Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hevig was zijn pruimverlangen.
Diepe somberheid ontsproot.
Aaltje met de rode wangen
zag hem zitten in de goot.
Aaltje met de rode wangen
werd zijn redder in de nood.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Midden in de pruimentijd
raakte Jan zijn onschuld kwijt.
2 november 2016
Op Het Vrije Vers staan er met enige regelmaat gloednieuwe versvormen voor het voetlicht, meestal gepromoot door de bedenker(s). Eind 2016 was het Utrechts sonnet populair.
De titel en de eerste twee regels van een Utrechts sonnet komen uit een bestaand gedicht. Daarnaast zijn er eisen met betrekking tot het rijmschema. Ten slotte zijn er nog drie regels die herhaald dienen te worden. Uit bovenstaand gedicht wordt wel duidelijk hoe de vork in de steel zit.
In dit gedicht zijn de titel en de regels 1,2 en 4 van Hiëronymus van Alphen (1746 - 1803). Het gedicht verscheen in de bundel “Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen” uit 1779.
De titel is voorzien van een tussen-n, die sinds 1995 in zwang is.
Dichters-cv
Liefst schrijf ik poëzie met kleine woorden
die niet vermaant en geen taboes doorbreekt
maar alledaags van ’t alledaagse spreekt
een symfonie van simpele akkoorden
Ik heb geen grote opdracht te vervullen
zolang ik maar een mondhoek om zie krullen
© Niels Blomberg, juni 2022Als je mijn gedichten aardig vindt, dan kun je een boekje kopen; klik HIER
woensdag 29 maart 2017
Seizoenen
“Shall I compare thee to a summer's day?”
Zijn vraag klinkt haar belezen en belegen.
Ze zegt beleefd maar onomwonden: “Nee”,
want lome zomerdagen staan haar tegen.
Ze wil hem wekken als de lentezon,
hem overladen met haar lentebloesem,
hem sleuren uit zijn winterslaapcocon,
en liefderijk verwarmen aan haar boezem.
Ze wil beminnen als de najaarswind,
de dorre blad’ren in zijn hoofd verwaaien.
Ze wil zijn muze zijn, en zijn absint.
Ze wil de vonk zijn van zijn lichterlaaie.
Hij is verward, begrijpt niet wat ze wil.
Zijn hart wordt door haar antwoord winterkil.
27 januari, 7+23 februari 2016
In 2016 was het 400 jaar geleden dat William Shakespeare was overleden.
Het Poëziecentrum te Gent organiseerde samen met de universiteit aldaar een Shakespeare-sonnettenwedstrijd.
Er waren vier categorieën: Nederlands en Engels, student en niet-student. Ondanks de Engelse eerste regel, meldde ik mij aan voor Nederlandse wedstrijd voor niet-studenten. En ik won!
Dat betekende een dagje Gent met vrouw en dochters, gevolgd door de prijsuitreiking en een college van Professor Jürgen Pieters onder de hanenbalken van het monumentale pand waarin het Poëziecentrum huist. Belgen weten de poëzie nog te waarderen.
Opvallend: drie van de vier categorieën werden gewonnen door Nederlanders.
Zijn vraag klinkt haar belezen en belegen.
Ze zegt beleefd maar onomwonden: “Nee”,
want lome zomerdagen staan haar tegen.
Ze wil hem wekken als de lentezon,
hem overladen met haar lentebloesem,
hem sleuren uit zijn winterslaapcocon,
en liefderijk verwarmen aan haar boezem.
Ze wil beminnen als de najaarswind,
de dorre blad’ren in zijn hoofd verwaaien.
Ze wil zijn muze zijn, en zijn absint.
Ze wil de vonk zijn van zijn lichterlaaie.
Hij is verward, begrijpt niet wat ze wil.
Zijn hart wordt door haar antwoord winterkil.
27 januari, 7+23 februari 2016
In 2016 was het 400 jaar geleden dat William Shakespeare was overleden.
Het Poëziecentrum te Gent organiseerde samen met de universiteit aldaar een Shakespeare-sonnettenwedstrijd.
Er waren vier categorieën: Nederlands en Engels, student en niet-student. Ondanks de Engelse eerste regel, meldde ik mij aan voor Nederlandse wedstrijd voor niet-studenten. En ik won!
Dat betekende een dagje Gent met vrouw en dochters, gevolgd door de prijsuitreiking en een college van Professor Jürgen Pieters onder de hanenbalken van het monumentale pand waarin het Poëziecentrum huist. Belgen weten de poëzie nog te waarderen.
