Je hangt tussen hemel en aarde.
Op jacobsladders stijgen
dames en heren
gevangen in hun eigen sores
op naar klaroengeschal en plastic Petrus.
Je denkt aan dood en eeuwigheid,
maar je kunt beter verbinding zoeken
met de sleuteldrager.
29 januari, 18 september 2012
In het online poëzietijdschrift Meander Magazine kan een beginnend (maar ook een gelauwerd) dichter zijn poëzie plaatsen na beoordeling van de redactie.
Mijn eerste poging was in de zomer van 2011. Helaas werden mijn gedichten afgewezen. De reden leek mij helder: te begrijpelijk. Enige mate van onbegrijpelijkheid strekt bij Meander tot aanbeveling.
In januari 2012 schreef ik in korte tijd 3 volstrekt onbegrijpelijke gedichten, die ik ruim een half jaar later opstuurde naar Meander. En inderdaad, ze werden dit keer wel geplaatst.
Dit gedicht heb ik geschreven voor Nienke, die vast kwam te zitten in de lift van station Amsterdam Muiderpoort.
Dichters-cv
Liefst schrijf ik poëzie met kleine woorden
die niet vermaant en geen taboes doorbreekt
maar alledaags van ’t alledaagse spreekt
een symfonie van simpele akkoorden
Ik heb geen grote opdracht te vervullen
zolang ik maar een mondhoek om zie krullen
© Niels Blomberg, juni 2022Als je mijn gedichten aardig vindt, dan kun je een boekje kopen; klik HIER
zondag 14 januari 2018
For MR (who goes to work by kayak)
No longer locked in shiny spheres
that rumble-role in soothing speed
too closely packed on lazy tar
like beads confined upon a string
I feel the water freely flow
My paddle tips reach for the sky
The land two ribbons by my side
No roaring engine leads the way
The water-flow starts at my door
It drifts away through the lagoon
One day I'll join it to the bay
and out beyond the Golden Gate
October 1 2009, April 14 2010
Dit gedicht is geschreven voor een collega op het hoofdkantoor van EFI in Foster City, een stadje gebouwd op schorren en slikken in de San Francisco Bay. Foster City heeft een heuse dijk en kanalen voor waterafvoer en -berging. Het natte hart van de stad is de lagoon.
This poem is written for a colleague, who works at the EFI headquarters in Foster City, a town built on higher ground in the San Francisco Bay. Foster City has a dyke and canals to manage the water flow. The wet city heart is the lagoon.
that rumble-role in soothing speed
too closely packed on lazy tar
like beads confined upon a string
I feel the water freely flow
My paddle tips reach for the sky
The land two ribbons by my side
No roaring engine leads the way
The water-flow starts at my door
It drifts away through the lagoon
One day I'll join it to the bay
and out beyond the Golden Gate
October 1 2009, April 14 2010
Dit gedicht is geschreven voor een collega op het hoofdkantoor van EFI in Foster City, een stadje gebouwd op schorren en slikken in de San Francisco Bay. Foster City heeft een heuse dijk en kanalen voor waterafvoer en -berging. Het natte hart van de stad is de lagoon.
This poem is written for a colleague, who works at the EFI headquarters in Foster City, a town built on higher ground in the San Francisco Bay. Foster City has a dyke and canals to manage the water flow. The wet city heart is the lagoon.
donderdag 11 januari 2018
New House
Construction workers did their job
Their voices and their tools are gone
They left the smell of concrete dust
They left the smell of new
We smell an almost home sweet home
Our whispers bounce from wall to wall
The doorpost needs a coat of paint
The carpet seeks a place to rest
Still we are strangers, we are guests
We do not know which floorboard squeaks
The smells of day, the sounds of night
have not yet settled in our minds
One day this house will be our friend
No longer will we call it new
The table, chairs, the lazy couch
lie comfy in its warm embrace
August 26 2008
Toen LinkedIn in 2004 begon met groepen, besloot ik uit pure balorigheid de groep Poets op te richten. De groep heeft inmiddels bijna 12 duizend leden.
