Posts tonen met het label waterdichter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waterdichter. Alle posts tonen

woensdag 24 januari 2018

Ode aan de krooshekreiniger

Het krooshek vangt bij de gemalen waterplant en riet.
De plantenkluwen die ontstaat, bereikt de pompen niet.
Wat legt dat bladgroen en die stengels op een hoop apart?
Dat is de krooshekreiniger die automatisch start.

Mijn hoofd zit vol met woorden en een prachtig vergezicht.
Het is een warboel nog helaas, nog lang niet een gedicht.
Wat heeft die klont van woord en beeld uiteindelijk ontward?
Mijn eigen krooshekreiniger die automatisch start.

Vaak lopen woordenwisselingen gierend uit de hand
en menig militair conflict blijkt één groot misverstand.
Wie slecht de muur van onbegrip, die de hele mensheid tart?
Dat is de krooshekreiniger die automatisch start.

Wanneer je mij beroven komt, neem dan mijn have en goed,
mijn blauw suède schoenen ook, indien je die nog moet.
Neem mijn gedichten mee desnoods, hoezeer mij dat ook smart,
maar niet mijn krooshekreiniger die automatisch start.

September 2010


Waterschappen zijn de meest technische democratieën van het land. Gemalen hebben prachtige hulpstukken, zoals krooshekreinigers.`
Directe aanleiding voor dit gedicht was een waarschuwingsbordje bij gemaal Lovink (gemeente Zeewolde, schuin tegenover Harderwijk):
OPGELET AUTOMATISCH STARTENDE KROOSHEKREINIGER

Later heb ik dit voorgelezen tijdens de watertafel 2014, zeg maar de nieuwjaarsreceptie van waterschap Zuiderzeeland. Daarna heb ik het nog vele malen voorgedragen; het is niet alleen een favoriet watergedicht, maar gewoon een favoriet gedicht.

Overigens start de krooshekreiniger automatisch als het waterpeil vóór het krooshek een decimeter hoger is dan erachter, omdat de doorstroming dan onvoldoende is.
Oudere medewerkers van gemalen weten nog goed dat ze vroeger met harken en rieken in de weer moesten bij het krooshek. Ze zijn dan ook erg blij met de krooshekreiniger. Met terugwerkende kracht wil ik dit gedicht aan hen opdragen.

dinsdag 9 januari 2018

Halve sloot (Mijn eerste kennismaking met het fenomeen waterschap)

Met elf jaar ben ik uit de stad vertrokken:
ons Amsterdamse huis was niet zo groot.
Al bleef het voor zo’n stadsgezin wel gokken,
een huis met voor- en achtertuin bleef lokken.
Als bonus kregen wij een halve sloot.

De andere helft was van een boerenweide,
dat ons een groen en zwart-bont uitzicht bood
en dat ons van de buren onderscheidde.
Ja wel, ons plattelandsgevoel gedijde
en dan vooral door onze halve sloot.

Het waterschap verscheen daar in ons leven
toen het een grote schoonmaakbeurt gebood.
In onderwaterwieden niet bedreven
vertraagden onze werkzaamheden even.
Gevolg: een boete voor een halve sloot.

Zo’n sloten-schoonmaakbeurt kon ons benauwen.
De boer werd onze redder in de nood.
Hij deed de hele sloot bij alle schouwen
totdat men ook zijn weiland ging bebouwen.
Dat was het einde van de halve sloot.

mei 2008


Dit is mijn persoonlijkste watergedicht. Het is waar gebeurd en wel nadat mijn ouders in 1970 besloten van Amsterdam naar Abcoude te verhuizen.


maandag 8 januari 2018

Je naam

Ik schrijf je naam in het wassende water
Het breekt door de bres in de zeedijk
De verdronken toren beiert eeuwig je naam

Ik schrijf je naam in het getemde water
Het zingt langs de dijken rondom het meer
Het klotst tegen schepen van zoetwatermatrozen

Ik schrijf je naam in het wijkende water
Het schuurt door de geulen, borrelt op uit de bodem
Het raast door gemalen en verstilt in het randmeer

Ik schrijf je naam in de vette klei
Voor eeuwig verankerd in bedden van schelpen
Het goudgele koolzaad fluistert je naam

