aan de Griekse dichter Konstantínos Kaváfis.
Het gedicht “Alexandrijnse koningen” beschrijft de kroning van de drie zonen van Cleopatra. Net als hun moeder zijn ze zetbaas van het Romeinse rijk, maar dat mag de pret niet drukken: het feest is mooi en de drank is gratis.
Bovenstaand gedicht is losjes geïnspireerd op “Alexandrijnse koningen”.
Geen lijnen bepaalden onze dribbel
onze slalom
onze sliding
Hi Ha Hondepoep
Geen keeper weerstond onze punter
binnenkant paal
Geen lat keerde ons schot
op het keukenraam
Geen achterlijn dwong ons in de hoek
Driemaal corner pinanti
Wij waren de koningen
van het poepveld
Keizer waren we en Cruijff
Koningen waren we
op weg naar de zege in de Europacup
naar de triomfboog in Barcelona
naar het koningsdrama in München
Troonsafstand deden we pas
wanneer we om half zes
huiswaarts keerden
met eretekens van gras
op de hermelijnen mantels
April 2007
Aldichter heeft dode-dichteravonden, waarbij leven en werken een overleden dichter centraal staan. Op 27 september 2007 was het de beurt aan de Griekse dichter Konstantínos Kaváfis.
Het gedicht “Alexandrijnse koningen” beschrijft de kroning van de drie zonen van Cleopatra. Net als hun moeder zijn ze zetbaas van het Romeinse rijk, maar dat mag de pret niet drukken: het feest is mooi en de drank is gratis.
Bovenstaand gedicht is losjes geïnspireerd op “Alexandrijnse koningen”.
Een rijstebrijberg van
ongekookte hersenspinsels.
Woorddiarree vol
onverteerde brokken.
Une mer à lire.
Wie vooruit wil
Blackberry’t zich door
plafonds van kogelvrij glas
met in zijn spoor
ellenlange handtekeningen,
lintwormen van ijdelheid.
CC-vliegen zoemzeuren om mijn hoofd
in vicieuze cirkels
van hoor en wederhoor
van spraak en tegenspraak
van voorwaarts en gauw vergeten.
Maar
ooit,
ooit,
ooit,
als het laatste woord is gezegd,
als de laatste discussie is gesloten,
als het scherm zich vult met geuren en kleuren,
dan ontpopt woordeloos
de vlinder.
Ik sluit het laatste venster
en laat hem vrij.
27 februari 2006, 25 maart 2006
Geschreven voor de Aldichteravond van april 2006. De vormvastheid is geheel verdwenen.
Is het gedicht gedateerd? Een beetje: de Blackberry is vervangen door de iPhone.
E-mail is veelal vervangen door Whatsapp, Facebook, Snapchat en wat dies meer zij, maar in het bedrijfsleven geldt dat eigenlijk niet; daar gaat het bombardement van e-mail gewoon door.
ongekookte hersenspinsels.
Woorddiarree vol
onverteerde brokken.
Une mer à lire.
Wie vooruit wil
Blackberry’t zich door
plafonds van kogelvrij glas
met in zijn spoor
ellenlange handtekeningen,
lintwormen van ijdelheid.
CC-vliegen zoemzeuren om mijn hoofd
in vicieuze cirkels
van hoor en wederhoor
van spraak en tegenspraak
van voorwaarts en gauw vergeten.
Maar
ooit,
ooit,
ooit,
als het laatste woord is gezegd,
als de laatste discussie is gesloten,
als het scherm zich vult met geuren en kleuren,
dan ontpopt woordeloos
de vlinder.
Ik sluit het laatste venster
en laat hem vrij.
27 februari 2006, 25 maart 2006
Geschreven voor de Aldichteravond van april 2006. De vormvastheid is geheel verdwenen.
Is het gedicht gedateerd? Een beetje: de Blackberry is vervangen door de iPhone.
E-mail is veelal vervangen door Whatsapp, Facebook, Snapchat en wat dies meer zij, maar in het bedrijfsleven geldt dat eigenlijk niet; daar gaat het bombardement van e-mail gewoon door.
vrijdag 2 juni 2017
NONDEJU
n
on
non
deju
nonde
judeju
nondeju
dejudeju
nonnonnon
nonnondeju
dejunondeju
dejudejudeju
nonnonnondeju
nondejunondeju
Geschreven op Valentijnsdag 2017
on
non
deju
nonde
judeju
nondeju
dejudeju
nonnonnon
nonnondeju
dejunondeju
dejudejudeju
nonnonnondeju
nondejunondeju
Geschreven op Valentijnsdag 2017
zondag 14 mei 2017
Slivovitsj
Ik heb je voor het laatst gesproken
in de pruimentijd.