Voor deze internationale groep heb ik ook een paar Engelse gedichten geschreven waaronder deze.
Het is een mooie ervaring: de klank is anders dan Nederlands. Uiteindelijk schrijf ik toch liever in mijn eigen taal.
When LinkedIn started groups in 2004, I founded the group Poets, just for fun. Now the group has almost 12,000 members.
For this international group I wrote some English poems, like this one.
It is a nice experience; the sound is different from Dutch. In the end, I prefer writing in my own language.
Their voices and their tools are gone
They left the smell of concrete dust
They left the smell of new
We smell an almost home sweet home
Our whispers bounce from wall to wall
The doorpost needs a coat of paint
The carpet seeks a place to rest
Still we are strangers, we are guests
We do not know which floorboard squeaks
The smells of day, the sounds of night
have not yet settled in our minds
One day this house will be our friend
No longer will we call it new
The table, chairs, the lazy couch
lie comfy in its warm embrace
August 26 2008
Toen LinkedIn in 2004 begon met groepen, besloot ik uit pure balorigheid de groep Poets op te richten. De groep heeft inmiddels bijna 12 duizend leden.
Voor deze internationale groep heb ik ook een paar Engelse gedichten geschreven waaronder deze.
Het is een mooie ervaring: de klank is anders dan Nederlands. Uiteindelijk schrijf ik toch liever in mijn eigen taal.
When LinkedIn started groups in 2004, I founded the group Poets, just for fun. Now the group has almost 12,000 members.
For this international group I wrote some English poems, like this one.
It is a nice experience; the sound is different from Dutch. In the end, I prefer writing in my own language.
dinsdag 9 januari 2018
Halve sloot (Mijn eerste kennismaking met het fenomeen waterschap)
Met elf jaar ben ik uit de stad vertrokken:
ons Amsterdamse huis was niet zo groot.
Al bleef het voor zo’n stadsgezin wel gokken,
een huis met voor- en achtertuin bleef lokken.
Als bonus kregen wij een halve sloot.
De andere helft was van een boerenweide,
dat ons een groen en zwart-bont uitzicht bood
en dat ons van de buren onderscheidde.
Ja wel, ons plattelandsgevoel gedijde
en dan vooral door onze halve sloot.
Het waterschap verscheen daar in ons leven
toen het een grote schoonmaakbeurt gebood.
In onderwaterwieden niet bedreven
vertraagden onze werkzaamheden even.
Gevolg: een boete voor een halve sloot.
Zo’n sloten-schoonmaakbeurt kon ons benauwen.
De boer werd onze redder in de nood.
Hij deed de hele sloot bij alle schouwen
totdat men ook zijn weiland ging bebouwen.
Dat was het einde van de halve sloot.
mei 2008
Dit is mijn persoonlijkste watergedicht. Het is waar gebeurd en wel nadat mijn ouders in 1970 besloten van Amsterdam naar Abcoude te verhuizen.
ons Amsterdamse huis was niet zo groot.
Al bleef het voor zo’n stadsgezin wel gokken,
een huis met voor- en achtertuin bleef lokken.
Als bonus kregen wij een halve sloot.
De andere helft was van een boerenweide,
dat ons een groen en zwart-bont uitzicht bood
en dat ons van de buren onderscheidde.
Ja wel, ons plattelandsgevoel gedijde
en dan vooral door onze halve sloot.
Het waterschap verscheen daar in ons leven
toen het een grote schoonmaakbeurt gebood.
In onderwaterwieden niet bedreven
vertraagden onze werkzaamheden even.
Gevolg: een boete voor een halve sloot.
Zo’n sloten-schoonmaakbeurt kon ons benauwen.
De boer werd onze redder in de nood.
Hij deed de hele sloot bij alle schouwen
totdat men ook zijn weiland ging bebouwen.