De wind blaast je naam door mijn haar

28 juni 2006, 23 september 2017


Terug lezend in mijn watergedichten, valt me op dat er zoveel mooie tussen zitten, zeker in de eerste jaren. Nog steeds ben ik erg gelukkig met dit liefdesgedicht over het droogleggen van Flevoland.
Tegen mijn gewoonte in heb ik twee wijzigingen aangebracht, eigenlijk verbeteringen. Wie mijn bundel “Meer Waterdicht” heeft kan gaan speuren.


dinsdag 2 januari 2018

Spiegel van de wereld

Het aardoog ben ik, dat de luchten ziet.
Al heel wat mensenlevens ga ik mee.
Wie aan mijn wieg stond, heeft dat niet verteld.
Mijn leeftijd is verdronken in de tijd.

De wolkenhemel trekt in mij voorbij.
Ik deel haar wilde woede en haar rust.
Haar hemeltranen staan mij tot de rand.
Haar trage gang verkleurt mijn stalen blik.

Mijn opgetrokken wenkbrauw is verkort.
Beschermer van het land werd struikelblok
in de hoogwatergeul. Wat overbleef:
een bruggenhoofd, tribune van het oog

en één keer in uw leven ook een eiland.
Dan ben en zie ik niet, ik ben een kuil
verdronken voor de veiligheid van u
die ziet, vergeet het niet, vertel het door.

26-29 april, 7 mei 2017


Dit watergedicht is geschreven bij het kunstwerk Neerslag van Paul de Kort, voor de wedstrijd “Dichter bij de IJssel”.
Het is niet het winnende gedicht, maar wel goed genoeg voor de bundel wedstrijd “Dichter op de IJssel 2017”. Ook heb ik het op 16 juli 2017 mogen voorlezen bij theeschenkerij Oudeniel in de uiterwaarden bij Hattem.

Het kunstwerk is een drijvende schaal in het meertje De Kromme kolk, dat ontstaan is bij een dijkdoorbraak. Deze schaal ziet er anders uit naarmate er meer of minder water in staat.
Wanneer de Kromme Kolk is ontstaan, is niet bekend. De kolk staat op de Hottinger kaart die uit 1783 dateert, maar kan wel drie eeuwen ouder zijn. De meeste kolken dateren uit de 15e en 16e eeuw.
Opvallend is dat de Kromme Kolk de vorm van de Werverdijk heeft bepaald: die ligt er met een kleine bocht omheen. Dat gebeurde wel vaker, omdat de plaats van de dijkdoorbraak diep was uitgesleten.
Het grootste deel van de Werversdijk is vervangen door een brug voor het project Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld in het kader van Ruimte voor de rivier. Alleen het ronde stukje dijk om de Kromme Kolk ligt er nog.


donderdag 23 november 2017

Klimaatverandering

De smalle marge
tussen vast en vloeibaar
tussen vriezen en dooien
tussen Titanic en Behouden Huis

De dunne lijn
tussen palmboom en poolgras
tussen zomergast en winterkoning
tussen permafrost en tropenjaren

De zijden draad
tussen pompen en verzuipen
tussen zondvloed en wantij
tussen Afsluitdijk en overloopgebied

Het slappe koord
tussen kille cijfers en verhitte debatten
tussen hoog verheven en diep gezonken
tussen zoetwaterbekken en zout in open wonden

Het vangnet
van laat maar komen
van laat maar waaien
of toch maar aanpakken

De springplank
van dromen en daden
van leven en welzijn
van na ons geen zondvloed

Maart 2009


Dit watergedicht is voorgelezen tijdens de waterontmoeting 2009 in het waterschapschapshuis te Lelystad.


woensdag 18 oktober 2017

Wintertijd

De zorgeloze wereld is ontgroend
Haar schoonheid is verdord, vergeeld
verknisperd onder haastige voeten

Door bladloze bomen schijnt de fletse zon
te moe om de wolken open te scheuren
De poolwind doet zomergasten uitgeleide

De dag heeft zijn extra uur ingeslikt
De lengende nacht schuift aan bij het avondmaal
twijfelzone tussen schemerlicht en schemerlamp

Verlichte vensters slaan wakken in het duister
kijkdozen van geborgenheid
cocons waarin vlinders voor eeuwig vliegen

