zondag 22 oktober 2017

Herfst 2005


Schiphol-Rijk, 2017

Hoge Vaart, Almere 2005


Terwijl de najaarswind
de eik uit zijn jas helpt,
buigt het lentegroene riet
diep in het dorre blad

Rupsen dansen
in de nesten
van vertrokken
zomergasten

De verkilde golfstroom botst
op de laatste ijsberg
waar een ijsbeer dobbert
in de vertrekkende zon

Waar mijn verhit gemoed
stuk slaat op mijn koude ziel
ben jij dichtbij
maar onbereikbaar

Mijn wereld tolt
nog steeds om haar as
maar dan wel
een kwartslag gekanteld


6 november 2005


Op 19 oktober zag ik het jonge riet op de wallekant bij Schiphol-Rijk.
12 jaar eerder zag ik hetzelfde langs de Hoge Vaart in Almere. Dat kwam mooi uit, want toen moest ik voor de Almere poëzieprijs 2006 een gedicht schrijven met het thema “Anders”. Dat werd bovenstaand gedicht.


woensdag 18 oktober 2017

Wintertijd

De zorgeloze wereld is ontgroend
Haar schoonheid is verdord, vergeeld
verknisperd onder haastige voeten

Door bladloze bomen schijnt de fletse zon
te moe om de wolken open te scheuren
De poolwind doet zomergasten uitgeleide

De dag heeft zijn extra uur ingeslikt
De lengende nacht schuift aan bij het avondmaal
twijfelzone tussen schemerlicht en schemerlamp

Verlichte vensters slaan wakken in het duister
kijkdozen van geborgenheid
cocons waarin vlinders voor eeuwig vliegen

De eerste schaatser kerft zijn naam in het ijs

November 2006


Dit watergedicht is geschreven voor Ballade, het werknemersblad van waterschap Zuiderzeeland. Het nummer van december 2006 had als thema “sfeer”.
Dit gedicht is ook bij Aldichter voorgelezen toen de wintertijd inging.


dinsdag 17 oktober 2017

Terp van vertrouwen

De terp van vertrouwen staat pal
op klompenvoeten in de Lelyvelden
die watervrij en waterpas
reiken tot aan bedijkte horizonten

Tussen zijn tenen kronkelen
wortels van de vierduizendjaar oude eik
Samen rijzen ze hoog boven de wereld
dwars door het glazen plafond

De bladerkroon speelt met zonnestralen
zoals ooit de kabbelzee
Vlekken dansen over het gras
zoals ze hinkelden tussen het koraal

Op de top van de terp
kun je zien voorbij de horizon
voorbij de dijk van veiligheid
tot aan het land van tienduizend jaar

Op de top van de terp
ruik je de zee van onzekerheid
hoor je golven van twijfel
dobbelen op het basalt

Aan de voet van de terp
lig je vierduizend jaar
ontspannen te slapen, uitgeteld
onder dekens van geborgenheid

januari 2008


Dit watergedicht is geschreven voor de Watertafel van 14 januari 2008 met als thema veiligheid. De Watertafel was een feestelijke bijeenkomst van de Flevolandse overheid: gemeenten, provincie en natuurlijk het organiserende waterschap.

Het is een prettig hermetisch gedicht geworden, als je het zonder uitleg leest. Mijn schoonfamilie heeft mij ooit gevraagd het voor te lezen boven het open graf van een tante.

Toch zit er een helder idee achter:
Voor alle polders van Flevoland geldt, dat ze zodanig zijn beveiligd dat ze niet meer dan eens in 4000 jaar overstromen.
Alleen Noord- en Zuid-Holland zouden nog veiliger moeten zijn: eens in de 10000 jaar.

Mijn eerste associatie bij veiligheid was: terp. Verschil tussen terp en dijk: bij een terp kun je zelf zorgen dat het droog blijft, bij een dijk moet je vertrouwen dat anderen de dijk onderhouden

En tot slot: NAP is het glazen plafond van Flevoland.

maandag 2 oktober 2017

Herfst

De Zorgeloosheid zoekt zijn jas.
Zijn flierefluit heeft hij verbrand
voor warmte in de nacht.

De Zorgzaamheid is sprokkelklaar.
De tak met het verdroogde nest
ligt bladloos op een hoop.

De Zorgeloosheid zoekt zijn maal.
Nog altijd is het leven mooi
zolang de voorraad strekt.

De Zorgzaamheid is schoffelklaar.
De allerlaatste appelplof
bekroont het oogstseizoen.

De Zorgeloosheid zoekt zijn doel.
Hij zoekt een zin, een wederwoord.
Hij zoekt een levensmaat.

De Zorgzaamheid is zonneklaar.
Ze wil zijn onbezonnenheid.
Ze wil zijn warme lijf.

24 oktober – 14 november 2014


Geschreven voor de cursus van Co Woudsma bij de opdracht “Herfstgedicht met sensuele ondertoon”
Co vond het een publicabel gedicht. Dat is mooi, want de cursus heeft als doel het schrijven van publicabele gedichten. Dit was mijn eerste en voorlopig laatste.
De meningen blijken verdeeld: in 2015 strandde het in de eerste ronde van de Turing nationale gedichtenwedstrijd.


zondag 1 oktober 2017

Kratfiets

Kaarsrechte meisjes blikken
zelfbewust de wereld in.
Hun silhouet is van een
bakkersknecht of uit ET;
ik wacht tot ze opstijgen.

Maar ze stijgen niet op.
En ze stijgen ook niet af.
Statig pedalerend als freules
uit oude boeken gaan ze voort
alleen of in kleine groepjes.

De wereld wacht op hen,
de wereld wil hen verleiden,
maar zij fietsen verder,
veilig verschanst achter
het krat op hun fiets.

22+24 mei, 17-19 juni, 30-31 augustus 2015


Opdracht van Aldichter: Maak een gedicht over een vervoermiddel.
Dit modieuze vervoermiddel schoot mij als eerste te binnen. Als het over een paar jaar weer uit de mode is, dan is het in ieder geval poëtisch geboekstaafd.