Dat was het einde van de halve sloot.
mei 2008
Dit is mijn persoonlijkste watergedicht. Het is waar gebeurd en wel nadat mijn ouders in 1970 besloten van Amsterdam naar Abcoude te verhuizen.
maandag 8 januari 2018
Je naam
Ik schrijf je naam in het wassende water
Het breekt door de bres in de zeedijk
De verdronken toren beiert eeuwig je naam
Ik schrijf je naam in het getemde water
Het zingt langs de dijken rondom het meer
Het klotst tegen schepen van zoetwatermatrozen
Ik schrijf je naam in het wijkende water
Het schuurt door de geulen, borrelt op uit de bodem
Het raast door gemalen en verstilt in het randmeer
Ik schrijf je naam in de vette klei
Voor eeuwig verankerd in bedden van schelpen
Het goudgele koolzaad fluistert je naam
De wind blaast je naam door mijn haar
28 juni 2006, 23 september 2017
Terug lezend in mijn watergedichten, valt me op dat er zoveel mooie tussen zitten, zeker in de eerste jaren. Nog steeds ben ik erg gelukkig met dit liefdesgedicht over het droogleggen van Flevoland.
Tegen mijn gewoonte in heb ik twee wijzigingen aangebracht, eigenlijk verbeteringen. Wie mijn bundel “Meer Waterdicht” heeft kan gaan speuren.
Het breekt door de bres in de zeedijk
De verdronken toren beiert eeuwig je naam
Ik schrijf je naam in het getemde water
Het zingt langs de dijken rondom het meer
Het klotst tegen schepen van zoetwatermatrozen
Ik schrijf je naam in het wijkende water
Het schuurt door de geulen, borrelt op uit de bodem
Het raast door gemalen en verstilt in het randmeer
Ik schrijf je naam in de vette klei
Voor eeuwig verankerd in bedden van schelpen
Het goudgele koolzaad fluistert je naam
De wind blaast je naam door mijn haar
28 juni 2006, 23 september 2017
Terug lezend in mijn watergedichten, valt me op dat er zoveel mooie tussen zitten, zeker in de eerste jaren. Nog steeds ben ik erg gelukkig met dit liefdesgedicht over het droogleggen van Flevoland.
Tegen mijn gewoonte in heb ik twee wijzigingen aangebracht, eigenlijk verbeteringen. Wie mijn bundel “Meer Waterdicht” heeft kan gaan speuren.
zondag 7 januari 2018
Wilburgt
De kat die muizen eet volgt zijn instinct
dat hem vertelt wanneer hij moet gaan jagen,
dat hij de muis niet doden moet, maar plagen
totdat zijn eetlust stijgt en speellust slinkt.
Prof. dr. Swaab die alles weet
van hersenen beweert dat elke gril
zelfstandig in neuronen wordt geboren.
Dit is ’s mans leer: ons ego houdt zich stil,
ons brein bekokstooft alles van tevoren;
wat wij bedenken ligt allang gereed.
Zo overstijgt Swaab alle professoren.
Ik hoef hem niet, die godloze profeet.
Ik heb een vrije wil, ik ben mijn wil.
Ik ben mijn wilde kat die muizen eet.
25-27 december 2016, 1 januari 2017
Bas Jongenelen en Martin Neggers zijn twee Tilburgse sonnetfanaten. Begin 2016 publiceerden zijn de eerste sonnettenkransenkrans. Inmiddels is de tweede in voorbereiding, waarin ook 4 sonnetten van mij komen.
Tussendoor was er nog een ander project van de beide heren: Tilburgse sonnetten. De belangrijkste eisen van deze versvorm.
- de 14e regels bestaat uit het eind van regel 13 en het begin van regel 1. Er zijn dus eigenlijk maar 13 regels. Dat komt mooi overeen met het netnummer van Tilburg: 013
- De titel van het gedicht bevat de letters T I L B U R G
In totaal heb ik 4 Tilburgse sonnetten geschreven, die zijn opgenomen in de bundel “Een kruik vol lauwe puls”. Voor hen die deze titel niet begrijpen: Tilburgers worden aangeduid als kruikenzeikers.