De eerste schaatser kerft zijn naam in het ijs

November 2006


Dit watergedicht is geschreven voor Ballade, het werknemersblad van waterschap Zuiderzeeland. Het nummer van december 2006 had als thema “sfeer”.
Dit gedicht is ook bij Aldichter voorgelezen toen de wintertijd inging.


dinsdag 17 oktober 2017

Terp van vertrouwen

De terp van vertrouwen staat pal
op klompenvoeten in de Lelyvelden
die watervrij en waterpas
reiken tot aan bedijkte horizonten

Tussen zijn tenen kronkelen
wortels van de vierduizendjaar oude eik
Samen rijzen ze hoog boven de wereld
dwars door het glazen plafond

De bladerkroon speelt met zonnestralen
zoals ooit de kabbelzee
Vlekken dansen over het gras
zoals ze hinkelden tussen het koraal

Op de top van de terp
kun je zien voorbij de horizon
voorbij de dijk van veiligheid
tot aan het land van tienduizend jaar

Op de top van de terp
ruik je de zee van onzekerheid
hoor je golven van twijfel
dobbelen op het basalt

Aan de voet van de terp
lig je vierduizend jaar
ontspannen te slapen, uitgeteld
onder dekens van geborgenheid

januari 2008


Dit watergedicht is geschreven voor de Watertafel van 14 januari 2008 met als thema veiligheid. De Watertafel was een feestelijke bijeenkomst van de Flevolandse overheid: gemeenten, provincie en natuurlijk het organiserende waterschap.

Het is een prettig hermetisch gedicht geworden, als je het zonder uitleg leest. Mijn schoonfamilie heeft mij ooit gevraagd het voor te lezen boven het open graf van een tante.

Toch zit er een helder idee achter:
Voor alle polders van Flevoland geldt, dat ze zodanig zijn beveiligd dat ze niet meer dan eens in 4000 jaar overstromen.
Alleen Noord- en Zuid-Holland zouden nog veiliger moeten zijn: eens in de 10000 jaar.

Mijn eerste associatie bij veiligheid was: terp. Verschil tussen terp en dijk: bij een terp kun je zelf zorgen dat het droog blijft, bij een dijk moet je vertrouwen dat anderen de dijk onderhouden

En tot slot: NAP is het glazen plafond van Flevoland.

vrijdag 29 september 2017

Calopteryx splendens

De kwaliteit van het water
wordt dikwijls onderzocht
in vuistdikke rapporten
gedegen en doorwrocht.

Vaak zijn er mooie cijfers
voor het oppervlaktevocht,
waarop men dan erg trots is
en waarmee wordt gepocht.

Maar laatst was er een wapenfeit
dat er écht wezen mocht:
er vloog een weidebeekjuffer
langs de Strandgapertocht.

23 augustus 2006


Dit is waarschijnlijk mijn populairste watergedicht
Het is geschreven naar aanleiding van een persbericht op de website van waterschap Zuiderzeeland: Weidebeekjuffer ontdekt in Oostelijk Flevoland
De Latijnse titel is een knipoog naar “Gyrinus Natans” van Guido Gezelle.

dinsdag 26 september 2017

Harkrooster

Hier vindt de droefheid van de wereld zijn laatste rustplaats
Het oude zeer van het nieuwe land wordt op het droge geharkt
onttrokken aan de maalstroom van de maatschappij
De bittere nasmaak die werd weggespoeld, komt bovendrijven
Slechts een enkeling glipt watervlug door de mazen

Dit is de laatste rustplaats
      van het tandeloze gebit
            de failliete bankpas
                  van het haar dat de schedel
                        niet meer bedekt

Ontdaan van zijn last
vloeit het water voort
om nog te bezinken
en met helder gemoed
de wereld tegemoet te treden

Augustus 2006


Op woensdag 20 september 2006 had ik mijn eerste officiële optreden als waterdichter en wel bij de (her)opening van de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) in Lelystad.

Een paar weken eerder was ik rondgeleid. Waar het rioolwater binnenkomt is een installatie die de grove delen eruit filtert: het harkrooster.


donderdag 21 september 2017

Kwetsbaar water

LinkedIn herinnerde mij eraan, dat ik vandaag 11 jaar waterdichter ben. Daar hoort maar 1 gedicht bij:

Hier heersen geen getijden meer.
Hier temt geen buis de onderstroom.
Hier vloeit het kwetsbaar water,
smeerolie van het leven.