De mooiste, de blauwste pruimen
waren voor de slivovitsj.
We toostten op ons land,
onze taal, onze toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen godshuis.
Ik heb je voor het laatst gehoord
bij de pruimenboom.
Je sprak fel en vurig
opgezweept door slivovitsj.
Je sprak van een nieuw land,
een nieuwe taal, een nieuwe toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen front.
Ik heb je voor het laatst gezien
bedekt met pruimenbladeren.
Mijn hoofd bonsde, mijn keel schroeide,
als na een nacht goedkope slivovitsj.
Je lag daar zonder land,
zonder taal, zonder toekomst.
Ik sloot je ogen en ging
terug naar mijn eigen leegte.
maart/april 2005
Toen ik lid in 2005 werd van Aldichter, had ik mij voorgenomen rijmend te blijven schrijven.
Maar gelukkig was de verleiding om dat niet te doen te groot. Dit gedicht is nog behoorlijk vormvast: alle drie de strofen hebben dezelfde opbouw.
De aanleiding om dit gedicht te schrijven was een avond over Bosnië op 25 mei 2005. Er waren veel Bosnische vluchtelingen in de zaal; de Joegoslavië-oorlog was nog vers in ieders geheugen. Aldichter zou de avond met gedichten opluisteren. Dit is een van de twee gedichten die ik toen heb voorgelezen, tijdens mijn eerste publieke optreden na de prijsuitreiking van de Almeerse poëzieprijs.
Het is lastig om een gedicht te schrijven over een land waarvan je eigenlijk niets weet, behalve dat ze er pruimenjenever stoken, slivovitsj.
Later is het onder de titel Bosnische Slivovitsj geplaatst in Schoon Schip 2013/4, in de rubriek Wassily’s frisbee.
Ook is hij opgenomen in het boekwerk ter ere van 20 jaar Aldichter, “Klinkers en Medeklinkers”
in de pruimentijd.
De mooiste, de blauwste pruimen
waren voor de slivovitsj.
We toostten op ons land,
onze taal, onze toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen godshuis.
Ik heb je voor het laatst gehoord
bij de pruimenboom.
Je sprak fel en vurig
opgezweept door slivovitsj.
Je sprak van een nieuw land,
een nieuwe taal, een nieuwe toekomst.
Toen gingen we uiteen,
elk naar ons eigen front.
Ik heb je voor het laatst gezien
bedekt met pruimenbladeren.
Mijn hoofd bonsde, mijn keel schroeide,
als na een nacht goedkope slivovitsj.
Je lag daar zonder land,
zonder taal, zonder toekomst.
Ik sloot je ogen en ging
terug naar mijn eigen leegte.
maart/april 2005
Toen ik lid in 2005 werd van Aldichter, had ik mij voorgenomen rijmend te blijven schrijven.
Maar gelukkig was de verleiding om dat niet te doen te groot. Dit gedicht is nog behoorlijk vormvast: alle drie de strofen hebben dezelfde opbouw.
De aanleiding om dit gedicht te schrijven was een avond over Bosnië op 25 mei 2005. Er waren veel Bosnische vluchtelingen in de zaal; de Joegoslavië-oorlog was nog vers in ieders geheugen. Aldichter zou de avond met gedichten opluisteren. Dit is een van de twee gedichten die ik toen heb voorgelezen, tijdens mijn eerste publieke optreden na de prijsuitreiking van de Almeerse poëzieprijs.
Het is lastig om een gedicht te schrijven over een land waarvan je eigenlijk niets weet, behalve dat ze er pruimenjenever stoken, slivovitsj.
Later is het onder de titel Bosnische Slivovitsj geplaatst in Schoon Schip 2013/4, in de rubriek Wassily’s frisbee.
Ook is hij opgenomen in het boekwerk ter ere van 20 jaar Aldichter, “Klinkers en Medeklinkers”
Abonneren op:
Posts (Atom)