Dit was echt een project geweest: het schrijven van Tilburgse sonnetten was erg prettig, maar ik zal het niet gauw meer doen.
dat hem vertelt wanneer hij moet gaan jagen,
dat hij de muis niet doden moet, maar plagen
totdat zijn eetlust stijgt en speellust slinkt.
Prof. dr. Swaab die alles weet
van hersenen beweert dat elke gril
zelfstandig in neuronen wordt geboren.
Dit is ’s mans leer: ons ego houdt zich stil,
ons brein bekokstooft alles van tevoren;
wat wij bedenken ligt allang gereed.
Zo overstijgt Swaab alle professoren.
Ik hoef hem niet, die godloze profeet.
Ik heb een vrije wil, ik ben mijn wil.
Ik ben mijn wilde kat die muizen eet.
25-27 december 2016, 1 januari 2017
Bas Jongenelen en Martin Neggers zijn twee Tilburgse sonnetfanaten. Begin 2016 publiceerden zijn de eerste sonnettenkransenkrans. Inmiddels is de tweede in voorbereiding, waarin ook 4 sonnetten van mij komen.
Tussendoor was er nog een ander project van de beide heren: Tilburgse sonnetten. De belangrijkste eisen van deze versvorm.
- de 14e regels bestaat uit het eind van regel 13 en het begin van regel 1. Er zijn dus eigenlijk maar 13 regels. Dat komt mooi overeen met het netnummer van Tilburg: 013
- De titel van het gedicht bevat de letters T I L B U R G
In totaal heb ik 4 Tilburgse sonnetten geschreven, die zijn opgenomen in de bundel “Een kruik vol lauwe puls”. Voor hen die deze titel niet begrijpen: Tilburgers worden aangeduid als kruikenzeikers.
Dit was echt een project geweest: het schrijven van Tilburgse sonnetten was erg prettig, maar ik zal het niet gauw meer doen.
zaterdag 6 januari 2018
Tipula Paludosa
Jij lieve lome langpootmug
Je wilt niet drinken van mijn bloed
Je maakt geen jeukbult op mijn rug
Daarom werk jij op mijn gemoed
Zo goeiig en niet al te vlug
Een wesp of bromvlieg op een ruit
Maakt veel geluid, is hoorbaar boos
Hij bromt en zoemt: ik wil eruit
Jij vliegt maar wat, zo hulpeloos
Jouw lijdensweg kent geen geluid
Ik pak je heel voorzichtig aan
Je friemelt in mijn holle hand
Ik laat je buitenshuis weer gaan
Maar wesp en vlieg maak ik van kant
Door met de mepper te gaan slaan
10 mei 1999
De naam van dit gedicht is een knipoog naar het gedicht van Guido Gezelle genaamd “Het schrijverke (Gyrinus Natans)”. Ik heb later meer gedichten geschreven over insecten, allemaal met de wetenschappelijke naam als titel.
De versvorm heet kwintijn. Meestal is het rijmschema abaab, maar hier is gekozen voor ababa.
Merk verder op dat ik destijds koos voor de interpunctie van drs.P : geen leestekens aan het einde van de regel en iedere regel beginnen met een hoofdletter. Hoewel ik tegenwoordig liever aan proza-interpunctie doen, zal ik dit gedicht niet aanpassen; dat vind ik geschiedvervalsing.
Je wilt niet drinken van mijn bloed
Je maakt geen jeukbult op mijn rug
Daarom werk jij op mijn gemoed
Zo goeiig en niet al te vlug
Een wesp of bromvlieg op een ruit
Maakt veel geluid, is hoorbaar boos
Hij bromt en zoemt: ik wil eruit
Jij vliegt maar wat, zo hulpeloos
Jouw lijdensweg kent geen geluid
Ik pak je heel voorzichtig aan
Je friemelt in mijn holle hand
Ik laat je buitenshuis weer gaan
Maar wesp en vlieg maak ik van kant
Door met de mepper te gaan slaan
10 mei 1999
De naam van dit gedicht is een knipoog naar het gedicht van Guido Gezelle genaamd “Het schrijverke (Gyrinus Natans)”. Ik heb later meer gedichten geschreven over insecten, allemaal met de wetenschappelijke naam als titel.