De zeebodem van weleer,
een mantel der liefde
over het water dat werd gekwetst
door de mens en zijn bedrijf.

Honderdmaal
wordt het water gezeefd en gezuiverd.
Honderdmaal
wordt het afval gewikt en gewogen.

Honderdmaal
wordt hier de bron gevoed
van het kwetsbare water.


3 mei 2006


Dit is mijn sollicitatiebrief voor het waterdichterschap. Hoewel dat nooit officieel is bevestigd, denk (en hoop) ik dat dit gedicht de doorslag heeft gegeven.
Op de website van waterschap Zuiderzeeland vond ik een bericht over de 100ste IBA die in april 2006 de grond in ging. IBA staat voor individuele behandeling van afvalwater. Het is een kleine waterzuiveringsinstallatie voor bewoners van het buitengebied (meestal agrariërs) die niet zijn aangesloten op de riolering.
In de regel hebben deze woningen een septic tank, maar als er een waterrijk natuurgebied vlakbij ligt, dan kan dat riskant zijn. In ambtelijk jargon heet zo’n gebied “kwetsbaar water”. Kijk, daar kun je als dichter iets mee.

zondag 17 september 2017

Acht watergedichten in de openbare ruimte

Op de zeven gemalen van Zuiderzeeland staat een vierregelig gedicht van mij. Je kunt ze vinden op https://straatpoezie.nl/ ; zoek langs de randen van Flevoland.
Midden in Lelystad vind je het achtste gedicht op het waterschapshuis.
Hieronder staan alle gedichten met een link. Deze webstek achter de link toont een foto en achtergrondinformatie.

De gedichten op de gemalen zijn geschreven rond de jaarwisseling 2008/2009. Het gedicht op het waterschapshuis stamt uit augustus 2010. Alle gedichten zijn in of rond 2010 aangebracht op de gevel.


3 keer Noordoostpolder:
Gemaal Buma, Gemaalweg 25, 8313PR Rutten (nabij Lemmer)
IN DE SCHADUW VAN HET OUDE LAND
BIJ DE DIJK DIE HET LAND DOORKLIEFT
VAAGT ÉÉN KLAP ACHT DROMEN WEG
DE POMPEN BLIJVEN MALEN

UITLEG: Tijdens oorlog zijn op deze plaats 8 mensen omgekomen toen een eerder afgeworpen Engelse vliegtuigbom onverwacht explodeerde.

Gemaal Smeenge, Kadoelerweg 1, 8317PH Kraggenburg
SNIJPUNT VAN STROMEN EN BOMEN
VAN HOOGWATER EN LAAGLAND
VAN NIEUWE VAART EN OUDE ROUTE
VAN HAVENSTAD EN BOERENDORP


Gemaal Vissering, Domineesweg 33-F, 8321DZ Urk
HET GEMAAL POMPT HET WATER
DAT VISSERS NAAR ZEE VOERT
HET GEMAAL LEVERT STROOM
AAN VROUWEN OP DE KADE



3 keer Oostelijk Flevoland:
Gemaal Wortman, Oostvaardersdijk 32, 8243PA Lelystad
HET SNELVERKEER RAAST VOORBIJ
DE VOETGANGERS STEKEN OVER
HET WATER STROOMT ONDERDOOR
DE POMP REGELT DE STROMEN


Gemaal Colijn, Vossemeerdijk 1, 8251PM Ketelhaven (Dronten)
BIJ DE GRENS VAN WATER EN LAND
VAN DE HAVEN EN HET DORP
STROOMT HET IJSSELWATER
LANGS ZEEKLEI EN SLIBEILAND


Gemaal Lovink, Harderdijk 1, 8256RX Biddinghuizen
DE BOER AANSCHOUWT ZIJN GROENE VELDEN
DE VISSER VERWERKT ZIJN ZILVEREN VANGSTEN
DE BLAUWE DROMEN SPRINGEN DOOR DE HOEPEL
EN VALLEN TERUG IN HET OPGESTUWDE WATER