Opvallend: drie van de vier categorieën werden gewonnen door Nederlanders.
Reiger
In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.
Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.
De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.
Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.
24 juni 2015, 16 september 2015
Ergens in de jaren nul (wellicht iets later) ontving de Almeerse dichteres Maria van Daalen een aantal bekende dichters in theater Corrosia.
Een daarvan was Liesbeth Lagemaat. Ik weet nog dat de meeste gedichten onbegrijpelijk waren, en dat ze een tip gaf: schrijf gedichten in een cyclus.
Dat laatste heb ik mij ter harte genomen. Of liever gezegd: met terugwerkende kracht heb terugkerende thema's in mijn gedichten aangeduid als cyclus.
Dit Shakespeare-sonnet is er eentje uit mijn cyclus "Vinexië". Vinexië is een kreet die ik zelf heb verzonnen, maar die al bleek te bestaan.
De oorspronkelijke bedenkers gebruikten het spottend, voor mij is het een geuzennaam.
Het gedicht is geschreven voor de cursus van Co Woudsma, maar het bleek toch iets te licht. Op Het Vrije Vers kwam het beter tot zijn recht, op het forum en de voorpagina.
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.
Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.
De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.
Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.
24 juni 2015, 16 september 2015
Ergens in de jaren nul (wellicht iets later) ontving de Almeerse dichteres Maria van Daalen een aantal bekende dichters in theater Corrosia.
Een daarvan was Liesbeth Lagemaat. Ik weet nog dat de meeste gedichten onbegrijpelijk waren, en dat ze een tip gaf: schrijf gedichten in een cyclus.
Dat laatste heb ik mij ter harte genomen. Of liever gezegd: met terugwerkende kracht heb terugkerende thema's in mijn gedichten aangeduid als cyclus.
Dit Shakespeare-sonnet is er eentje uit mijn cyclus "Vinexië". Vinexië is een kreet die ik zelf heb verzonnen, maar die al bleek te bestaan.
De oorspronkelijke bedenkers gebruikten het spottend, voor mij is het een geuzennaam.
Het gedicht is geschreven voor de cursus van Co Woudsma, maar het bleek toch iets te licht. Op Het Vrije Vers kwam het beter tot zijn recht, op het forum en de voorpagina.
maandag 20 maart 2017
Zondagmorgen bij de vaart
Je kunt het toch het beste zelf ervaren,
die rust op zondagmorgen bij de vaart.
Ik wil het zonlicht voelen in mijn haren.
Ik wil niet langer toeven bij de haard.
Je ziet een visser naar zijn dobber staren.
Zijn trouwe pitbull kwispelt met zijn staart.
Er wandelen verdwaalde minneparen.
Een paardenmeisje knuffelt met haar paard.
Een restaurantje adverteert zijn waren,
de handel van de slaperige waard.
Omdat het nog te vroeg is voor tartaren,
bestel ik koffie met een stukje taart.
Ineens scheurt er een speedboot door de baren.
Ik schrik van alle onrust die dat baart.
10-12 juni 2010
20 maart 2017: punten en komma’s toegevoegd aan het einde van de regels
Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken. Daarnaast bevat nog een ander rijmhoogstandje.
Daarom is het ook verschenen op de voorpagina van Het Vrije Vers
die rust op zondagmorgen bij de vaart.
Ik wil het zonlicht voelen in mijn haren.
Ik wil niet langer toeven bij de haard.
Je ziet een visser naar zijn dobber staren.
Zijn trouwe pitbull kwispelt met zijn staart.
Er wandelen verdwaalde minneparen.
Een paardenmeisje knuffelt met haar paard.
Een restaurantje adverteert zijn waren,
de handel van de slaperige waard.
Omdat het nog te vroeg is voor tartaren,
bestel ik koffie met een stukje taart.
Ineens scheurt er een speedboot door de baren.
Ik schrik van alle onrust die dat baart.
10-12 juni 2010
20 maart 2017: punten en komma’s toegevoegd aan het einde van de regels
Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken. Daarnaast bevat nog een ander rijmhoogstandje.
Daarom is het ook verschenen op de voorpagina van Het Vrije Vers
Julius
Hij heeft destijds gestreden om de macht
en kwam als winnaar uit die strijd naar voren.
Een eigen maand heeft hij zich toebedacht;
Quintilis zou hem voortaan toebehoren.
Toch overschatte hij zijn eigen kracht
toen hij ging buurten bij de senatoren.
Die hebben hem met messen opgewacht
om hem daarmee vakkundig te doorboren.