De versvorm heet kwintijn. Meestal is het rijmschema abaab, maar hier is gekozen voor ababa.
Merk verder op dat ik destijds koos voor de interpunctie van drs.P : geen leestekens aan het einde van de regel en iedere regel beginnen met een hoofdletter. Hoewel ik tegenwoordig liever aan proza-interpunctie doen, zal ik dit gedicht niet aanpassen; dat vind ik geschiedvervalsing.
woensdag 3 januari 2018
November rain
Die lange solo van November Rain
moet bij mijn uitvaart door de aula schallen.
Gitaarmuziek verbroedert iedereen.
Mij geeft hij kippenvel van top tot teen,
hij zal ook vast mijn nageslacht bevallen,
die lange solo van November Rain.
Al roept een enkeling ontzet ‘O neen’,
dat zal mijn laatste feestje niet vergallen.
Gitaarmuziek verbroedert iedereen.
De erfenis leidt niet tot handgemeen,
wanneer men daar beluistert met zijn allen
die lange solo van November Rain.
Er is niet enkel treurnis en geween,
als Guns N’ Roses uit de speakers knallen.
Gitaarmuziek verbroedert iedereen.
Wanneer ik daarna lig onder mijn steen,
dan hoor ik de muziek der hemelhallen:
die lange solo van November Rain.
Gitaarmuziek verbroedert iedereen.
9+20 februari, 29 april 2013
Dit gedicht is geschreven voor de Plantagepoëzieprijs 2013. Het thema was uitvaart.
Ik was een van de drie genomineerde en eindigde derde. Winnaar was tv-presentator Cees van Ede, een beminnelijk mens, die zich tegen mij verontschuldigde dat hij had gewonnen. Inmiddels is hij trouwens organisator van deze poëzieprijs.
De meeste poëziewedstrijden hebben 10 genomineerden, voornamelijk om een redelijk volle zal te krijgen bij de prijsuitreiking. In de Amsterdamse Plantage speelt dit niet. Het is een deftige buurt rondom dierentuin Artis, vol met kunstminnaars die toch wel op komen draven.
De hoofdprijs wordt steevast vervaardigd door een in de Plantage woonachtige beeldend kunstenaar.
Deze versvorm heet villanelle. Zoals het blijkt uit dit gedicht zijn er 2 refreinregels, die op elkaar rijmen.
De beroemdste villanelle is van Dylan Thomas en heet “Do not go gentle into that good night”.
dinsdag 2 januari 2018
Spiegel van de wereld
Het aardoog ben ik, dat de luchten ziet.
Al heel wat mensenlevens ga ik mee.
Wie aan mijn wieg stond, heeft dat niet verteld.
Mijn leeftijd is verdronken in de tijd.
De wolkenhemel trekt in mij voorbij.
Ik deel haar wilde woede en haar rust.
Haar hemeltranen staan mij tot de rand.
Haar trage gang verkleurt mijn stalen blik.
Mijn opgetrokken wenkbrauw is verkort.
Beschermer van het land werd struikelblok
in de hoogwatergeul. Wat overbleef:
een bruggenhoofd, tribune van het oog
en één keer in uw leven ook een eiland.
Dan ben en zie ik niet, ik ben een kuil
verdronken voor de veiligheid van u
die ziet, vergeet het niet, vertel het door.
26-29 april, 7 mei 2017
Dit watergedicht is geschreven bij het kunstwerk Neerslag van Paul de Kort, voor de wedstrijd “Dichter bij de IJssel”.
Het is niet het winnende gedicht, maar wel goed genoeg voor de bundel wedstrijd “Dichter op de IJssel 2017”. Ook heb ik het op 16 juli 2017 mogen voorlezen bij theeschenkerij Oudeniel in de uiterwaarden bij Hattem.