1 keer Zuidelijk Flevoland
Gemaal De Blocq van Kuffeler, De Blocq van Kuffelerweg 1, 1332CP Almere
DE HOGE VAART VERSTRENGELD
MET DE LAGE VAART WARRELT
IN EEN WOESTE WATERTANGO
OMHOOG NAAR HET MARKERMEER



en tot slot
Waterschapshuis van Waterschap Zuiderzeeland, Lindelaan 20, 8224 KT Lelystad
LUISTER NAAR HET STADIG STROMEN
VAN GEZEKERD EN GEZUIVERD WATER
NAAR VEILIGHEID VERANKERD IN BASALT
DIT IS HET HUIS VAN HET WATERWETEN


zaterdag 10 juni 2017

Scheerwater

Een zeemansgraf voor zeep en eendagshaar
Een handwarm bad dat troost biedt in de wintermorgen
wanneer resten van de oude dag onwennig drijven
in het schuimend water

Kleine mesjes halen rijke oogsten van het stoppelveld
De gladde huid verschijnt in witgebermde banen

Ik keer de spiegel mijn andere wang toe
om mijn hand te leiden rond de bocht van de kaaklijn
langs blindelings ontweken oneffenheden

en zwel van trots wanneer deze dag
net zo bloedeloos begint als
hij ook vanavond weer zal eindigen

11 september 2008, 3-17 maart 2010


Eén van de projecten die ik als waterdichter wilde opzetten was “Woordwater”, een reeks gedichten waarvan de titel bestaat uit één woord dat eindigt op -water.
Via een online rijmwoordenboek vond ik 127 woorden, maar die lijst heeft slecht acht gedichten opgeleverd.

Voorgelezen bij Aldichter waarna de definitieve versie tot stand is gekomen.
Daarna – zonder succes – ingestuurd naar de Maerlant Poëzieprijs 2009, met als thema “Water”. De Maerlant Poëzieprijs is een driejaarlijkse wedstrijd van Kunstspoor, de kunstenaarsvereniging van Noord-Beveland. Toen ik dit instuurde, wist ik nog niet dat ik een krap jaar later les zou krijgen van een van de juryleden, Co Woudsma.


zaterdag 4 februari 2017

dinsdag 27 december 2016

Oliebollenvet

Menig schuurtje ruikt naar vet:
’t Is weer tijd voor oliebollen,
van die mooie bruine knollen
vol rozijn en goudrenet.

Maar verknal nu niet de pret,
als het vet begint te stollen.
Slechts de ergste tuttebollen
spoelen het door het toilet.

Geef het oudjaarsfeest geen smet!
Wie een zuivering wil mollen
gooit zijn vet tussen de drollen,
maar de rest recyclet het.

22 december 2011
Leerdicht opgenomen in mijn tweede watergedichtenbundel "Woordenstroom"
Ieder jaar waarschuwen waterschappen en andere rioolbeheerders dat oliebollenvet netjes moet worden ingeleverd bij het recyclingperron.
Lees hier meer over mijn waterdichterschap

zaterdag 23 juli 2016

Invasieve Waterplanten in Nederland

Hoed je voor het brede pijlkruid,
groot kroosvaren, smalle kroos.
Zie je een moeraslantaarn
schroom dan niet en meld altoos.

Kleine waterteunisbloemen
en het parelvederkruid
ogen dan misschien wel aardig,
maar toch moeten ze eruit.

Meld de grote waternavel
als je ’m in je slootje vindt.
Dat geldt ook voor waternaaldkruid
en voor waterhyacint.

Watersla en waterwaaier
willen we graag heel gauw kwijt.
Dat geldt voor de waterpest ook,
klein, of met het blad gespreid.

Egeria en Hydrilla
en de gele maskerbloem,
vederkruid – ongelijkbladig –
zijn de laatste die ik noem

Houd de vaarten, tochten, sloten
vrij van drijvende exoten.


Grote waternavelGeschreven naar aanleiding van een persbericht van Waterschap Zuiderzeeland, Grote waternavel in Lelystad; een lastige waterplant

Op die pagina stond een link naar In de veldgids ‘Invasieve waterplanten in Nederland’ , waar in alle gebruikte plantennamen heb gevonden.


maandag 6 februari 2012

Inkuilen (Gevonden poëzie)

De nieuwe inkuilmethode
om perssappen in
snijmaïskuilen
te binden,
is door
veehouders
in Flevoland
enthousiast ontvangen.