Ik lig hier in een zwoele zomernacht
te wachten op het roze ochtendgloren
wanneer de hele wereld leeft en lacht
omzoomd door zoetgevooisde vogelkoren.
Had Julius ook oog voor deze pracht
of liet hij het in zwaardgekletter smoren?
23 juni 2009
Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken.
Dit gedicht is geschreven voor de verjaardagskalender van Vereniging Aldichter, maar het heeft het niet gehaald. Het is ook wat licht van toon.
Op 3 juli 2009 verscheen dit sonnet op de Plezierdichtershyve.
Op 30 juni 2012 heb ik het geplaatst op Het Vrije Vers en zelfs op deze blog
en kwam als winnaar uit die strijd naar voren.
Een eigen maand heeft hij zich toebedacht;
Quintilis zou hem voortaan toebehoren.
Toch overschatte hij zijn eigen kracht
toen hij ging buurten bij de senatoren.
Die hebben hem met messen opgewacht
om hem daarmee vakkundig te doorboren.
Ik lig hier in een zwoele zomernacht
te wachten op het roze ochtendgloren
wanneer de hele wereld leeft en lacht
omzoomd door zoetgevooisde vogelkoren.
Had Julius ook oog voor deze pracht
of liet hij het in zwaardgekletter smoren?
23 juni 2009
Dit is een prettige vervorm, een Shakespearesonnet met 2 in plaats van 7 rijmklanken.
Dit gedicht is geschreven voor de verjaardagskalender van Vereniging Aldichter, maar het heeft het niet gehaald. Het is ook wat licht van toon.
Op 3 juli 2009 verscheen dit sonnet op de Plezierdichtershyve.
Op 30 juni 2012 heb ik het geplaatst op Het Vrije Vers en zelfs op deze blog
zondag 19 maart 2017
ONMOGELIJK GEDICHT VOOR JACQUES KRAAIJEVELD
Als de dag bloeit tot verwelkens
en door sterren wordt bepereld
wenkt een vreemdeling je telkens
naar het einde van de wereld.
Kijkend naar het kolkend mengsel
staat de muze van de kunst er.
Alles hier is een bedenksel
en ze weegt het met haar unster.
In dit duister oord verdun je,
licht geworden wil je vliegen.
Je bent naakt en zonder plunje,
uitgekleed tot op je psyche.
En ik voel opeens hoe dit me
meesleurt in een kosmisch ritme.
25 november 1998
In "Onze Taal" van november 1998 geeft Jacques Kraaijeveld 41 voorbeelden van "woorden zonder rijm".
Hij vermoedt dat er nog veel meer zijn.
Hij daagt lezers uit hem te helpen zoeken.
Ik zie een heel andere uitdaging: het schrijven van een gedicht met deze woorden.
Dit Shakespeare-sonnet is geplaats rechts onderaan pagina van Onze Taal 1999 - 2/3
Op 19 april 2008 verscheen het op de Plezierdichtershyve, in de rubriek rijmlozen.
Oprichter Musonius was als altijd zeer steng, hetgeen leidde tot een aangepaste versie.
De pijnpunten waren vliegen/psyche (vervangen door vliege/psyche) en mengsel/bedenksel (vervangen door drenksel/bedenksel)
Het origineel bevalt mij toch beter
Jaren later kwam ik ene Jacques Kraaijeveld tegen. Hij ontkende dat dit gedicht voor hem was geschreven, waarschijnlijk was het zijn neef.
en door sterren wordt bepereld
wenkt een vreemdeling je telkens
naar het einde van de wereld.
Kijkend naar het kolkend mengsel
staat de muze van de kunst er.
Alles hier is een bedenksel
en ze weegt het met haar unster.
In dit duister oord verdun je,
licht geworden wil je vliegen.
Je bent naakt en zonder plunje,
uitgekleed tot op je psyche.
En ik voel opeens hoe dit me
meesleurt in een kosmisch ritme.
25 november 1998
In "Onze Taal" van november 1998 geeft Jacques Kraaijeveld 41 voorbeelden van "woorden zonder rijm".
Hij vermoedt dat er nog veel meer zijn.
Hij daagt lezers uit hem te helpen zoeken.
Ik zie een heel andere uitdaging: het schrijven van een gedicht met deze woorden.
Dit Shakespeare-sonnet is geplaats rechts onderaan pagina van Onze Taal 1999 - 2/3
Op 19 april 2008 verscheen het op de Plezierdichtershyve, in de rubriek rijmlozen.
Oprichter Musonius was als altijd zeer steng, hetgeen leidde tot een aangepaste versie.