Het kunstwerk is een drijvende schaal in het meertje De Kromme kolk, dat ontstaan is bij een dijkdoorbraak. Deze schaal ziet er anders uit naarmate er meer of minder water in staat.
Wanneer de Kromme Kolk is ontstaan, is niet bekend. De kolk staat op de Hottinger kaart die uit 1783 dateert, maar kan wel drie eeuwen ouder zijn. De meeste kolken dateren uit de 15e en 16e eeuw.
Opvallend is dat de Kromme Kolk de vorm van de Werverdijk heeft bepaald: die ligt er met een kleine bocht omheen. Dat gebeurde wel vaker, omdat de plaats van de dijkdoorbraak diep was uitgesleten.
Het grootste deel van de Werversdijk is vervangen door een brug voor het project Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld in het kader van Ruimte voor de rivier. Alleen het ronde stukje dijk om de Kromme Kolk ligt er nog.
Al heel wat mensenlevens ga ik mee.
Wie aan mijn wieg stond, heeft dat niet verteld.
Mijn leeftijd is verdronken in de tijd.
De wolkenhemel trekt in mij voorbij.
Ik deel haar wilde woede en haar rust.
Haar hemeltranen staan mij tot de rand.
Haar trage gang verkleurt mijn stalen blik.
Mijn opgetrokken wenkbrauw is verkort.
Beschermer van het land werd struikelblok
in de hoogwatergeul. Wat overbleef:
een bruggenhoofd, tribune van het oog
en één keer in uw leven ook een eiland.
Dan ben en zie ik niet, ik ben een kuil
verdronken voor de veiligheid van u
die ziet, vergeet het niet, vertel het door.
26-29 april, 7 mei 2017
Dit watergedicht is geschreven bij het kunstwerk Neerslag van Paul de Kort, voor de wedstrijd “Dichter bij de IJssel”.
Het is niet het winnende gedicht, maar wel goed genoeg voor de bundel wedstrijd “Dichter op de IJssel 2017”. Ook heb ik het op 16 juli 2017 mogen voorlezen bij theeschenkerij Oudeniel in de uiterwaarden bij Hattem.
Het kunstwerk is een drijvende schaal in het meertje De Kromme kolk, dat ontstaan is bij een dijkdoorbraak. Deze schaal ziet er anders uit naarmate er meer of minder water in staat.
Wanneer de Kromme Kolk is ontstaan, is niet bekend. De kolk staat op de Hottinger kaart die uit 1783 dateert, maar kan wel drie eeuwen ouder zijn. De meeste kolken dateren uit de 15e en 16e eeuw.
Opvallend is dat de Kromme Kolk de vorm van de Werverdijk heeft bepaald: die ligt er met een kleine bocht omheen. Dat gebeurde wel vaker, omdat de plaats van de dijkdoorbraak diep was uitgesleten.
Het grootste deel van de Werversdijk is vervangen door een brug voor het project Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld in het kader van Ruimte voor de rivier. Alleen het ronde stukje dijk om de Kromme Kolk ligt er nog.
dinsdag 19 december 2017
Ode aan de spreeuwenzwerm
Je verduistert de lage zon,
en dan bij toverslag
geef je vrije doorgang
aan het roze licht.
Je bent het superbrein
dat de koers bepaalt.
Geen spreeuw kent de weg.
Jij leidt ze met strakke hand
als een bataljon soldaten
maar dan zonder vijand,
als een troep lemmingen
maar dan zonder afgrond.
Je bent de vogel Roc
met spreeuwen als lichaamscellen,
westenwinden als vis vitalis,
einders als habitat.
Sindbad wil ik zijn,
opgetild door jou
zal ik de hemel zien.
10-23 november 2014
De opdracht van Co Woudsma was: “Ode aan iets concreets of abstracts (een filosofische laag is fijn)”
Dat gaf mij de mogelijkheid om iets te schrijven over mijn favoriete natuurfenomeen; elke herfst is het weer genieten.
Helaas had de jury van Turing in 2017 onvoldoende oog voor dit gedicht. Daarom maar geblogd.
Abonneren op:
Posts (Atom)