"Deze vrij eenvoudige en
praktische oplossing
levert een groot
voordeel op
voor de
waterkwaliteit
van sloten in het
agrarisch gebied doordat
perssappen niet meer worden geloosd.

Daarnaast blijft de voederwaarde
van opgeslagen ruwvoer
behouden", zegt
heemraad
LS
tijdens de
demonstratiebijeenkomst
die op 1 februari is gehouden
bij het melkveehouderijbedrijf
van de familie P in R.


De Nederlandse waterschappen hebben de
afgelopen jaren veel onderzoek
gedaan naar erfafspoeling op
veehouderijbedrijven.
Hieruit is gebleken
dat afspoelend
hemelwater
van het erf
een grote
bron
van
verontreiniging
voor het oppervlaktewater vormt.

De verontreiniging ontstaat wanneer
hemelwater op het verharde erf in
contact komt met voer(resten)
en perssappen uit gras- en
snijmaïskuilen en
vervolgens
afspoelt
naar
de
sloot.
Daarnaast gaan
door het vrijkomen
van perssappen belangrijke
voedingsstoffen uit het gras
en de snijmaïs verloren.


Waterschap ZZL heeft samen met
twaalf andere waterschappen
en adviesbureau BW
een onderzoek
opgezet
naar het
toepassen
van een droog
product (stro)
als onderlaag
om perssap in
een snijmaïskuil
te binden (absorberen).

De nieuwe methode zorgt ervoor dat
het lozen van perssappen in
oppervlaktewater zo veel
mogelijk wordt
voorkomen,
waarmee het voor
zowel veehouders als
waterschappen belangrijke
voordelen oplevert. Door stro
als onderlaag te gebruiken, blijven
perssappen in het opgeslagen ruwvoer
en blijft de voederwaarde behouden.

"De inkuilmethode iseen praktische oplossing,
omdat het goed te realiseren is. Door de
binding van perssap gaan geen
voedingsstoffen verloren en
blijft toch voldoende
"prik"
in het ruwvoer zitten.

Daarnaast vallen de kosten ook mee",
zegt melkveehouder
P uit
R.



Wikipedia: Gevonden poëzie is een vorm van poëzie die ontstaat als van de schoonheid van bepaalde, meestal gesproken woorden, zinnen en soms hele alinea's wordt onderkend dat ze de eigenlijke boodschap overstijgt, waarna de oorspronkelijke taaluiting zo wordt vormgegeven dat ze op een gedicht lijkt. Anders geformuleerd, gevonden poëzie is het vermogen dichterlijke schoonheid te zien waar de maker het niet zag. De auteursintentie wordt hier dus, zoals in zoveel recente literatuur, beschouwd als niet ter zake. Gevonden poëzie is het literaire equivalent van wat in de beeldende kunsten een "readymade" wordt genoemd. (Einde citaat)

Oordeel zelf of deze gezwollen definitie hier van toepassing is; klik hier voor het artikel op de website van waterschap Zuiderzeeland

zondag 13 februari 2011

ODE AAN GEMAAL LOVINK

De macht der Zuiderzee getemd door Lely’s plan.
Nooit breekt hier meer een dijk door visie van één man.
Al gaan nog wel de wind en golfslag hier te keer,
geen Noord- of Waddenzee stuwt op in’t IJsselmeer.

Maar dat is niet genoeg voor hem die verder kijkt:
Het meer moet echt getemd, bedwongen en bedijkt.
Zijn water bergt een schat, zijn bodem maakt ons rijk.
Maar hier vang ik mijn vis, treurt men in Harderwijk.

De dijk komt in het meer, het randmeer is een feit.
Nu moet de polder leeg, de pomp begint zijn strijd.
De Veluwnaar beziet de reus van steen en staal.
Fier staat het aan de kim, ’t is Lovink’s trots gemaal.

Zijn schoepen scheppen voort, het water naar omhoog.
Zo komt in korte tijd de nieuwe polder droog.
Daar op zijn gevel staan de boer en visserman.
De pompen staan op wacht, bewaken Lely’s plan.

Januari 2011

Persiflage op een negentiende-eeuws lofdicht.