De pijnpunten waren vliegen/psyche (vervangen door vliege/psyche) en mengsel/bedenksel (vervangen door drenksel/bedenksel)
Het origineel bevalt mij toch beter
Jaren later kwam ik ene Jacques Kraaijeveld tegen. Hij ontkende dat dit gedicht voor hem was geschreven, waarschijnlijk was het zijn neef.
IK HOU VAN
Ik hou van bier en sinaasappels,
van vruchtensap en brandewijn,
van appelmoes en kokosnoten,
van speklap en gevuld konijn.
Ik hou van bergen en van dalen,
van Porsche en van autoped,
van Donald Duck en Dostojevski,
van herenhuis en ruime flat.
Ik hou van schaatsen en van zwemmen,
van suikerriet en van banaan,
van David Bowie en Vivaldi,
van kiekendief en ortolaan.
Ik hou van jou en jou alleen,
want zoals jij is er maar één.
7 oktober 1998
Dit Shakespeare-sonnet is ingeleverd voor de Gedichtenwedstrijd Hoek van Holland 2007, dat als thema had “Ik hou van”. Om een onderscheidende naam te hebben is het gedicht toen hernoemd tot “Bier en sinaasappels”.
Ik meen dat organisator Dirk Tempelaar van De Hoekse Taalkmer mij wel genomineerd heeft, maar dat ik verhinderd was omdat ik ook in Almere was genomineerd. Beide uitreikinegn vonden plaats op Gedichtendag 2007. Toen heeft Dirk mijn nominatie weer ingetrokken
van vruchtensap en brandewijn,
van appelmoes en kokosnoten,
van speklap en gevuld konijn.
Ik hou van bergen en van dalen,
van Porsche en van autoped,
van Donald Duck en Dostojevski,
van herenhuis en ruime flat.
Ik hou van schaatsen en van zwemmen,
van suikerriet en van banaan,
van David Bowie en Vivaldi,
van kiekendief en ortolaan.
Ik hou van jou en jou alleen,
want zoals jij is er maar één.
7 oktober 1998
Dit Shakespeare-sonnet is ingeleverd voor de Gedichtenwedstrijd Hoek van Holland 2007, dat als thema had “Ik hou van”. Om een onderscheidende naam te hebben is het gedicht toen hernoemd tot “Bier en sinaasappels”.
Ik meen dat organisator Dirk Tempelaar van De Hoekse Taalkmer mij wel genomineerd heeft, maar dat ik verhinderd was omdat ik ook in Almere was genomineerd. Beide uitreikinegn vonden plaats op Gedichtendag 2007. Toen heeft Dirk mijn nominatie weer ingetrokken
zaterdag 11 februari 2017
Cecil
De tandarts had als schutter grote faam.
Na jaren kruimelwild schoot hij ten slotte
in Afrika een leeuw, die een mascotte
van heel de natie bleek, een leeuw met naam.
De schuldvraag werd gesteld: wie trof er blaam?
Was het de gids, die deze naamleeuw spotte,
of toch de jager-tandarts met zijn botte
vermoordingsdrift, of alle twee tezaam?
Wat naamloos sterft op hakblok of op jachtveld
heeft zelden veel emoties losgemaakt;
je hoort wel eens dat Wakker Dier een klacht meldt.
Ik vind het prima zo, maar één ding mis ik:
bedenk iets vaker wát zo lekker smaakt
wanneer je smult van slavink of van visstick.
februari 2016
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over Patty Scholten, kregen we de opdracht om gedicht te schrijven over een dier met gevatte mooie beelden en humor.
Erg inspirerend was het verhaal van de Amerikaanse tandarts, die met een kruisboog een leeuw ging schieten in Zimbabwe. Met name de selectieve verontwaardiging was geweldig om te zien.
Na jaren kruimelwild schoot hij ten slotte
in Afrika een leeuw, die een mascotte
van heel de natie bleek, een leeuw met naam.
De schuldvraag werd gesteld: wie trof er blaam?
Was het de gids, die deze naamleeuw spotte,
of toch de jager-tandarts met zijn botte
vermoordingsdrift, of alle twee tezaam?
Wat naamloos sterft op hakblok of op jachtveld
heeft zelden veel emoties losgemaakt;
je hoort wel eens dat Wakker Dier een klacht meldt.
Ik vind het prima zo, maar één ding mis ik:
bedenk iets vaker wát zo lekker smaakt
wanneer je smult van slavink of van visstick.
februari 2016
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over Patty Scholten, kregen we de opdracht om gedicht te schrijven over een dier met gevatte mooie beelden en humor.
Erg inspirerend was het verhaal van de Amerikaanse tandarts, die met een kruisboog een leeuw ging schieten in Zimbabwe. Met name de selectieve verontwaardiging was geweldig om te zien.
Distel
De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.
Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,
totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.
Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.
28 februari, 3+4+6 maart 2013
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina. Daar is dit autobiografische vers nog steeds te lezen.
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.
Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,
totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.
Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.
28 februari, 3+4+6 maart 2013
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Meestal plaats is mijn verzen op het forum. Dat leidt tot bedankjes en/of discussie.
De redactie zet de beste gedichten op de voorpagina. Daar is dit autobiografische vers nog steeds te lezen.
vrijdag 10 februari 2017
Formica Rufa
De deur naar warmer weer staat op een kier.
De dooi biedt uitzicht op een dorre knekel
van waterjuffer, dagpauwoog of krekel.
Ik ben er nog, ik ben dan ook een mier.
We hebben aan die lui een grote hekel.
Dat fladdert en dat fiedelt, maakt plezier,
maar nu zijn ze nog dooier dan een pier,
door kou geveld, verzopen in de pekel.
Wanneer ik voedsel tors door mierenstraten,
dan kijk ik op als er getjirp weerklinkt.
Het is niet goed, maar ik kan het niet laten.
Als vleugelloze voel ik me verminkt.
Het liefste zweef ik weg bij al mijn maten
uit het korset van groepsdwang en instinct.
4-6 februari 2012
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over William Blake, kregen we de opdracht om gedicht over een dier met een diepere laag te schrijven.
(Achteraf gezien zonder succes) ingediend bij de Turing Nationale gedichtenwedstrijd 2012 als nummer 8043.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum met als commentaar: “Dit fraaie meerlagige sonnet is als 8043e aangemeld bij de Turing nationale gedichtenwedstrijd. Onbegrijpelijk dat hij niet bij de laatste 1000 zit.”
Dit leidde tot een interessante discussie over de kansen van vormvaste poëzie bij Turing
Overigens achtte ook de redactie van Het Vrije Vers dit niet geschikt voor de voorpagina.
In oktober 2014 keerde het tij: het gedicht werd opgenomen Ballustrada, jaargang 28 nr. 3/4 .
Cees van der Pluijm verzorgde het blokje Light Verse met 18 gedichten van even zovele dichters, waaronder Kees Torn en Drs. P.
Ook verscheen het op een bijgevoegd stel kaarten.
De dooi biedt uitzicht op een dorre knekel
van waterjuffer, dagpauwoog of krekel.
Ik ben er nog, ik ben dan ook een mier.
We hebben aan die lui een grote hekel.
Dat fladdert en dat fiedelt, maakt plezier,
maar nu zijn ze nog dooier dan een pier,
door kou geveld, verzopen in de pekel.
Wanneer ik voedsel tors door mierenstraten,
dan kijk ik op als er getjirp weerklinkt.
Het is niet goed, maar ik kan het niet laten.
Als vleugelloze voel ik me verminkt.
Het liefste zweef ik weg bij al mijn maten
uit het korset van groepsdwang en instinct.
4-6 februari 2012
Sinds oktober 2009 heb ik les van een heuse dichter, Co Woudsma uit Weesp.
Naar aanleiding van een les over William Blake, kregen we de opdracht om gedicht over een dier met een diepere laag te schrijven.
(Achteraf gezien zonder succes) ingediend bij de Turing Nationale gedichtenwedstrijd 2012 als nummer 8043.
Begin 2010 werd ik lid van Het Vrije Vers, de website voor en door plezierdichters.
Deze naam met knipoog – vrije verzen zijn juist minder welkom – is bedacht door oprichter Quirien van Haelen.
Dit gedicht plaatste ik op het forum met als commentaar: “Dit fraaie meerlagige sonnet is als 8043e aangemeld bij de Turing nationale gedichtenwedstrijd. Onbegrijpelijk dat hij niet bij de laatste 1000 zit.”
Dit leidde tot een interessante discussie over de kansen van vormvaste poëzie bij Turing
Overigens achtte ook de redactie van Het Vrije Vers dit niet geschikt voor de voorpagina.
In oktober 2014 keerde het tij: het gedicht werd opgenomen Ballustrada, jaargang 28 nr. 3/4 .
Cees van der Pluijm verzorgde het blokje Light Verse met 18 gedichten van even zovele dichters, waaronder Kees Torn en Drs. P.
Ook verscheen het op een bijgevoegd stel kaarten.
Abonneren op:
Posts (Atom)